Opinie

    • Auke Kok

De Dam, dat zijn wij

Wat goed dat af en toe iemand de moeite neemt de belangrijkste en onmogelijkste plek van Amsterdam eens nader te bestuderen. Fred Feddes deed dat. Fijn – kan ik eindelijk weer langs de Dam fietsen zonder te denken, wat een rotplein. Fred Feddes, een groot stadskenner, gaf vorige week een exposé in De Industrieele Groote Club en hij schreef een dik en rijk geïllustreerd boek over de Dam. Verplichte literatuur voor iedereen die, zoals ik, soms vloekend en zuchtend over dat plein loopt, of, erger nog, fietst.

Een ongemakkelijke vlakte is het, een vreemde mix van plein en kruispunt. Toeristen en dagjesmensen hebben daar geen last van, maar die lopen toch al verdwaald rond en hebben waarschijnlijk niets beters te doen. De stedeling mijdt het Grote & Gruwelijke van de Dam zo veel mogelijk. Dankzij Fred Feddes snap ik beter hoe dat komt en is het ineens zo erg niet meer.

Een ongemakkelijke vlakte is het, een vreemde mix van plein en kruispunt

Vanuit De Industrieele Groote Club heb je er een mooi uitzicht op: treffend dat Feddes zijn zoveelste Amsterdamboek daar kwam toelichten – en er deze week De Dam ook presenteerde. Alleen al mijn terugkerend gemopper over de uitgebleven regie is nu kleurrijk van achtergronden voorzien. Het komt erop neer dat de steenvlakte tussen paleis, Bijenkorf en Kras zo, ja, zo niksig is omdat wij Nederlanders zijn, geen Spanjaarden of Italianen. Geen vorst die het volk liet bloeden voor een markant, behaaglijk omzoomd plein ter meerdere eer en glorie van hemzelf. Nee, doceert Feddes, de Dam zoals wij die kennen is een uitvloeisel van zuinige beslissingen – op dat immense stadhuis/paleis na dan. In plaats van het koninklijk statement triomfeerde het compromis.

Een op zich begrijpelijk voorstel om de Dam tot één groot geheel te maken, door recht tegenover het paleis een majestueus beursgebouw neer te zetten, bleek te duur. Oplossing: beursgebouw een stukje verderop, aan het Damrak. Nét niet aan het plein, dat mede daardoor niet als een plein aanvoelt. Iedereen een beetje tevreden.

Inzake de Dam is gepuzzeld, geschoven, gepolderd. De Dam, met andere woorden, dat zijn wij. Zaniken over de Dam – die openingen, die tramrails, die winderige schuine hoeken – is eigenlijk zelfhaat. We kunnen het maar beter aanvaarden.

Dankzij Feddes begrijp ik eindelijk ook waarom het kruisen van de Dam vanuit de Damstraat zo’n crime is. De verkeerslijnen lopen al sinds de middeleeuwen noord-zuid: langs de Amstel. De Nieuwendijk en de Warmoesstraat als eerste dijken aan weerszijden van de rivier, daar weer naast de Spuistraat, de Nieuwezijds. De lijn oost-west is altijd lastiger geweest, want dan moest je de rivier over. De dam werd een marktplein, er kwam een tweede marktplein, de polder deed de rest.

Ons nationale plein is prima geschikt voor ceremonies en nationale herdenkingen – waarvoor we dan wel eerst alle verkeer moeten lamleggen. Op alle andere dagen van het jaar is het schipperen geblazen in wat politiek-cultureel dus gewoon een polderlandschap is.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok