Chinese homo omzeilt repressie

Homoseksualiteit in China

Veel Chinese homo-organisaties redden het alleen dankzij concessies aan de overheid. Zij richten zich bijvoorbeeld op de versterking van sociale harmonie.

Het homoseksuele koppel Sun Wenlin en Hu Mingliang probeerden tevergeefs via de Chinese rechter toestemming te krijgen om te trouwen. In 2016 vierden ze uiteindelijk een symbolisch huwelijk Foto VCG/VCG via Getty

Mama Ah Fang, een vrouw van 56 met droevige ogen en een vrolijke stippeltjesjurk, kon eerst alleen maar huilen toen ze merkte dat haar zoon homoseksueel is. „Ik dacht: wat hebben we fout gedaan, hoe kunnen we hem nog genezen?”

Zij is in China niet de enige die er moeite mee heeft als ze met homoseksualiteit in contact komt. Zo spande Ming Jue, schuilnaam van een leraar op een kleuterschool in de Oost-Chinese stad Qingdao een rechtszaak aan omdat hij was ontslagen nadat bekend werd dat hij homoseksueel was. Een paar dagen terug volgde de uitspraak: hij kreeg zijn baan niet terug, maar hij kreeg wel een financiële compensatie omdat de school zich niet aan de contractuele verplichtingen had gehouden.

Dat hij een rechtszaak kon beginnen, is al een overwinning in een land waar de onderdrukking van burgerrechtenbewegingen de laatste jaren sterk is toegenomen. Maar gek genoeg ontspringen organisaties voor homorechten vaak de dans.

Dat geldt zeker voor PFLAG, dat zich inzet voor acceptatie van homoseksuelen door hun ouders. De organisatie wist de afgelopen jaren te groeien en te professionaliseren. Mama Ah Fang vindt er steun, advies en lotgenoten. Daardoor heeft ze na drie jaar eindelijk kunnen accepteren dat haar zoon homo is. Ze praat er alleen nog steeds met niemand over en ze wil niet met haar volledige naam in de krant. In het begin was het ook daar alleen maar huilen, maar nu proberen ze het leuk te houden: ze bereiden samen zang- en dansuitvoeringen voor die ze dan houden voor hun homoseksuele kinderen.

Lees ook de rubriek van correspondent Garrie van Pinxteren: LHBTQ+? Ok, maar wel onder staatscontrole

Aangeboren

„We hebben geleerd dat het is aangeboren, niet aangeleerd. Je mag je kind dus niets verwijten”, zegt ze op het mooie nieuwe kantoor van PFLAG in de Zuid-Chinese stad Guangzhou. „Als er al iemand schuld heeft, dan zijn wij het als ouders. Wij hebben hem de genen meegegeven die maken dat hij nu zo is.”

PFLAG draait op fondsenwerving binnen China zelf. Ze nemen niet makkelijk meer geld uit het buitenland aan, want dat geeft vandaag de dag problemen. Organisaties die dat wel doen, krijgen al snel het verwijt dat ze loopjongens zijn van vijandige overheden en organisaties. Die zouden er op uit zijn het Chinese politieke systeem omver te werpen.

Hu Zhijun (48), een vriendelijke man met een zachte stem, is directeur en oprichter van PFLAG. Hij is ook een van de bekendste homoactivisten van China. Hij is zeer actief op sociale media en durft als een van de weinigen ook met buitenlandse media te spreken. Hij weet heel goed waarom hij zich voor PFLAG inzet. „Toen ik 25 was, heb ik het contact met mijn ouders verbroken. Ze bleven maar vragen wanneer ik nou eindelijk zou trouwen en wanneer ik kinderen zou krijgen”, vertelt Hu. „Dat vond ik ongelooflijk irritant.”

Toen zijn moeder in 2006 aan kanker overleed, had hij haar nog steeds niets verteld. Daar kreeg hij spijt van. „Daarna heb ik het wel aan mijn vader verteld. Daar klaarde de boel enorm van op. Eindelijk konden we het weer over andere dingen hebben dan alleen mijn huwelijk.” Die toenadering gunt hij andere gezinnen ook.

