Opinie

Het is tijd voor een Partij voor de Kinderen

Welzijn Dat Nederlandse kinderen tot de gelukkigste ter wereld behoren, is een sprookje, meent . De kloof tussen hen die het goed hebben en die het slecht hebben, groeit.

‘Spijbelstaking’ van scholieren, in september, bij het Tweede Kamer-gebouw in Den Haag om aandacht te vragen voor het klimaat. Foto Bart Maat

We doen in Nederland meer om het uitsterven van de grutto’s (waarvan we er nog 30.000 hebben) tegen te gaan dan om het verdwijnen van zo’n 250 kinderpsychiaters uit de hulpverlening te voorkomen. Er is een groeiend tekort aan kinder- en jeugdpsychiaters; met name het aantal vrijgevestigde kinder- en jeugdpsychiaters is in bepaalde regio’s fors geslonken. Dat politici niet proberen het tij te keren, is een teken aan de wand.

Alle politieke partijen, de een wat meer dan de ander, laten kinderen en jongeren in de kou staan. Kinderen kunnen niet stemmen, dus een politicus die zich inzet voor kinderen, ziet dat niet terug in gestegen aantal stemmen. (Waarom verlagen we de kiesgerechtigde leeftijd niet naar zestien jaar, zoals in Brazilië?).

Nu kinderen niet kunnen stemmen, en politieke partijen het onvoldoende voor hen opnemen, moeten anderen ervoor zorgen dat hun belangen worden vertegenwoordigd, dat hun stem wordt gehoord. Ik pleit dan ook voor de oprichting van een Partij voor de Kinderen, analoog aan die van de Partij voor de Dieren. Bovendien, het kost uiteindelijk veel meer geld om problemen die mensen hebben opgelopen in hun jeugd later nog te repareren – als dat al kan.

Sprookje

In 2013 hielp Unicef het sprookje de wereld in dat in Nederland de gelukkigste kinderen leven. De VN kinderrechtenorganisatie vergeleek het welzijn van kinderen in 29 rijke geïndustrialiseerde landen op vijf onderwerpen. Ook keek men naar zelfrapportages van kinderen. Hieruit blijkt dat Nederlandse kinderen hun leven gemiddeld het hoogste rapportcijfer geven, goed kunnen praten met vader en moeder, hun klasgenoten aardig en behulpzaam vinden. Over het algemeen scoorden Nederland en de Scandinavische landen hoog. Amerika en Zuid Europese landen scoorden laag.

En dan was er nog het Health Behaviour in School-aged Children (HBSC)-onderzoek (2018). Aan dit internationale onderzoek, in samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), deden ongeveer 200.000 kinderen in de leeftijd van 11, 13 en 15 jaar mee, uit 42 verschillende landen. De kinderen gaven antwoord op uiteenlopende vragen: hoe gelukkig en gezond ze zich voelen, hoe zij school ervaren. Vooral het gebruik van verdovende middelen, seksualiteit en welbevinden werden onderzocht. Nederlandse basisscholieren geven hun leven gemiddeld een 8,3, zo bleek uit dit onderzoek. Middelbare scholieren geven een 7,6. De scholieren bleken overwegend positief over de relatie met hun ouders, vrienden en klasgenoten. Zo werden Nederlandse jongeren opnieuw gebombardeerd tot de gelukkigste van Europa.

Toch merkte het Trimbos Instituut op basis van dit onderzoek terecht op dat een op de vijf jongeren in Nederland last heeft van emotionele problemen. De helft van de Nederlandse jeugd ervaart psychosomatische klachten, zoals slaapproblemen, hoofdpijn en zenuwachtigheid. Mijn conclusie is dat als je als kind ter wereld komt met autismespectrum problemen, ADHD, een genetische kwetsbaarheid voor depressie of psychose; dat als je als kind een trauma oploopt, je ouders ook nog zelf fikse problemen hebben, je prikkelgevoelig bent of de onrust wilt dempen, dat het dan makkelijk is verslaafd te raken of diep te vallen – maar hulp is niet makkelijk te verkrijgen. De kloof tussen met wie het goed gaat en niet goed gaat, wordt snel groter.

Lees ook: Middelbare scholieren voelen steeds meer druk

In Finland heb je misschien wel goede scholen, maar kinderen voelen zich er vaak eenzaam. In Roemenië is veel armoede (vergeleken met Nederland) en in de VS maken kinderen zich zorgen of ze op school zullen worden neergeschoten. Ja, vergeleken met dit soort problemen doen wij het beter. Maar het is niet juist. Wij koesteren het sprookje van de gelukkigste kinderen.

Zweep

Wel een Partij voor de Dieren, geen Partij voor de Kinderen. Dit is niet het enige tijdperk waarin men het welzijn van dieren belangrijker vindt dan dat van kinderen. Toen men in 1875 in New York werd geconfronteerd met een meisje dat was geslagen met een zweep, ging men te rade bij The American Society for the Prevention of Cruelty to Animals. Wetten over kindermishandeling ontbraken immers. Het leidde tot de oprichting van The New York Society for the Prevention of Cruelty of Children. Ook in Engeland keken rechters in het geval van kindermishandeling naar wetten die waren bedoeld voor paardeneigenaren die hun dieren mishandelden. Ook in de politiek vinden we dieren nog belangrijker dan kinderen. Dat moet snel veranderen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.