‘Na mijn huwelijk begreep ik dat ik mijn eenzaamheid zelf had veroorzaakt’

Olivia Laing Olivia Laing is een van de origineelste Britse schrijvers van dit moment en blinkt uit in haar verkenningen van het menselijk tekort. ‘Mensen voelen zich bedreigd door wat fluïde is.’

‘Ik schreef Crudo puur als experiment voor mijzelf”, zegt Olivia Laing. „Het speelt zich exact af in de tijd dat ik het schreef. Ik mocht van mezelf niet teruglezen wat ik de dag ervoor had geschreven. Ik wilde een turbulent moment zo direct mogelijk vastleggen, in mijn eigen leven en in de wereld van de politiek, de tijd van Brexit en Trump. Het moment dat je beseft dat je je eigen leven niet langer los kunt blijven zien van wat er in de wereld gebeurt.”

Ik zoek Olivia Laing op in Cambridge, waar zij met haar kersverse echtgenoot, een dichter en academicus, in een rustige straat woont. Laing is, wat mij betreft, een van de origineelste Britse schrijvers van dit moment. Ze verstaat de kunst diep in de levens van anderen binnen te dringen, meestal andere schrijvers en beeldend kunstenaars, en die op te nemen in gedurfde, prachtig geschreven essayistische verkenningen van het menselijk tekort.

In haar debuut To the River deed ze dat aan de hand van de zelfmoord van Virginia Woolf, in The Trip to Echo Spring onderzocht ze de relatie van schrijvers als Ernest Hemingway en Tennessee Williams met sterke drank. In het meesterlijke The Lonely City schrijft ze over eenzaamheid.

Crudo is ogenschijnlijk fictie, maar ook hier mengt Laing haar eigen leven brutaal met dat van een ander, in dit geval de legendarische punkschrijfster Kathy Acker (1947-1997). Haar dagboekachtige relaas over een ongebonden schrijver die op punt van trouwen staat in een wereld die op zijn kop is gezet, doorspekt ze met citaten van Acker zelf. „Bij Acker durfde ik dat, omdat ze zelf plagiaat tot kunst had gemaakt. Als meisje kreeg ze van haar leraar, de dichter David Antin, de opdracht om naar de bibliotheek te gaan, een willekeurige roman uit te kiezen en die keihard te plagiëren. Dat deed hij omdat hij genoeg had van al die persoonlijke bekentenissen van zijn studenten, hij wilde dat ze zich de verhalen van anderen eigen maakten. Acker vind ik zwaar onderschat, haar reputatie van punkprinses zit haar in weg. En haar thema’s, die een tijdlang achterhaald leken, zo jaren tachtig – terrorisme, hypergeweld, seksuele identiteit – zijn juist uiterst relevant.”

U koestert een grote affiniteit met kunstenaars die zich in de marge van de samenleving ophielden, even radicaal als onaangepast.

„In The Lonely City, waar ik over New York in de jaren tachtig schrijf, heb ik iedere zweem van nostalgie geprobeerd te vermijden. Het was de tijd van de aids-crisis, er was armoede, ziekte en geweld. Een kunstenaar als David Wojnarowicz, die een belangrijke rol heeft in mijn boek, overleefde een tijdlang op straat als jongenshoer.

„Maar ik begrijp de aantrekkingskracht die ervan uitgaat voor een nieuwe generatie. Het was een tijd voordat alles aangeharkt werd, mensen vonden nog lege ruimtes om in te werken, het was voordat alles gehomogeniseerd en gladgestreken werd, met op iedere hoek een Starbucks.”

U beschrijft zichzelf als eenzaam in New York, na een stukgelopen relatie, zittend in het donker, urenlang starend naar het scherm van uw laptop. In onze tijd, stelt u, verlangen we constant naar aandacht, maar zijn we doodsbang voor echt contact.

„Dat is waarom Andy Warhol ons nu zoveel te zeggen heeft, want het raakt aan de kern van zijn werk. Die drang om gezien te worden, in de smaak te vallen, likes te verzamelen. En tegelijkertijd de angst te veel van jezelf te laten zien, mensen dichtbij te laten komen. Crudo gaat over het neerhalen van die barrières, wat er met iemand gebeurt die het moeilijk vindt intimiteit toe te laten, en dat toch probeert. In The Lonely City was ik vooral bezig met eenzaamheid als gevolg van sociale uitsluiting. Maar toen ik daarna zelf een relatie kreeg die tot een huwelijk leidde, begreep ik dat ik mijn eigen eenzaamheid ook zelf had veroorzaakt, dat ik net als Warhol intimiteit op een afstand hield.”

Echte intimiteit vereist een solide zelfbeeld, schrijft u.

„Je moet weten dat je ook iets te geven hebt, je niet volledig laten wegvagen door de ander. The Lonely City gaat over mensen die daar slecht toe uitgerust waren, zoals Warhol, door ervaringen in hun jeugd. Het gevaar is dat je je dan terugtrekt in een eigen wereld, en iedere poging van contact van buitenaf als een invasie ziet.”

