Spiegel van de Nieuwmarktbuurt

Buurtblad OpNieuw Een nieuw blad voorzag 35 jaar geleden in de behoefte aan informatie én verbinding in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt, die roerige tijden beleefde. OpNieuw werd een begrip waar grote namen graag aan meewerkten.

Covers van OpNieuw uit (van links naar rechts, van boven naar beneden) 1983, 1985, 1996, 2001, 2004, 2011, 2015 en 2018.

Het 35ste jubileumjaar van buurtkroniek OpNieuw, blad voor de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt, verstrijkt stilletjes. Toch maakte het blad, opgericht als buurtkrant in 1983, zijn naam de afgelopen vijf jaar slechts met moeite waar: OpNieuw was bijna verdwenen. Maar de redactie is weer opgeveerd, zoals de buurt dat ook vele malen deed.

„OpNieuw is een krant voor de Nieuwmarktbuurt. Door en voor buurtbewoners. Zonder advertenties, huis-aan-huis verspreid en gefinancierd door de Bewonersraad Nieuwmarkt.” Aldus het redactioneel van de eerste editie in mei 1983. De krant was een belofte op de behoefte aan informatie en verbinding in de roerige tijden van wederopbouw van de buurt, volgens Anina Kist (86), mede-oprichter van OpNieuw en sinds 1960 bewoonster van de Kloveniersburgwal.

Een metro en een vierbaansweg

Rellen en strijd stonden de Nieuwmarktbewoners nog vers in het geheugen. Na de oorlog, waarbij de deportatie van Joden de buurt schokte – met leegstand als zichtbare littekens – kraakten studenten de geplunderde huizen en fabrieken. Maar de gemeente had andere plannen met de buurt. Een metro en een vierbaansweg omringd door kantoren, van het Amstelstation tot Amsterdam Centraal, dwars door de Jodenbreestraat, moesten „het dorp dat in de wind stond” stads maken.

Cover uit 2002 gemaakt door de beroemde kunstenaar Constant Nieuwenhuys.

De metro, en daarmee een spoor van sloop en nieuwbouw, kwam in de jaren zeventig en tachtig. Bij de afbraak van de eerste panden werden de stenen, speksteenpoeder en rookbommen van de krakers door de ME beantwoord met traangas, waterstralen en pantserwagens. De plannen voor de vierbaansweg werden na maanden van protest alsnog teruggedraaid: een bitterzoet gewin.

„We begonnen opnieuw met de buurt”, zegt Kist. „Er werden belangrijke dingen besproken met ambtenaren en architecten in de Bewonersraad Nieuwmarkt, de openbare buurtvergadering die nog steeds bestaat. Maar lang niet iedereen kwam daar. We vonden het nodig om de hele buurt goed voor te lichten, in een toen nog AT5-loze tijd.” Het Parool bestond al wel, maar die schreven „niet zo verfijnd” over de Nieuwmarktbuurt. „We wilden bewoners ook ophitsen, mensen laten meedoen met de buurt: daar was een buurtkrant voor nodig.”

Typemachine

Kist en haar vijf medeoprichters – „onervaren maar gestimuleerd” – kwamen in buurtcentrum de Boomsspijker op het idee van een Nieuwmarktblad. Terwijl de buurt werd bevochten – na de sloop kwam de drugsoverlast – ging Kist de strijd aan met een elektrische typemachine. „Wat een werk was dat, als je een letter verkeerd had, of een woord, of een woord ertussen moest zien te krijgen in die lange kolommen. Begin jaren negentig kreeg ik gelukkig een klein ‘appeltje’, zo’n stevige blokcomputer, en zette ik alles op een floppy die ik naar de drukkerij op de Zwanenburgwal bracht.”

De redactie besloot in 1987 kunstenaars uit de buurt te vragen om vrijwillig de voorplaat te maken, in ruil voor een interview

Naast nieuws uit de werkgroepen en vergaderingen om van de buurt weer een ‘prima buurt’ te maken, passeerden buurtfeesten, interviews, reconstructies en in memoriams de revue in het buurtblad. Het ‘ophitsen’ wordt duidelijk in een dubbeldik nummer uit 1992 met een foto van een vervallen Waag op de voorplaat: „We laten voor onze ogen een calamiteit gebeuren. Als we de Waag nog langer laten verloederen dan maakt het niet uit of er wel of geen kraampjes staan en of er bomen worden geplant…”, aldus toenmalig redactielid Karen Roozen.

OpNieuw is niet het oudste buurtblad in de stad, zo bestaan de Amsterdamse Pijp Krant en de Staatskrant al ruim vijftig jaar. Maar het meest eigenzinnige blad van Amsterdam is ongetwijfeld de papieren editie van de Nieuwmarktbuurt.

