Opinie

    • Frits Abrahams

Saul Bellow in The Wife ?

De speelfilm The Wife gaat over een fictieve Amerikaanse schrijver, Joseph Castleman, die in 1993 de Nobelprijs voor Literatuur heeft gewonnen. Dolgelukkig reist hij met zijn echtgenote Joan af naar Stockholm om de prijs in ontvangst te nemen. Maar wat het hoogtepunt van zijn schrijversleven had moeten worden, eindigt in een persoonlijke crisis.

Het is een boeiende film van de Zweed Björn Runge over roem en de gevaarlijke kanten ervan. Arnon Grunberg schreef in de Volkskrant: „Zowel de roman als de film ontleent zijn kracht aan de ontluistering van erkenning en literaire roem, misschien wel van roem in het algemeen, want zou literaire roem verschillen van andersoortige roem?”

Voor mij zat er helaas een onwaarschijnlijke wending in het verhaal wat betreft de cruciale rol van Castlemans echtgenote. De manier waarop zij zich opoffert voor haar man, is bijna karikaturaal; ik kan me nauwelijks voorstellen dat zo’n begaafde vrouw daar nog tot in de jaren negentig op deze schaal toe bereid was. Ik kan hier verder niet in details treden, omdat ik dan te veel van het verhaal moet prijsgeven.

De film is gebaseerd op de gelijknamige roman uit 2003 van de Amerikaanse schrijfster Meg Wolitzer. In de pers doken al gauw suggesties op over de schrijver die model zou hebben gestaan voor Castleman. Was het Saul Bellow, Norman Mailer, Philip Roth of een combinatie van die drie? Van hen heeft alleen Bellow – in 1976 – de Nobelprijs gewonnen, maar er zijn meer redenen waarom Wolitzer vooral aan Bellow zal hebben gedacht toen ze haar boek schreef.

In 2000 verscheen Bellow, een biografie door James Atlas, niet geautoriseerd door Bellow. Wolitzer zal dat boek ongetwijfeld gelezen hebben en vermoedelijk ook regisseur Runge. De film bevat een scène die afkomstig moet zijn uit de biografie.

Het is gebruikelijk dat Nobelprijswinnaars op een morgen tijdens hun verblijf in Stockholm worden gewekt door in het wit gehulde meisjes, die op de hotelkamer bij kaarslicht een serenade brengen. De schrijver Castleman reageert chagrijnig, zo ook de schrijver Bellow die erover in de biografie geciteerd wordt: „Ze kwamen binnen met een blad met slechte koffie en wat broodjes die ze op mijn badjas zetten die ik daardoor niet kon pakken. En achter ze stond de pers, in volle kracht. Ik keek boos en toen vormde zich op mijn gezicht de lach die verplicht is bij zulke gelegenheden.”

In het gevolg van Castleman bevindt zich ook zijn mokkende zoon, die zich zwaar ondergewaardeerd voelt door zijn vader. Die zoon doet me sterk denken aan Greg Bellow, een zoon van Bellow, die op gespannen voet met zijn vader leefde en dat later tot uitdrukking bracht in zijn kritische memoires Saul Bellow’s Heart. Ook Greg reisde destijds met zijn vader en diens (vierde) vrouw Alexandra mee naar Stockholm.

En dan is er natuurlijk Joan, Castlemans gefrusteerde vrouw, schitterend gespeeld door Glenn Close. Op haar zullen Wolitzer en Runge weliswaar hun fantasie hebben uitgeleefd, maar het is aannemelijk dat ook Bellow nogal wat ondergeschiktheid van zijn echtgenotes verlangde. Hij had er vijf, want tien jaar vond hij wel genoeg voor een huwelijk.

Bellow was, net als Castleman, een womanizer, maar als schrijver sla ik hem hoger aan.

    • Frits Abrahams