Biologie

Springspin zoogt haar jongen met speciale ‘melk’

Exemplaar van de springspin Toxeus magnus. Via een opening in het midden van het achterlijf scheiden vrouwtjes een melkachtige substantie af waarmee ze hun jongen voeden. Foto Wikipedia

Moedermelk is niet voorbehouden aan zoogdieren: ook sommige spinnen zogen hun jongen. Dat schrijven Chinese onderzoekers deze week in Science. Vrouwelijke springspinnen van de in China en Taiwan levende soort Toxeus magnus voeden hun jongen tot wel 40 dagen na de geboorte met een vette melkachtige substantie. Daarmee is voor het eerst vastgesteld dat ongewervelde dieren ook doen aan lactatie.

De afgifte van melk van moeder op kind vindt bij de springspinnen plaats via de zogeheten epigastric furrow, een opening in het midden van het achterlijf. In de eerste week na de geboorte van de babyspinnen scheidt de moederspin kleine melkdruppeltjes uit en legt die in het nest. Na die eerste week zuigt haar nageslacht de melk direct via de buikopening op.

Veertigdaagse zoogperiode

Jonge springspinnen blijven de eerste twintig dagen na hun geboorte standaard in het nest en groeien in die tijd behoorlijk (van minder dan een millimeter groot tot 3,5 millimeter na twintig dagen). In de twintig dagen daarna gaan ze af en toe al wel zelf op voedseljacht, maar komen dan nog dagelijks terug naar het nest om bij hun moeder te drinken. En zelfs na die veertigdaagse zoogperiode keren ze nog regelmatig terug naar het nest, tot ze zestig dagen oud zijn. Dan beginnen ze, eenmaal volwassen en zo’n 6,5millimeter groot, aan hun zelfstandige bestaan.

In die laatste periode – tussen de veertig en zestig dagen – zijn alleen dochterspinnen welkom in het nest. Zoons worden door hun moeder weggejaagd, vermoedelijk om inteelt te voorkomen.

De spinnenmelk is vier keer zo eiwitrijk als koemelk en vooral in die eerste twintig dagen essentieel voor de overleving. Wanneer de onderzoekers de melktoevoer in die eerste periode bij een moederspin blokkeerden, dan stopte de ontwikkeling van de jonge spinnetjes en stierven ze zo’n tien dagen later. Werd de melktoevoer geblokkeerd wanneer de spinnen tussen de twintig en veertig dagen oud waren, dan gingen de jonge spinnen vaker buiten het nest op voedselzoektocht. Wel groeiden ze minder snel en hadden ze een hogere kans om te overlijden, mogelijk omdat kleinere spinnen een makkelijke prooi vormen voor predatoren.

Foerageertochten

Het zogen zorgt er in die tijd dus voor dat de jonge spinnen verzekerd zijn van voedsel, en minder kans lopen om te worden opgegeten tijdens hun foerageertochten. Zelfs spinnen die niet meer gezoogd worden, profiteren nog van de aanwezigheid van hun moeder, omdat ze het nest schoonhoudt en daarbij eventuele schadelijke parasieten verwijdert.

Springspinnen zijn overigens niet de enige ongewervelden die een melkachtige substantie produceren – kakkerlakken doen het ook – maar voor zover bekend wel de enige die dat gedurende langere tijd via een speciaal daarvoor bestemd orgaan doen. Daarmee vertoont de spinnenmelk meer overeenkomst met zoogdiermelk dan kakkerlakkenmelk, aldus de auteurs. Dat betekent niet dat springspinnen per definitie de enige ongewervelden zijn die zooggedrag vertonen: de onderzoekers vinden het hoog tijd om de ‘evolutie van de lactatie’ opnieuw onder de loep te nemen.

    • Gemma Venhuizen