‘Enorme creativiteit’

„Wat allereerst opvalt, als je al die omslagen van OpNieuw doorbladert”, schreef schrijver en oud-bewoner Geert Mak vijf jaar geleden in het nawoord van het jubileumboekje OpNieuw 30 jaar OpNieuw, „is de enorme creativiteit die in deze buurt aanwezig is, van de schilder Constant Nieuwenhuys tot de ‘etalagist’ van de Koningstraat, Sjaak van der Leden”.

De cover (2014) met een cartoon over Chinese toeristen zorgde voor ophef wegens vermeend racisme; buurtbewoner Guido Frankfurther deed aangifte bij het Meldpunt Discriminatie. Twee redactieleden, de tekenaar van de cover en zijn vrouw, stapten op.

Redactielid Martijn van der Molen (70), al bijna twintig jaar betrokken bij OpNieuw, interviewde ‘Cobra-kunstenaar’ en ‘New Babylon-architect’ Constant Nieuwenhuys (1920-2005) voor het lentenummer van 2002. „Ik vond dat wel opzienbarend voor een buurtkrantje. Hij was een groot man natuurlijk, maar ontzettend dol op de OpNieuw, hij las hem van voor naar achter”, vertelt Van der Molen.

Kunstenaars

Het hoge artistieke gehalte dat OpNieuw tekent, past bij het eigengereide karakter van de buurt waar „nooit één ideologie overheerste” – volgens buurtactivist en kunstenaar Steef Davidson, opgetekend in het dubbeldikke septembernummer van 1991. Davidson: „De Nieuwmarkt was een alternatieve stad. Dat leidde tot idiote toestanden. We hadden een eigen radio en als het nog even had geduurd een eigen televisiestation ongetwijfeld. En natuurlijk onze eigen blaadjes zoals Nieuwsmarkt en het Amsterdams Weekblad, plus de affiches die een tijdlang lieten zien wat leefde in de buurt.”

Die ‘blaadjes’ waren onafhankelijke actiebladen, opgericht in de zeventiger jaren, rebels van toon en gericht tegen het stadsbeleid om de Nieuwmarkt te vernieuwen. Berichten over en oproepen tot protest vulden de pagina’s. Deze buurtkranten – stuk voor stuk verbonden met de Aktiegroep Nieuwmarkt – bestonden maar kort. De laatste ‘actiebuurtkrant’ was al zo’n acht jaar opgedoekt toen OpNieuw verscheen.

Voor Davidson – naar eigen zeggen de eerste kraker in de buurt – was zijn activisme in de Nieuwmarkt „onverbrekelijk verbonden” met zijn andere activiteiten: schilderen en schrijven, politiek en poëzie. „Je had hier veel kunstenaars, altijd al”, zegt Kist. De redactie besloot in 1987 kunstenaars uit de buurt te vragen om vrijwillig de voorplaat te maken, in ruil voor een interview met de kunstenaar in OpNieuw.

Boekdrukkers, striptekenaars

Meer dan honderd covers zijn ‘ingekleurd’ door lokale beeldend kunstenaars, etsers, boekdrukkers, striptekenaars, grafisch vormgevers, schilders en fotografen, velen van hen geschoold aan de Rietveldacademie. Kunstenaar Kirke Wilson werkte „vier dagen, zo’n twaalf uur per dag” aan zijn tekening voor de voorplaat van het lentenummer in 1997. Maar omdat OpNieuw „een buurtkant is en geen art magazine”, is de eerste interviewvraag bijna standaard: „Hoelang woont u al in de buurt?”

De Nieuwmarkt was een alternatieve stad. Dat leidde tot idiote toestanden

Steef Davidson Buurtactivist en kunstenaar

De oplage van OpNieuw steeg in 35 jaar tijd van drieduizend naar vijfduizend exemplaren en het blad ging van acht naar meer dan dertig pagina’s. De kleurloze pagina’s werden langzaam verrijkt met illustraties en foto’s. Sinds dit jaar verschijnt het hele blad in full colour. Het verspreidingsgebied verruimde door ook ‘grensstraten’ mee te nemen. De krant valt nu in de bus in het gebied tussen de Geldersekade, Oosterdok, Oudeschans, Zwanenburgwal, Staalkade, ’s Gravelandseveer, Kloveniersburgwal en Nieuwmarkt. Gratis, abonnement-vrij en sinds 2014 zijn alle edities tot nu toe ook online te lezen.

