Proefballonnetjes

Ewoud Sanders

Op 5 mei 1825 vielen boven Darmstadt vijf hondjes uit de wolken. Ze kwamen terecht op de inwoners die op het stadsplein waren samengekomen voor een processie. Sommigen riepen: „Een wonder!”; anderen vluchtten in paniek weg.

Drie dagen was onduidelijk wat er precies was gebeurd. Toen arriveerde „den natuerkundigen Calmer in Darmstad met de overblijfselen van eenen proef-ballon”, zo meldde een Vlaamse krant later. Calmer werd ondervraagd. Omdat de geruchten over een wonder aanhielden, liet de burgemeester per proclamatie weten wat er was gebeurd: in een naburig dorp had Calmer twaalf hondjes laten opstijgen in een luchtballon. Boven Darmstadt waren er vijf uit de mand gevallen.

Bij mijn weten bevat dit bericht, dat op 9 juni 1825 werd afgedrukt in de Gazette van Gend, de oudste vindplaats van het woord proefballon.

Luchtballonnen waren toen overigens niet nieuw. De eerste was in 1783 in Frankrijk opgelaten door de gebroeders Montgolfier, met aan boord een schaap, een haan en een eend. Twee jaar later waren een Brit en een Amerikaan in een luchtballon het Kanaal overgestoken. Voorafgaand aan zulke vluchten werden proefballonnen opgelaten om snelheid en richting van de wind vast te stellen.

Dat gebeurde ook met een wapen dat in 1841 werd uitgevonden, eveneens in Frankrijk: de bombes-aërostats. Kanonnen hadden een beperkt bereik, maar geen stad was veilig voor een luchtballon met een lading brandbommen. Na hoeveel tijd die bommen moesten ontploffen, was eenvoudig te meten door eerst ballons pilotes, proefballonnen, op te laten.

Dit weekend liet Klaas Dijkhoff vijfhonderd blauwe proefballonnen op tijdens een zogenoemd VVD-festival dat was bedoeld om de partij aan frisse ideeën te helpen. Op de ballon stond het silhouet van Dijkhoff, die de afgelopen maanden het ene na het andere onbezonnen idee lanceerde. „Nu hebben we de kritiek op de vorm of het woord gehad”, zei hij lachend. Het ging dus om een ludiek bedoelde actie om het woord proefballon te neutraliseren, want dat heeft in de politiek geen goede klank.

Dat is al lang zo. „Le Siècle en la Presse laten proefballons op, zij emanciperen zich voor eigene rekening”, meldde de Rotterdamsche Courant in 1859. Voor de goede orde: hier is sprake van kranten die proefballonnen oplaten. Kranten waren toen de spreekbuis van de politiek. Vandaar ook dat een Nederlands woordenboek in 1886 de volgende definitie gaf van proefballon: „Fig. een courantartikel dat er op berekend is om de stemming van het publiek uit te vorschen.”

Mijn indruk is dat vooral mannelijke politici graag proefballonnen oplaten. Vrouwelijke politici lijken een voorkeur te hebben voor het lanceren van goed onderbouwde ideeën. De mannen in kwestie noemen hun ideeën in eerste instantie zelf geen proefballon, maar bijvoorbeeld een prikkelend idee waar een maatschappelijk debat over gevoerd zou moeten worden. Pas als ze de wind van voren krijgen, relativeren ze hun oprispingen door die te kwalificeren als een proefballonnetje – de verkleinvorm is hier veelzeggend.

In de parlementaire Handelingen komt het woord proefballon, al dan niet verkleind, tussen 1906 en 1995 ruim 160 maal voor, sinds 1996 al ruim 230 keer – een veelzeggende stijging. Nader onderzoek is nodig, maar ik heb sterk de indruk dat het vooral gaat om lukrake ideeën van mannelijke praatjesmakers op de rechterflank.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders