Recensie

Van de Meeberg is best vermakelijk maar mist opbouw

Recensie Cabaretier Thijs van de Meeberg geeft in zijn tweede solovoorstelling opnieuw een inkijkje in zijn op hol geslagen gedachtewereld. Jammer dat hij eigenlijk steeds hetzelfde punt maakt.

Thijs van de Meeberg in zijn programma Kom nou maar gewoon. Foto Annemieke van der Togt

Thijs van de Meeberg (30) heeft zich een open relatie laten aanpraten door zijn vriendin. Ze is daarna voor drie maanden naar Rome vertrokken om zichzelf te ontdekken. Thuis achtergebleven wordt hij nu ongewild met zichzelf geconfronteerd.

Met dit grappige openingsverhaal heeft Kom nou maar gewoon, Van de Meebergs tweede solo nadat hij in 2015 de jury- en publieksprijs had gewonnen op het Leids Cabaret Festival, de vorm van een psychologisch zelfonderzoek. Net als in zijn debuut Er mag gedanst worden geeft het ons een inkijkje in zijn op hol geslagen gedachtewereld. Het voert hem uiteindelijk terug naar zijn jeugd, en naar de paling Ferdinand, zijn innerlijke stem.

Helaas krijgt dit psychologische zelfportret nergens diepte. Thijs van de Meeberg is een goede speler en weet in een paar minuten het personage neer te zetten van onzekere wereldverbeteraar. Zo iemand die van binnen woedend is, maar in confrontaties met de buitenwereld steeds over zich heen laat lopen. Maar dit personage maakt weinig ontwikkeling door en blijft vlak.

Klassieke verhaalstructuur

In de Volkskrant werd Van de Meeberg vanwege zijn klassieke verhaalstructuur al eens vergeleken met Freek de Jonge. Ook in deze voorstelling kiest hij voor conferences met terzijdes. Maar waar De Jonges vroege solo’s een stevig tempo en een hoge grapdichtheid hadden, is het tempo in Kom nou maar gewoon traag en de grapdichtheid laag. Daarmee wordt de voorstelling topzwaar. Ook het strakke decorontwerp van Sanne Danz – luchtig in meerdere opzichten – kan daaraan weinig veranderen.

Hoewel Van de Meebergs afzonderlijke conferences best vermakelijk zijn (zoals wanneer hij vertelt over zijn strijd tegen het grootkapitaal, die uitmondt in een treurig gesprekje met de manager van de plaatselijke Albert Heijn), komen ze binnen deze opbouw niet tot hun recht. Ook slaat de cabaretier te vaak weinig originele zijpaadjes in, zoals met zijn klaagzang over mindfulness.

Omdat de eigenschappen van zijn personage zo vet zijn aangezet en hij in alle conferences eigenlijk hetzelfde punt maakt, is de ontknoping – waarin zijn personage tot zelfinzicht komt – weinig spannend. Wij hadden hem immers al lang doorzien.

    • Dick Zijp