Onlangs is PFLAG verhuisd naar een groter kantoor in het centrum van de Zuid-Chinese stad Guangzhou. Hun eerdere kantoor heeft iets van een buurthonk: daar waren roze muren met een regenboog erop geschilderd, je kon neerzinken in uitgezakte banken. Nu staat er een nette bank bij een glazen tafel, achter een glazen wand staan twaalf bureaus met computers voor de werknemers.

„Veel organisaties die zich richten op homo-emancipatie zijn de laatste tijd uiteengevallen”, vertelt Hu. Of ze bestaan nog wel in naam, maar ze doen niets meer”, zegt hij. „Een paar jaar terug had je zo’n tweehonderd organisaties op dit gebied, daarvan is nu nog maar ruim de helft actief.”

Hu redde zijn organisatie door een nauwere samenwerking aan te gaan met de overheid. Omdat voor elkaar te krijgen speelde hij handig in op de angsten en wensen van de overheid. „We profileren ons als een organisatie die sociale harmonie wil bevorderen. We kunnen spanningen in de maatschappij verkleinen”, zegt hij. „Als ouders de homoseksualiteit van hun kinderen accepteren, nemen ook de spanningen binnen gezinnen af.” De Chinese overheid is voor niets zo bang als voor onrust en instabiliteit, en liet zich overtuigen.

PFLAG heeft er wel wat voor moeten inleveren. De organisatie pleit niet langer voor het homohuwelijk. Hu geeft er zelf een andere reden voor: „Maar 5 procent van de homoseksuelen in China komt uit de kast. Wij willen eerst stimuleren dat meer mensen uit de kast komen. Pas als dat aantal op de helft ligt, is er hoop voor het homohuwelijk.”

Lees ook: Online protest helpt Chinese lhbt’ers

Meer mensen uit de kast

Er zijn meer mensen die uitkomen voor hun homoseksuele geaardheid, de LHBT-gemeenschap is meer aanwezig op Chinese sociale media en de maatschappelijke acceptatie is sterk toegenomen. „Maar op het gebied van overheidsregels is het juist strenger geworden”, zegt Hu. De compromissen die zijn organisatie nu moet sluiten, vindt hij de moeite waard. „Mijn doel is niet om een held of een martelaar te worden, maar om de positie van homoseksuelen te verbeteren. Als ik daarvoor af en toe een stap terug moet doen, doe ik dat.”

Mama Ah Fang kijkt met bewondering naar Hu en zegt dat ze heel veel aan hem te danken heeft. Zonder hem was ze misschien vast blijven zitten in haar verdriet. Haar zoon woont nu in Spanje. Of hij een vriend heeft, weten zijn ouders niet precies. Zijn vader, die papa Yu genoemd wil worden, vindt het nog het ergst dat er straks niemand meer is om zijn familienaam voort te zetten, want andere kleinkinderen zijn er niet.

Zijn vader kon eerst niet geloven dat zijn zoon echt homoseksueel was. „Ik dacht dat hij daar in Spanje meedeed aan een buitenlandse mode.” Toen zijn zoon het hem vertelde, wilde hij meteen de volgende dag met hem naar een dokter die hem zou kunnen genezen. Maar de zoon weigerde dat. „Toen hebben we maar naar PFLAG gebeld. Hu legde ons uit dat het geen ziekte was, en dat je het dus ook niet kon genezen.”

Met buitenlandse media praten is niet verboden, maar Hu past wel op wat hij zegt. Na afloop van het gesprek vraagt hij delen van het interview toch maar niet te publiceren. „Er zijn grenzen aan wat kan. Als we morgen zouden besluiten een Gay Pride-demonstratie te organiseren, is ons kantoor overmorgen dicht.”

    • Garrie van Pinxteren