Maar mensen zien hun identiteit vaak ook als een harnas, die hen moet beschermen tegen een vermeend vijandige buitenwereld.

„Maar dan gaat het om een fantasie van een solide ik. Ik denk bijvoorbeeld dat veel extreem-rechtse jonge mannen door eenzaamheid worden gedreven. Gebrek aan eigenwaarde maakt je vatbaar voor allerlei illusies, bijvoorbeeld dat je tot het superieure witte ras behoort. Een absurde fantasie, die vervolgens tegen iedere prijs in stand moet worden gehouden. Dan weiger je jezelf juist open te stellen. Een echte relatie met iemand anders maakt korte metten met je geïdealiseerde zelfbeeld. Je blijkt ineens egocentrisch, kortzichtig, of wat dan ook. Je komt jezelf tegen op allerlei manieren die niet aangenaam zijn. De prijs voor echte intimiteit is dat je die onvolwassen zelfidealisering opgeeft. In onze huidige cultuur wordt dat knap lastig gevonden.”

U schrijft het liefst over mensen die zich, vaak noodgedwongen, weinig aan hokjes gelegen laten liggen.

„Ik ben tegen begrenzingen, op alle niveaus. Ik wil ook geen schrijver zijn die keurig een lijntje om zijn werk trekt en zegt, dit is mijn genre en daar houd ik het bij. Een verspilling van creativiteit. Er zijn zoveel verschillende manieren om iets vorm te geven. Ik voel me ook het meeste aangetrokken tot hen die iets onbepaalds hebben, in hun geslacht, in hun manier van zijn. Zoals Virginia Woolf.”

Dat verlangen naar onbepaaldheid, wordt dat tegenwoordig beter begrepen dan vroeger?

„Op een bepaalde manier zeker wel, maar het verzet ertegen is ook veel heftiger. Het is echt een strijdperk geworden. Mensen voelen zich bedreigd door wat fluïde is. Ze worden angstig en woedend wanneer je zegt dat je grenzen wilt opheffen.”

In ‘The Lonely City’, schreef u onlangs op Twitter, kwam u uit de kast als transpersoon. Dat is inderdaad zo, maar je moet wel goed lezen. Meer dan een paar regels besteedt u er niet aan.

„Zelf zit je eindeloos te dubben over hoe je zoiets gaat zeggen. Daarna lig je er wakker van, het voelt zo intens belangrijk. En vervolgens blijken mensen er zo’n beetje overheen gelezen te hebben!”

Maar het staat er ook een beetje achteloos, als een voetnoot bijna.

„Dat is het zeker niet. Het is iets dat gezegd moet worden, omdat het om een identiteit gaat die altijd het gevaar loopt weggedrukt te worden. Je moet erover blijven praten. Hoewel ik beken dat ik er niet graag over praat.”

Lees ook de recensie van The Lonely City: Blijf weg bij eenzame mensen

Waarom niet?

„Omdat ik het als privé beschouw, als iets persoonlijks. Het heeft ook te maken met de manier waarop er over mijn persoonlijke leven werd geschreven in recensies van Crudo. Daar geef ik zelf aanleiding toe door mijn leven als uitgangspunt te nemen, maar voor mij is het precies dat, het uitgangspunt. Het is een ideeënroman.”

Is het ook angst om die onbepaaldheid weer kwijt te raken, doordat er toch weer een etiket op wordt geplakt?

„Ja, dan wordt het een kleine gevangenis. Aanvankelijk was het een manier voor mij om te zeggen: ik wil me door geen enkel geslacht laten begrenzen, tussen de twee geslachten is er een ruimte die fluïde is. Maar nu is dat ook weer een vastomlijnde identiteit, mensen hebben er meteen een idee bij. En dat is precies wat ik niet prettig vind.”

Juist opkomen voor die onbepaaldheid, de onbegrensdheid van de menselijke natuur, lijkt me de kern van uw werk.

„Ik wil ook laten zien dat het niet enkel een literair ideetje is, maar dat het wel degelijk over mijn eigen leven gaat.”

In uw boeken schrijft u op een intens persoonlijke manier over kunstwerken. U lijkt kunst te zien als een unieke manier van communicatie.

„Wat mij denk ik het meest boeit, is het kunst maken op zich, het moment waarop iemand besluit iets te gaan tekenen, schilderen of in woorden op papier te zetten. Ik beschouw dat als een groot goed in deze wereld. Dat iemand die niet goed zijn weg kan vinden te midden van andere mensen, iets gaat maken waar iemand anders in een andere tijd dan weer naar kijkt en op reageert. Die overdracht middels een artefact, een object, dat fascineert me mateloos. Dat we ons niet afsluiten en op die manier troost zoeken voor waar we mee worstelen, vind ik ontroerend. Het is het hoogste waartoe de mens in staat is. Daarom is de populistische redenering dat kunst een speeltje van de elite is ook zo gevaarlijk. Kunst behoort iedereen toe. Het is geen luxeartikel, het is geen hobby, het is essentieel voor ons bestaan.”

    • Bas Heijne