Van lopende band naar kantoortuin

Kantoorgebouwen De kantoortuin zorgt voor continue afleiding, klagen werknemers. Waarom werd dat open kantoor eigenlijk ooit bedacht?

‘Schaf de kantoortuin af!’ Hoogleraar cognitieve psychologie Stefan van der Stigchel was er stellig over, onlangs in een opiniestuk in deze krant. De continue afleiding die we in de kantoortuin ervaren, zorgt voor stress en fouten bij werknemers. De ruimtebesparing en voordelen voor de samenwerking wegen daar niet tegenop, volgens Van der Stigchel.

Het opiniestuk van Stefan van der Stigchel: Concentratie graag! Schaf de kantoortuin af

Hij is niet de enige met een kantoortuinaversie – klagen over de kantoortuin is haast salonfähig geworden, met hier en daar een nostalgische roep om dat ‘goede oude’ kamertjeskantoor. Zo’n plek waar je zelf een raam open kon zetten en de deur achter je dicht kon trekken als je rustig wilde werken. Och, hoe heerlijk was dat.

Voor het antwoord op de vraag waaróm we dan ooit die kantoortuin zo graag wilden, moeten we terug naar de jaren zestig. In de sfeer van revolutie en bevrijding in die jaren ontstond het idee voor een kantoor waarbij de manager niet in een aparte kamer zat, maar op één en dezelfde vloer als zijn werknemers aan het werk was. Een open en transparante ruimte, waarin collega’s gemakkelijk met elkaar konden communiceren. Een uiting van de veranderde verhouding tussen bazen en hun werknemers.

De kantoortuin was een reactie op de daarvoor dominante kantoorvorm: de zogenoemde white collar factory. „Denk aan Mad Men of een andere Amerikaanse film die zich afspeelt ergens tussen de jaren twintig en vijftig”, schetst Juriaan van Meel. Hij adviseert organisaties in Nederland en Scandinavië over huisvestingsprojecten en deed voor de TU Delft promotieonderzoek naar de geschiedenis van kantoorconcepten in Europa.

Menselijke relaties

Van Meel: „De white collar factory was een open ruimte met daarin bureaus opgesteld als in een ouderwets klaslokaal. Neuzen allemaal dezelfde kant op, met aan de zijkant glazen hokjes voor de managers.” Deze fabriekskantoren waren volledig ingericht op een zo hoog mogelijke efficiëntie en controle. Van Meel laat een afbeelding zien van een ruimte uit die tijd: een rij bureaus met een lopende band ernaast. Zo kon de werknemer een bijdrage aan „het product” leveren, bijvoorbeeld een memo, en het dan weer één bureautje verder transporteren. De manager keek vanaf de zijkant toe.

Lees ook de column van Japke-d. Bouma: De kantoortuin is slecht voor je brein

In de kantoortuin die begin jaren zeventig populair werd, ging het in plaats van over controle, veel meer om de menselijke relaties. De openheid moest het delen van kennis stimuleren. Ook was er meer aandacht voor comfort. Van Meel: „Voor het eerst zag je aantrekkelijke pauzeruimtes, planten op kantoor, kamerbreed tapijt en airconditioning – allemaal oplossingen die destijds als innovatief en luxueus gezien werden.”

Zo’n kantoortuin van het eerste uur is het hoofdkantoor van adviesbureau DHV in Amersfoort, opgeleverd in 1970. Het kantoorgebouw is nog steeds in gebruik, inmiddels door het in 2012 gefuseerde Royal HaskoningDHV.

Architect David Zuiderhoek ontwierp het gebouw eind jaren zestig, een periode waarin DHV snel groeide. „Op een gegeven moment zaten er mensen in dertien verschillende huurpanden door heel Amersfoort”, vertelt Roel Brouwers, de architect die de renovatie van het hoofdkantoor (in 2011) op zich nam. „Daardoor verliep de samenwerking tussen de afdelingen niet optimaal en kwam het bedrijf niet verder.”

Dus kwam er een gloednieuw pand met 20.000 vierkante meter werkoppervlak, middenin de bossen van Amersfoort, zodat alle ingenieurs goed op de hoogte konden blijven van elkaars werk. De ruimte bestond uit grote kantoorvloeren met in eilanden gegroepeerde bureaus, meterslange zichtlijnen van raam tot raam en veel groen. Het was „innovatief en dynamisch”, vertelt Brouwers.

Tegenreactie

Maar hoe juichend de kantoortuin in de jaren zeventig aanvankelijk ook werd ontvangen, kritiek was er toen ook al. Te veel afleiding, slechte akoestiek, een moeilijk te reguleren klimaat. Werknemers kregen een duidelijkere stem door medezeggenschapsraden, en zo ontstond in de jaren tachtig en negentig een tegenreactie: het kamertjeskantoor. Lange gangen met aan weerszijden kamers voor twee of drie werknemers.

Dat kamertjeskantoor was twee decennia lang redelijk populair, maar inmiddels zitten tóch weer veel Nederlandse werknemers in zo’n open kantoor te werken.

Hoe dat kan? Simpel, zegt Van Meel: werknemers zijn niet degenen die beslissen hoe hun kantoor eruit ziet. „Binnen een bedrijf gaat de vastgoedafdeling meestal over huisvesting. Zij vinden kantoortuinen fijn, want die zijn flexibel en efficiënt. Je hebt minder vierkante meters nodig en je kunt makkelijker schuiven met bureaus.”

Meer over het open kantoor van Apple:Een kantoor om hoofdpijn van te krijgen

Managers zijn ook dol op kantoortuinen, vervolgt Van Meel, want ze stralen openheid en transparantie uit. „En dan heb je nog de architecten. Die zijn óók fan, want openheid geeft zichtlijnen en brengt daglicht diep in het gebouw. Dat heb je niet met hokjes op een gang.”

Daar is de werknemer dan mooi de dupe van, zou je kunnen zeggen. Maar volgens Van Meel hoeft een open kantoor geen probleem te zijn, als je het maar goed ontwerpt.

„De jaren zeventig-variant – de kantoortuin als één grote vlakte – bestaat nu nauwelijks meer. Er zijn nu veel meer belhokken, overlegplekken en focusruimtes, met daartussen kleinere open ruimtes met bureaus. Ook kunnen mensen vaker een dagje thuis werken, als ze aan de drukte willen ontsnappen. Dat is denk ik een goed compromis tussen de belangen van de werknemer en de werkgever.”

Ook bij DHV veranderde er sinds de jaren zeventig veel. Het pand staat er nog, maar binnen is veel aangepakt. De werkplekken zijn binnenkort aan de beurt. Zeker is in ieder geval dat het open karakter van de kantoortuin er zal blijven, zij het met een update naar een 2019-proof versie.

Architect Brouwers: „De manier van werken is in vijftig jaar tijd behoorlijk veranderd. Vroeger was iedereen altijd op kantoor aan het werk. Nu zijn we veel mobieler en werken we ook onderweg, bij de klant of thuis.”

    • Jette Pellemans