Brieven

Brieven

Juridisch commentator van NRCFolkert Jensma en burgemeester Koen Schuiling van Den Helder staan in Opinie & Debat (24/25 november) respectievelijk borg en pal voor het demonstratierecht. Zij beroepen zich beiden op het recht van demonstratie als een grondrecht en kernwaarde van onze democratische rechtsstaat. En beiden geven met voorbeelden aan hoe ver zij vinden dat we moeten gaan in het ruimte maken voor demonstraties. Vrees voor de openbare orde of vijandige publieksreacties kunnen geen reden zijn voor een verbod. Dan moet er meer politie komen. En demonstraties moeten binnen oog- en gehoorsafstand kunnen plaatsvinden van datgene waar de demonstranten tegen ageren.

Laten we eens testen in hoeverre deze stellingname houdbaar is. Stel dat in Nederland een groepering opstaat die zich afzet tegen de nationale dodenherdenking op 4 mei. Deze groepering beschouwt de herdenking als het hypocriet stilstaan bij oorlogsslachtoffers terwijl Nederland tegelijkertijd wegkijkt bij oorlogssituaties waar zij naar de mening van de groepering medeverantwoordelijk voor is. De groepering wil met spandoeken demonstreren tijdens de herdenkingsplechtigheid bij het nationale monument op de Dam. De groepering beroept zich daarbij op precies die rechten die de heren Jensma en Schuiling hoog wensen te houden. Zij eisen het recht op om te demonstreren binnen oog- en gehoorsafstand van datgene waar ze tegen ageren, namelijk de in hun ogen hypocriete herdenking. Zij accepteren geen demonstratieverbod op basis van angst voor de openbare orde of vijandige publieksreacties.

De vraag is wat Jensma en Schuiling zouden vinden van de parlementariër die deze demonstratie tegen de herdenking op de Dam zou willen verbieden.

    • Theo Pols