Bezorgen gebeurt voornamelijk ‘op gevoel’. Ja/nee-stickers én nee/nee-stickers worden genegeerd. Eindredacteur Roos Hendriks (67): „We zijn geen huis-aan-huisblad, we zijn een buurtblad. We stoppen de OpNieuw in alle brievenbussen. Een bewoner heeft er eens over gemaild, die wilde het blad niet ontvangen, toen hebben we uitgelegd dat we geen uitzonderingen maken. Al is dat niet helemaal waar: overduidelijke toeristenverhuuradressen, met zes bellen zonder naam zoals op de Prins Hendrikkade, die slaan we over.” En de groenteman, kaas- en visboer? Hendriks: „Die krijgen er een stuk of tien.”

Dood paard

In 1990 wordt de onafhankelijke Stichting OpNieuw opgericht. Advertenties, die zes jaar na oprichting onvermijdelijk bleken voor het voortbestaan, maken naast donaties, een bijdrage van het KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, gevestigd in de buurt) en gemeentesubsidie het buurtblad in een oplage van vier keer per jaar mogelijk. Toch was het volgens Hendriks lange tijd „trekken aan een dood paard”.

Cover uit 2001, met portret van de net overleden voormalig hoofdredacteur Tineke Nijenhuis. Het blad stond vol ‘in memoriams’.

In het meinummer van 1988 gaf de redactie al een keer aan te willen stoppen bij gebrek aan medewerkers. De afgelopen zes jaar zat OpNieuw opnieuw in zwaar weer. „De communicatie verliep stroef, stukken kwamen pas na de deadline binnen en ik bleef over met een uitdunnende redactie van mensen die allemaal ouder waren dan ik. De hakken zaten metersdiep in het zand als ik begon over verandering”, vertelt Hendriks, „van het digitaliseren van het bezorgbestand tot het inkorten van stukken tekst.”

Hendriks werd in 2012 bij OpNieuw gevraagd op de crematie van de voormalige eindredacteur, Riet Paasman. Hendriks zei „impulsief ja”. De redactie telt momenteel negen leden en draait met drie nieuwkomers weer „als een trein”. Redactievergaderingen vinden plaats in de keuken van Hendriks, in de Brandewijnsteeg om de hoek bij de Nieuwmarkt –altijd met zwarte koffie, de koffiebonen vers gemalen. De publicatie van een nieuw nummer wordt gevierd met een buurtborrel: dan komen de stukjesschrijvers, fotografen, vormgever, illustratoren en bezorgers samen. „Verbinding maken in de buurt is heel belangrijk”, zegt Hendriks. Ik praat overal over OpNieuw, zelfs in de sauna, dan zeg ik: ‘Oh, woon je in de buurt? Lees je de OpNieuw?’”

Geen klaagblaadje

Henk Oldeman (81) is het oudste redactielid. Hij schreef al sinds eind jaren negentig regelmatig een ‘stukje’ tot hij in 2002 zijn naam ineens in het colofon zag staan bij de redactie. „Daar wist ik niks van, maar ik ben nooit meer weggegaan. Het is veel te leuk. Behalve dan die keer dat een kat zijn nagels in mijn hand zette toen ik de OpNieuw door een brievenbus duwde: dat werd een tetanusprik.”

OpNieuw werd met de tijd meer beschouwend. Rubrieken en columns verschenen, en series als ‘Historische Schetsen’ en ‘Buurtbewoners en de Tweede Wereldoorlog’ dragen bij aan een collectief geheugen van de buurt.

‘Pittige stukjes’

Oprichter Anina Kist stapte eind jaren negentig uit de redactie maar leest OpNieuw nog altijd: „Ik denk tegenwoordig: ‘kom nou eens met wat pittige stukjes jongens’. Iets kritischer, het is een beetje slappe hap soms. We hebben het blad opgezet om de buurt wakker te houden. We zitten hoog en droog, maar je moet op je qui-vive blijven. Nu worden woningen opgesplitst in twee of drie woninkjes om te verhuren aan toeristen.”

Uit de lezersenquête medio 2017 bleek dat mensen graag lezen over bijzondere mensen uit de buurt. „Bijvoorbeeld een interview met schrijfster Helen Knopper”, zegt Hendriks, „verschenen in het meest recente nummer”. Ook zegt ze kritisch te zijn op de gemeente. Over het toerisme in de buurt: „We willen geen klaagblaadje zijn en zo erg als op de Wallen is het hier niet, daar schrijft buurtblad d’Oude Binnenstad al genoeg over.”

Oldeman valt haar bij: „Dat is zo, en ook de chocoladewinkels in de buurt hebben recht op OpNieuw”, doelend op Nutellawinkels. „Al loop ik daar met weerzin naar binnen tijdens mijn bezorgronde.”

Het hele archief van OpNieuw is als pdf beschikbaar via www.opnieuw.nu.
    • Anouk Boone