Muziek van Auschwitz klinkt voor het eerst

Patricia Hall Vrijdag wordt voor het eerst het in Auschwitz gevonden muziekstuk ‘Die schönste Zeit des Lebens’ uitgevoerd. Hoogleraar Patricia Hall deed de vondst. „Deze foxtrot is heel expressief.”

Het universiteitsensemble van de University of Michigan repeteert de uitvoering van de in Auschwitz gevonden foxtrot. Foto Christopher Boyes

‘De mooiste tijd van het leven’ en ‘Zing een liedje als je droevig bent’. Toen Patricia Hall, hoogleraar muziektheorie aan de University of Michigan twee jaar geleden in de archieven van concentratiekamp Auschwitz ging graven op zoek naar muziekstukken, werd ze getroffen door de titels. „Ik kon het niet geloven”, zegt ze in een telefonisch interview met NRC. „Ze waren zo ironisch en tegelijkertijd zo hartverscheurend, als je bedenkt wat deze gevangenen doormaakten.”

Lees ook over ‘Yiddish Glory’, een online-archief met muziek van Russische Joden: Liedjes uit het concentratiekamp

Vrijdag brengt een ensemble van de School of Music, Theatre and Dance van de University of Michigan de foxtrot ‘Die schönste Zeit des Lebens’ ten gehore bij een concert op de universiteit. Het is voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog dat het stuk wordt uitgevoerd zoals het in het kamp geklonken moet hebben.

‘Die schönste Zeit des Lebens’ is een lied van de Duitse filmcomponist Franz Grothe dat in Auschwitz opnieuw is gearrangeerd. In oktober maakte het ensemble van de universiteit onder leiding van docent en dirigent Oriol Sans al een professionele opname voor het Auschwitz-Birkenau-museum.

Hoogleraar Patricia Hall vond de partituur van ‘Die schönste Zeit des Lebens’ in Auschwitz. Het is nooit eerder uitgevoerd sinds de Tweede Wereldoorlog. Foto Christopher Boyes

Patricia Hall ging in 2016 naar Polen met beperkte verwachtingen. Ze doet al veertig jaar manuscriptenonderzoek en had van een collega gehoord dat er in het voormalige nazikamp manuscripten moesten liggen. Wat ze verwachtte, waren annotaties op gedrukte muziekstukken. Het bleken echter complete, handgeschreven partituren op verfijnd papier te zijn.

„De muzikanten in het kamp moesten de muziek zelf arrangeren voor de instrumenten die ze hadden”, vertelt Hall. Dat leverde een heel ongebruikelijke bezetting op, in het geval van deze foxtrot: negen violen, een trombone, een tuba, een altviool, en twee klarinetten. Volgens Hall is het belangrijk om dit muziekstuk uit te voeren zoals het in 1943 moet hebben geklonken. „Je kunt lezen dat gevangenen een of ander muziekstuk speelden, maar die muziek echt horen is een compleet ander verhaal.”

Hall werkte samen met dirigent Oriol Sans en promovendus Joshua DeVries, die de partituur lees- en speelbaar maakte. Hall was in eerste instantie bezorgd dat de foxtrot weliswaar historisch accuraat, maar niet om aan te horen zou zijn. Het destijds populaire dansliedje was eigenlijk bedoeld voor een complete brassband van een man of dertig. „Ik was blij verrast toen ik hoorde hoe het klonk.”

Raphael Wallfisch zou niet geboren zijn zonder het instrument dat hij bespeelt: De zoon van de celliste van Auschwitz

Uit eerder gepubliceerde getuigenissen van Auschwitz-overlevenden is bekend dat de orkestleden onder meer zondagmiddagconcerten gaven in de villa van een kampcommandant. „Deze foxtrot is een heel expressief, zelfs euforisch klinkend stuk over verliefd worden in de maand mei”, zegt Hall. „Ik weet vrijwel zeker dat dit stuk daar werd opgevoerd, en dat officieren erop hebben gedanst.”

Onderzoeker Patricia Hall en promovendus Joshua DeVries bestuderen het manuscript van ‘Die schönste Zeit des Lebens’. Foto Christopher Boyes

Muzikanten genoten weliswaar voordelen zoals vrijstelling van zware dwangarbeid, maar ontliepen niet alle verschrikkingen van het kamp. „We denken graag dat muzikanten gered zijn door hun talent, maar een van de gevangenen die de foxtrot noteerden, vertelde in zijn getuigenis dat vijftig orkestleden waren weggehaald en geëxecuteerd.”

Lees ook over de ‘Auschwitzviool’ van vioolbouwer Amnon Weinstein: De Joodse viool is weer in goede handen

Er zijn nog zeker acht manuscripten te onderzoeken. Hall weet nog niet zeker of ze dat zelf gaat doen. „Archiefonderzoek met uitzicht op de barakken van Auschwitz herinnert je constant aan de leefomstandigheden van de gevangen muzikanten”, zegt ze. „Dat is een voordeel, maar het is ook deprimerend.” Eén gevonden manuscript blijft haar in elk geval zo fascineren dat ze het moeilijk uit handen zal kunnen geven: geen foxtrot deze keer, maar een tango.

    • Jannie Schipper