In beeld

In Tijuana wachten migranten in uitpuilend sportcomplex op hun beurt

In de Mexicaanse grensstad Tijuana is nu een week de noodtoestand van kracht, sinds er ruim 5.000 migranten wachten voor ze een asielaanvraag in de Verenigde Staten mogen doen. Omdat er maar honderd per dag aan bod komen is dat een oefening in geduld. Tussen de plassen en tentendoeken in.
Een migrant hangt zijn was te drogen aan een hek in het tijdelijk opvangcentrum dat is ingericht in Tijuana
Foto Alkis Konstantinidis / Reuters
Luchtfoto van het geïmproviseerde kamp, waar zo'n 5.000 migranten verblijven.
Foto Guillermo Arias / AFP
Door de grote hoeveelheid mensen die in Tijuana dicht op elkaar leeft ontstaat de kans op infecties. Een man probeert zichzelf daar tegen te beschermen.
Foto Rebecca Blackwell / AP
De zestienjarige Luis Fune uit Honduras heeft inmiddels werk gevonden in Tijuana. Niet ver van het kamp vandaan verkoopt hij taco's.
Foto Guillermo Arias / AFP
Een meisje draagt een korte broek in de kleuren van de vlag van het land waar zij en haar familie asiel zullen aanvragen.
Foto Rebecca Blackwell / AP
Rondom de toiletten en douchegebouwen in Tijuana staat het volledig blank.
Foto Ramon Espinosa / AP
Luizencontrole bij migrantenkinderen.
Foto Rebecca Blackwell / AP
Door regenval en een gebrek aan riolering is een waterballet ontstaan.
Foto Hannah McKay / Reuters
Reclame voor frisdrank in het voormalig sportcomplex waar de migranten zich hebben verzameld.
Foto Rebecca Blackwell / AP
Het complex is niet berekend op de hoeveelheid migranten die er nu bivakkeert, dus slapen sommigen buiten.
Foto Rebecca Blackwell / AP
Een Amerikaanse sympathisant deelt blikken soep uit.
Foto Rebecca Blackwell / AP
Na het douchen direct terug de modder in.
Foto Ramon Espinosa / AP
Ondertussen is een bus met nieuwe kampbewoners van Mexicali onderweg naar Tijuana.
Foto Pedro Pardo / AFP
Zaterdag treedt een nieuwe regering aan in Mexico. Die wil in ruil voor het opvangen van de migranten minstens 1,5 miljard dollar zien van de Verenigde Staten.
Foto Ramon Espinosa / AP