Recensie

Deze chef kan het, maar er is nog wel werk aan de winkel

Je kunt geen nieuw restaurant in Amsterdam bezoeken, of het gaat over shared dining. „Kent u ons concept? Shared dining!”, zegt de bediening opgewekt, alsof ze het zelf net hebben uitgevonden. Er zijn inmiddels voorbedrukte placemats en menukaarten met het vaag filosofische motto sharing is caring, iets dat bij ons thuis al verbasterd is tot sherry is kerrie. Beetje flauw misschien, maar niet zo flauw als horecaondernemers die ons het bos insturen met kleine porties eten en dure glazen wijnen. Want reken maar even mee: een ouderwets driegangenmenu voor 35 euro is in een respectabel restaurant geen uitzondering, bij de meeste shared dining-concepten kom je met vier hapjes op hetzelfde bedrag. En als het even tegenzit moet je friet, rijst of brood bij bestellen om de maag nog enigszins te vullen.

Mezze eten is iets anders, het is shared dining avant la lettre. Al bij de oude Grieken deden ze aan mezze, toen waren er nog helemaal geen horecaprijzen: kleine, lichte hapjes, vaak met een alcoholisch drankje genuttigd, en soms uitgebreid tot een feestelijke maaltijd. In het Midden-Oosten is mezze tot kunst verheven, Libanon is er beroemd om. Bij Dimitri’s in Oost (waar eerder de mannen van de Koreaanse zaak Yokiyo het probeerden maar jammerlijk faalden) serveren ze vooral mezze.

Het restaurant is gevestigd in een hoekpand op een lelijke, ongure plek bij de spoorviaduct van het Muiderpoortstation, zo’n plek waar het altijd waait, maar binnen is het warm en gezellig met ronde en vierkante tafels en zitjes, waardoor de grote ruimte toch intiem voelt. De bediening is buitengewoon aardig en servicegericht, we krijgen de tijd, een goed glas Libanese wijn (wit 5,- en rood 6,- per glas) en kraanwater, we voelen ons er meteen thuis. Even hopen we op een echte Dimitri aan tafel, zo’n mediterrane man met een zwarte snor en borstelwenkbrauwen, maar Dimitri’s is op de tekentafel bedacht en er werken alleen maar jonge mensen, inclusief de 22-jarige chef.

Foto Nick Somers

Er wordt een menu van vier mezze (vlees, vis en vegetarisch) en koffie/thee of dessert (28,50 p.p.) geserveerd. Alle gerechten zijn ook los te bestellen, maar wij kiezen voor het gemak van een menu en omdat we met z’n tweeën zijn krijgen we dus acht gerechten. Plus wat flatbread met hummus, baba ganoush en raita (5,50).

De korte versie van onze eetervaring: de gerechtjes zijn niet slecht maar excelleren nergens, de presentatie is goed, maar het is qua smaak middelmatigheid troef. Zo krijgen we kabeljauwbeignets, die het midden houden tussen oliebollen en kibbeling; er is te weinig smaakcontrast, ook al zit er chimichurri en limoen bij. De ceviche van zeebaars lijdt aan hetzelfde euvel. Het is bekend bij ceviche dat de rauwe vis vaak te lang gaart in zuur, maar hier gebeurde dat juist zo kort dat er door de bijgeleverde rode peper, limoen en koriander niets van de smaak overblijft. De tijgergarnalen met gepofte knoflook zijn mooi gegrild, maar komen met een halve gegrilde citroen – we weten niet wat we ermee moeten.

Met de twee vleesgerechten, kalfslende met granaatappelpitten en runderstoof, gaat het beter; dit zijn mooie, volle gerechtjes met pittige Oosterse kruiden, waardoor je de indruk krijgt dat de chef het wel kan. Maar de mezze van groenten gaan regelrecht de mist in. We krijgen grote stukken best wel harde bloemkool, met bruine boter die we nauwelijks proeven (terwijl die juist verleidelijk is), de geroosterde prei is verbrand, zodat we de buitenste bladeren moeten laten liggen, de geroosterde aubergine is smeuïg en zacht, maar de bijbehorende saffraanyoghurt smaakt alleen maar naar saffraan. Op papier zijn het goede gerechten en de chef heeft ze prachtig opgemaakt, maar de smaken zijn niet in balans, over de hele linie is het te laf.

De gunfactor bij Dimitri’s is groot, vandaar toch een 7-. Het zijn aardige mensen en ze doen zo hun best, maar er is nog veel werk aan de winkel.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.
    • Petra Possel