De tijd voor Klaasfondue

Janneke kookt Drie soorten kaas, wat wijn. Zo maak je zelf kaasfondue.

Foto Merlijn Doomernik

Ooit was de klaasfondue van vriendin C befaamd in de wijde omtrek van Den Haag. Niet zozeer vanwege de fondue zelf, maar vanwege hoe heerlijk die sinterklaasavondjes altijd uit de klauwen liepen. In de beginjaren waren we misschien met tien of twaalf, maar op een gegeven moment zaten we met zeker vierentwintig man rond haar keukentafel. Dat paste natuurlijk niet, maar dat gaf niks, je was allang blij dat je was uitgenodigd. De helft van de gasten stond sowieso de helft van de tijd in de tuin te roken, en de kinderen voederden we meestal vooraf met pasta. Ook lieten we ze alvast hun cadeaus uitpakken, zodat we de rest van de avond geen omkijken naar ze hadden.

Nadat wij volwassenen ons vaagmisselijk hadden gegeten en al behoorlijk vrolijk hadden gedronken, verplaatsten we ons naar de woonkamer waar we, half over elkaar heen liggend voor de open haard, begonnen met een dobbelspel waarvan ik de regels nooit precies heb begrepen, maar waarbij mensen opeens bloedfanatiek werden over het winnen van een Aldi-chocoladeletter, een paar goedkope jarretels en de lelijkste koffiemok van dit universum (en beyond). Daarna werd het grut boven onder de wol gestopt en werd beneden het licht gedempt en ging de muziek juist een paar tandjes harder. Voor we ons slapende kroost inclusief nieuw speelgoed naar huis droegen, was het meestal diep in de nacht.

Ach, das war einmal. Inmiddels zijn nog maar een paar van ons níét gescheiden en vieren onze kinderen liever ‘Sinterklaas met Kerst’. Bijna niemand rookt meer – hetgeen uiteraard, begrijp me goed, een positieve zaak is –, zelfs met drinken zijn sommigen gestopt en allemaal vallen we al om half twaalf om van de slaap. Je moet dezer dagen oppassen te beginnen over sinterklaastradities, maar soms is het best jammer als er eentje ophoudt. Dus vroeg ik vorig jaar, na jaren niets bijzonders te hebben gedaan op 5 december, C en haar zoon te eten. Twee gescheiden moeders, drie opgeschoten tieners. We aten klaasfondue. Daarna speelden we Monopoly, dronken warme chocolademelk (de tieners) en wijn (de moeders) en het werd een hartstikke gezellig avondje. Om 10 uur kondigden de jongens aan nog even naar vrienden te gaan. Hun moeders gaapten. Veel plezier! En niet te laat thuis hè.

Soms moet je een oude traditie gewoon in een nieuwe vorm gieten.

Kaasfondue

(4 personen)

1 teen knoflook, gehalveerd;
400 ml droge witte wijn;
een paar druppels citroensap ;
350 g emmentaler, grof geraspt;
350 g gruyère, grof geraspt;
100 g roquefort, verbrokkeld (of 100 g extra emmentaler of gruyère);
2 tl maïzena;
een borrelglaasje kirsch of grappa.

Om te dippen: (stok)brood, in de schil gekookte (gehalveerde) krieltjes, rauwe en/of geblancheerde groenten.

Neem een caquelon (een hittebestendige, aardewerken fonduepan) of een klein, zwaar emaillen pannetje. Wrijf de binnenkant in met de knoflook. Schenk de wijn in de pan, voeg een paar druppels citroensap toe zet op middelhoog vuur.

Voeg zodra de wijn begint te borrelen handje voor handje de kazen toe, onderwijl stevig roerend met een houten lepel.

Roer in een kopje de maïzena los met de kirsch of grappa. Schenk het papje bij de kaas en blijf voortdurend roeren, zodat een mooie, soepele saus ontstaat.

Proef en breng op smaak met (witte) peper. Serveer op een rechaud, met het brood, de aardappeltjes en groenten eromheen. Zet ook een schaaltje zure augurkjes en/of zilveruitjes op tafel, of geef er een eenvoudige salade met een zurige dressing bij. Iets goed zuurs in elk geval, als tegenhanger van het kaasgeweld.

    • Janneke Vreugdenhil