Opinie

    • Arjen Fortuin

‘Poesjes’ en de geest van Annie M.G. Schmidt

Zap Het is moeilijk om niet verslingerd te raken aan de VPRO-serie Poesjes. De geest van Annie M.G. Schmidt waait onophoudelijk door het programma.

Kater Boudewijn in Poesjes (VPRO)

Was alles maar Poesjes! Het is moeilijk om niet verslingerd te raken aan de serie van Nova van Dijk die sinds dit weekend dagelijks wordt uitgezonden. De hoofdpersonen zijn een alleenstaande poezenmoeder die met haar drie kittens een verdieping huurt bij een alleenstaande kater (en zijn butler, die schildpad is). Ze bewegen zich in een fraai ontworpen poppenhuis en de mensenstemmen van onder anderen Annet Malherbe, Loes Luca en Paul Haenen boetseren er een verhaallijn bij.

Nee, het is geen animatie – de dieren zijn echt. Net als de goudvis die Café De kom bestiert. Omdat de poezen en schildpadden loom bewegen, is Poesjes heerlijke slow television, gelijkelijk geschikt voor minderjarigen en meerderjarigen. (Voor de volledigheid: mijn eigen poezen kon het niet boeien, ons aquarium heb ik niet durven verplaatsen.)

Ik smelt vooral voor kitten Luna, die als een donzige reïncarnatie van Paul van Ostaijen steeds de voorwerpen aanspreekt die ze tegenkomt: „Hallo meneer de stoel, hallo meneer de tafel, hallo mevrouw de la” en „Dag meneer de deur.” De stem is een glansrol van Ellen Parren.

Sinds ik Poesjes (VPRO) kijk, stel ik me dagelijks voor hoe andere programma’s zouden opknappen als de erin optredende mensen door dieren zouden worden vervangen. Neem Poes Inside, met vier onophoudelijk om hun eigen bromsels spinnende oude katers. Of De Wereld Draait Poes, de razendsnelle actuele mauwshow. En natuurlijk First Poes, waarin kittens voor het eerst aan elkaar snuffelen – al zal dat programma weinig van de mensenvariant verschillen.

Maar vooral had ik Poesjes graag laten zien aan Annie M.G. Schmidt (1911-1995). Haar geest waait onophoudelijk door het programma. Schmidt heeft het speelse zaad geplant dat dit soort tv mogelijk maakt. Bij leven was ‘Annie’ de oma van heel Nederland, maar voor Jonathan van Duijn was zij ook écht zijn oma – al heeft hij haar nooit goed gekend. Van Duijn maakte voor AVROTROS een vierdelige serie over Schmidt, die dinsdag van start ging.

De losbandige Annie

Van Duijn volgt het spoor van zijn grootmoeder, van Kapelle via onder meer Schiedam naar bezet Vlissingen – en na de bevrijding definitief naar Amsterdam. Hij lijkt vooral dol op de losbandige Annie, de zeventienjarige domineesdochter die viel op piloot Jan, die „van top tot teen in het leer was”. Hij trakteerde haar op een rondvlucht boven Zeeland. Ze beleefden samen „een wilde nacht”.

De moeder van Annie zocht onophoudelijk naar rechte, burgerlijke paden voor haar dochter, maar die twijfelde aan wat ze kon en wilde. De uitleg wordt gecombineerd met archiefbeelden van thematisch verwante musicalliedjes. Tussendoor leest Loes Luca teksten van Schmidt.

Veel nieuws is er niet te melden over de schrijfster, maar van de interviewfragmenten krijg je moeilijk genoeg. Wanneer de schepper van Jip en Janneke het heeft over „die klootzakken van leraren” of als ze over haar onzekere jaren zegt dat ze „een boomstam begroeid met mos” was. Door brokken uit een interview met Ischa Meijer ging ik hartstochtelijk verlangen naar integrale uitzending van dat gesprek.

Meijer hengelt uitbundig naar het liefdesleven van zijn gespreksgenote, die zegt: „Ik viel op mooie lange mannen, maar op mij kwam altijd het kleine miezerige type af.” Meijer, snel: „Maar daar deed je het dan toch mee?” Schmidt: „Nou, uiteindelijk wel even.”

Ischa Meijer was een kater uit duizenden.

    • Arjen Fortuin