Recensie

Die vos is in- en inslecht, maar wie is er een haar beter?

Koos Meinderts Gevierd kinderboekenschrijver Meinderts bewerkte Van den vos Reynaerde tot een knap en feestelijk vreugdevuur van dubbelzinnigheden. (●●●●)

De eerste zin van Koos Meinderts’ hervertelling van Van den vos Reynaerde zet meteen de toon. En precies de goede toon: ‘Terwijl Reinaert de Vos tijdens het monopoly-spelen met zijn kinderen stiekem een briefje van duizend uit de bank jatte en zich te goed deed aan een kipkluifje, verklaarde Koning Nobel in de paleistuin de jaarlijkse Hofdag voor geopend.’

Koos Meinderts (1953), die in 2017 de Gouden Griffel won met Naar het noorden, zet de valse anarchistenvos daarmee meteen neer op een manier die een kinderpubliek perfect zal vatten: hij speelt vals! Tijdens een spelletje met zijn kinderen nog wel! En er zit meer in die ene zin: Reinaert onttrekt zich klaarblijkelijk aan het voorname ceremonieel en, in een moeite door, aan het gezag van de vorst. Hij wijdt zich aan bourgondisch gevreet, nee, hij doet zich te goed – aan kipkluifjes, wat allemaal zo onschuldig klinkt dat je het hem nauwelijks kunt misgunnen.

Ondertussen klapt aan het hof de doos van Pandora open. Een dief is Reinaert, een smeerlap, kippenmoordenaar, de dieren zijn het zat. De neef van Reinaert werpt nog tegen dat de vos zijn zondige leefstijl heeft afgeworpen. Hij ‘leeft als een monnik’ en ‘eet al maanden vegetarisch’. Ja, vegetarische kipkluifjes, zeker.

Gepiep uit de slaapkamer

Meinderts, die misschien wat al te bescheiden als bewerker van het verhaal wordt aangeduid, doseert zijn informatie razend knap, waarbij hij volgens mij de kennis van zijn jonge lezers heel precies aanvoelt en te veel noch te weinig vertelt. Daarmee eert hij het oorspronkelijke werk, de Middelnederlandse satire Van den vos Reynaerde, die ook pas echt leuk is voor een goede verstaander. De vertaalslag is daarmee geen sinecure: maak maar eens wat van die specifieke verwijzingen naar de middeleeuwse machtsverhoudingen, van het spotten met de gezagsdragers van toen. Een restant daarvan schemert door in de episode over ‘mijnheer pastoor’, bij wie er nachtelijk gepiep uit de slaapkamer klinkt (‘Die mag dan weleens een nieuw bed aanschaffen’, schrijft Mein-derts nadrukkelijk-onnadrukkelijk), en die even later in zijn blootje met zijn huishoudster ten tonele verschijnt. Dat zo’n grap nu nog werkt, zit ‘m natuurlijk in de verschillende niveaus ervan: blasfemie en kindergrap ineen.

Lees ook de recensie van Naar het noorden: Koos Meinderts schrijft verfijnd en kalm over oorlogskinderen

In De schelmenstreken van Reinaert de Vos laait het vreugdevuur van dubbelzinnigheden hoog op en iedereen krijgt er heerlijk van langs – en dankzij de fijnzinnige formuleringen van Meinderts blijft die spot niet beperkt tot deze dieren. Als Reinaert wordt gearresteerd voor zijn ‘wandaden begaan jegens de dierlijkheid’, hoor je ook de melige woorden waarmee wij ons zo vroom beroepen op de rechtsstaat. Vergeefs natuurlijk, want wie kwaad wil veegt met regels zijn achterste af. Zo ook Reinaert, die uiteindelijk de rechtsprekende koning inpakt, inspelend op zijn egoïsme. In- en inslecht is de vos, maar wie is er nou echt een haar beter? Zo werd Meinderts’ bewerking goddank gepast immoreel, waardoor de ironische disclaimer in het colofon, dat het boek ‘ernstige schade [kan] toebrengen aan de tere kinderziel’ eigenlijk volkomen terecht is.

Een feest dus, deze zwierige opfrissing van het bestaande verhaal, wat in niet geringe mate te danken is aan de illustraties: elk van de achttien hoofdstukken is door een andere tekenaar geïllustreerd. Dat biedt een aardige staalkaart van de belangrijkste gevestigde Nederlandse illustratoren: van de intense eenvoud van Annemarie van Haeringen tot woeste dubbelzinnigheid bij Sylvia Weve en weergaloos clair-obscur van Thé Tjong-Khing. Zo veel sterren naast elkaar, dat leverde wonderwel géén ratjetoe op, wat denkelijk toch vooral te danken is aan de eeuwenoude vos, telkens het stralende middelpunt, en in elke beeltenis weer sluw op geheel eigen wijze. Onverslaanbaar, onweerstaanbaar.

    • Thomas de Veen