‘VN manipuleerden onderzoek naar moord op eigen medewerkers’

Een VN-rapport over de moord op twee VN-medewerkers zou betrokkenheid van de Congolese regering opzettelijk verdoezelen. Dat blijkt uit onderzoek van internationale media.

Ghanese leden van de VN-missie in Congo arriveren in een dorp in de Kasai-regio. Foto John Wessels/AFP

Het lijkt er op dat de Verenigde Naties een onderzoek naar de moord op twee medewerkers, vorig jaar in Congo, hebben gemanipuleerd. Een VN-onderzoeker liet in zijn rapport over de moord opzettelijk aanwijzingen achterwege over de rol van de overheid. Hij zou dat hebben gedaan om de samenwerking van de VN met de Congolese regering niet te schaden.

Dat blijkt uit onderzoek dat dinsdag werd gepubliceerd van de Zweedse televisie, nieuwssite Politico, Radio France Internationale, de Franse krant Le Monde en de Süddeutsche Zeitung.

Vorig jaar maart werden twee VN-medewerkers, de Zweeds-Chileense Zaida Catalán en de Amerikaan Michael Sharp, vermoord toen zij in de regio Kasai onderzoek deden naar mensenrechtenschendingen door een lokale militie en door het regeringsleger.

Na overleg met een lokale militieleider gingen de twee op 12 maart vorig jaar op brommertaxi’s naar het dorp Bunkonde in het gebied. Daar liepen ze in een val en werden doodgeschoten. Catalán werd vervolgens onthoofd. De regering bracht later een per mobiel gemaakte video naar buiten, waaruit zou blijken dat de militie, Kamuina Nsapa geheten, verantwoordelijk was voor de moord.

Andere toedracht

Maar enkele VN-medewerkers waren ontevreden over het onderzoek dat hun eigen organisatie deed naar de moord. Zij lekten informatie waaruit een heel andere toedracht blijkt dan die wordt beschreven in het officiële VN-rapport: namelijk dat er sterke aanwijzingen bestaan over betrokkenheid van de Congolese overheid. Tot hun ergernis wordt Catalán en Sharp in het rapport verweten onveilig te hebben gehandeld.

„De VN zitten in een spagaat in Congo”, zegt een VN-medewerker die anoniem wil blijven tegen NRC. „Ze moeten samenwerken met een regeringsleger dat vaak zelf misdaden begaat.”

Uit de gelekte informatie blijkt dat de vermoorde VN-medewerkers op de dag voor de moord overleg hadden met een militieleider en enkele vertalers. De militieleider waarschuwt hen niet naar Bunkonde te reizen, maar de vertalers vertalen het tegenovergestelde. De vertalers bleken later voor de Congolese geheime dienst te werken.

Autoriteiten uit de wind houden

Maar toen de VN-hoofdonderzoeker, de Amerikaanse diplomaat Gregory Starr, de moeder en zus van de vermoorde Catalán opzocht, zei hij de Congolese autoriteiten uit de wind te willen houden met zijn rapport. „We willen het rapport niet zo slecht maken dat ze niet meer met ons samenwerken”, zei Starr volgens een geheime opname.

Uit de omstandigheden kan worden opgemaakt dat de militie werd geïnfiltreerd door de overheid om te voorkomen dat militieleden de VN-onderzoekers naar een massagraf van het regeringsleger zouden leiden.

De twee werkten voor het zogenaamde Comité van Experts van de VN-Veiligheidsraad. Dat is een invloedrijke groep omdat de VN vaak op basis van rapporten van het comité sancties uitvaardigen tegen Congolese politici en militairen.

Regering werkt samen met milities

De controverse werpt licht op het functioneren van de Congolese overheid en hoe de VN daarmee omgaan. In verschillende delen van Congo zijn milities actief, vaak met een onduidelijke samenstelling. Soms zitten er politici en zakenlui achter de strijdgroepen. In de oostelijke stad Beni onthulde het Comité van Experts enkele jaren terug dat leden van het regeringsleger samenwerkten met uiterst wrede militiestrijders. „Dan wordt het heel link voor de VN om dergelijke activiteit aan de grote klok te hangen, je weet niet wat je dan over je afroept”, zegt de VN-medewerker tegen NRC. „Daarom is de VN soms vrij timide”.

In het bijzonder in Zweden hebben de moord en de controverse rond het onderzoek een gevoelige snaar geraakt.

    • Koert Lindijer