Opinie

    • Ellen Deckwitz

Sinterklaasgedicht

‘Ik hoop echt dat ze Sinterklaas binnenkort afschaffen”, jammerde een vriend dit weekend. „Vanwege die hele Pietendiscussie?” vroeg ik. „Nee, omdat je dan opeens gedichten moet schrijven. Ik HAAT het.” Daar zat wat in. In mijn vrije tijd evangeliseer ik regelmatig voor de verskunst en ik vrees dat een goed deel van de vaderlandse poëzieweerzin samenhangt met die verplichte gedichten rond sinterklaastijd. Natuurlijk, niet iedereen vindt het vervelend om tegen 5 december aan het eindrijm te zitten. Zelf verdiende ik dankzij deze traditie als kind een aardig centje bij. Vanaf het moment dat we op de basisschool sinterklaasgedichten moesten fabriceren stonden mijn schoolgenoten in de rij om voor een gulden me hun werk uit handen te laten nemen. Waardoor ik 1. ieder jaar wist wie mij had met lootjes want dat was de enige uit mijn klas die me niet om een gedicht smeekte en 2. met winst uit eigen onderneming mezelf in december iets écht leuks cadeau kon doen (steevast de My Little Pony die ik dat jaar niet voor mijn verjaardag had gekregen).

Er bestaan heus wel mensen die voor een sinterklaasgedicht hun hand niet omdraaien. Ruim een miljoen (!) Nederlanders schijnt in zijn vrije tijd weleens een gedicht te maken. Dat betekent dat er zestien miljoen anderen zijn die in deze periode schuimbekkend op Micks Rijmwoordenboek.nl zitten, wat gedichten oplevert die met weerzin zijn gemaakt en vaak ook niet leuk zijn om te lezen.

Zou het voor hen, maar ook voor de populariteit van de verskunst, niet een geweldig idee zijn om voortaan gewoon te kunnen kiezen? Óf je schrijft zelf je sintgedicht (die ene miljoen blij), óf je kiest een al bestaand vers dat perfect aansluit bij je cadeau/surprise/slachtoffer (de overige zestien miljoen blij!). Het zoeken zou veel minder tijd en gedoe kosten dan het zelf schrijven. Gewoon een bloemlezing openslaan of een beetje googelen. Voor de oom die bijvoorbeeld last heeft van woede-aanvallen kan je Gorters Zie je ik hou van je kiezen (de regels ‘ik vind je zo lief en zo licht/je ogen zijn zo vol licht’ kunnen kalmerend werken), voor de badkamerverslaafde huisgenoot Vasalis’ De idioot in het bad. En voor de docent die pas na zijn vijfde emmer cafeïne van de dag menselijke trekken begint te vertonen Bart Moeyaerts Het wonder van de goede koffie.

Want waarom mogen we wél met Valentijnsdag kiezen tussen eigen en andermans werk, en niet rond 5 december? Deze oplossing komt het imago van de poëzie ten goede en scheelt bovendien bergen frustratie. Van dat laatste hebben we allemaal al ruim voldoende. Laten we zachter zijn voor elkaar, we zijn in deze donkere wintermaanden al weerloos genoeg.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz