Provincies vrezen voor minder geld uit Brussel

EU-subsidies

Het kabinet wil minder subsidies zodat de EU-bijdrage omlaag kan. Maar provincies profiteren juist van dat geld.

NS-Station Nijmegen Goffert, gebouwd met 2 miljoen EU-subsidie. Flip Franssen/Hollandse Hoogte

Opeens kom je ze overal tegen in Brussel en in Den Haag: vertegenwoordigers van de Nederlandse provincies. Hun opdracht: de Nederlandse politiek tot zinnen brengen. Want die staat op het punt om de provincies, en dus Nederland, honderden miljoenen aan EU-subsidies door de neus boren.

Aanleiding voor het lobby-offensief zijn de onderhandelingen in Brussel over de Europese meerjarenbegroting (2021-2027). In die gesprekken neemt de Nederlandse regering, aangemoedigd door een Europa-kritische Tweede Kamer, een zuinige positie in. Zo zuinig, dat een voor de provincies wezenlijke geldbron dreigt weg te vallen. „En nee, daar worden we niet blij van”, zegt Michiel Rijsberman (D66), gedeputeerde van Flevoland, die namens de provincies het woord voert in Brussel.

Hogere EU-uitgaven

In mei stelde de Europese Commissie voor om de EU-uitgaven te verhogen van 1.000 naar ruwweg 1.300 miljard euro. De EU, redeneert de Commissie, wordt door de Brexit straks kleiner, maar de uitdagingen – veiligheid, migratie, financiële stabiliteit – worden dat niet. Onacceptabel voor Den Haag, omdat Nederland zo een grotere netto-betaler wordt. Nederland wordt „genaaid”, vindt Tweede Kamerlid Renske Leijten (SP).

De EU-begroting moet juist omlaag, zegt het kabinet. En het moet moderner: minder traditionele subsidies (zoals voor landbouw) en minder geld voor ‘cohesie’, fondsen voor het verkleinen van Europese welvaartsverschillen. En méér geld naar onderzoek en innovatie in het EU-wetenschapsfonds Horizon – zaken waarin Nederland uitblinkt.

Wat meespeelt: ergernis over Oost-Europese regeringen, die het overgrote deel van de subsidie uit die cohesiefondsen krijgen, maar geen vluchtelingen opnemen en de rechtstaat ondermijnen.

Alleen: ook Nederlandse provincies profiteren van traditionele subsidies. Jaarlijks krijgen ze 200 miljoen euro voor regionale economische ontwikkeling. NS-station Nijmegen Goffert kwam er mede dankzij 2 miljoen euro Europese subsidie. Met 800.000 euro EU-geld werden Amsterdamse huurwoningen geschikt gemaakt voor zonne-energie. En juist nu de gaswinning in Groningen wegvalt, groeit de noodzaak te investeren in regionale innovatie. „We moeten niet het kind met het badwater weggooien”, zei Tweede Kamerlid en oud-gedeputeerde van Groningen William Moorlag (PvdA) woensdag tijdens een Kamerdebat.

„Het is niet zo dat we het helemaal willen afschaffen”, zei staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA). „Maar de prioriteit is het verlagen van de afdrachten.” Oftewel: voorkomen dat Nederland straks meer moet bijdragen aan de EU-begroting.

Volgens hoogleraar Dries Faems van de Rijksuniversiteit Groningen luiden de provincies „terecht” de noodklok. Meer geld voor Horizon klinkt mooi, maar in de praktijk is deelname aan het Europese wetenschapsbudget voorbehouden aan grote bedrijven of universiteiten. Middelgrote en kleine bedrijven (het mkb) met innovatieve ideeën zijn zwaar afhankelijk van de cohesiefondsen voor de regio’s.

„In Horizon zit wel geld voor het mkb, maar het is te weinig, zo blijkt steeds weer”, zegt Faems, die onlangs onderzoek deed naar EU-uitgaven voor regionale innovatieprojecten.

Vier keer zoveel geld

Gedeputeerde Rijsberman merkt op dat kleinere bedrijven niet kapitaalkrachtig genoeg zijn om mee te doen aan Horizon. „Het voorbereiden van een aanvraag kost 300.000 euro”, zegt hij. „De kans dat die wordt gehonoreerd, is één op zes.”

Tweehonderd miljoen EU-geld voor provincies lijkt weinig, maar het trekt ander geld aan, van investeerders die anders zouden wegblijven. „We weten er vier keer zoveel van te maken”, zegt Rijsberman. Het Rijk zelf geeft sinds 2011 geen regionale subsidies meer. Rijsberman: „Sterker nog: het argument destijds was: jullie hebben ons niet meer nodig, want jullie hebben Europa al.”

Rijsberman begrijpt het dilemma van de regering: wat je afdraagt aan de EU kun je niet – althans niet direct – uitgeven aan Nederlandse ziekenhuizen. Maar het zijn de provincies, en niet de ministeries in Den Haag, die straks met een gapend gat zitten. Staatssecretaris Keijzer wilde woensdag niet toezeggen dat de regering in dat scenario bijspringt.