Mark Hoogstad (1970-2018): loyaal, vasthoudend en vol branie

Necrologie Dinsdag overleed Mark Hoogstad (48), oud-journalist van onder meer NRC en het AD. Vooral in de zwemwereld en in Rotterdam laat hij zijn sporen na.

Journalist Mark Hoogstad in juni 2011, telefonerend op het terras van de Rotterdamse Kunsthal. Foto Vincent Mentzel/NRC

Mark Hoogstad was een man die je niet kon missen. Lijfelijk niet – met zijn gestalte, zijn stem en zijn lach vulde hij elke ruimte moeiteloos op. Maar ook als journalist liet hij zijn sporen na. Wanneer Hoogstad ergens verscheen, of dat nou aan de rand van het zwembad was of in de Rotterdamse gemeenteraad, kreeg hij altijd los hoe het verhaal werkelijk in elkaar zat.

In de vroege ochtend van dinsdag 27 november overleed Mark Hoogstad op 48-jarige leeftijd aan de gevolgen van prostaatkanker. Hij laat zijn vrouw Marike en twee dochters achter, Floor van zeventien en Wietske van vijftien.

Ook al was hij inmiddels bijna zes jaar weg bij deze krant, Hoogstad is zichzelf altijd blijven beschouwen als onderdeel van de NRC-familie. Hij liet zich er graag op voorstaan dat hij op de kop af vier dagen ouder was dan de fusiekrant NRC Handelsblad. Een recente borrel met oud-collega’s ervoer hij als een warm bad.

Ultraloper

Het grootste deel van zijn NRC-tijd bracht Hoogstad door bij de sportredactie, waar hij in 1994 opdook met een reportage uit Winschoten over een Duitse ultraloper. Vele honderden sportstukken zouden volgen. Hoogstad was fan van Feyenoord en Go Ahead Eagles, maar professioneel vond hij dat voetbal al genoeg aandacht kreeg. Liever schreef hij over hockey en zwemmen. In een tijd waarin er geld genoeg was om sportjournalisten de wereld over te laten reizen, bezocht hij bijvoorbeeld de WK zwemmen van 2001 in het Japanse Fukuoka en, een jaar later, het WK hockey in de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur.

Eén keer schreef Hoogstad een bondscoach naar huis – hockeytrainer Joost Bellaart, in 2003. De ontevreden spelers waren bij de NRC-journalist te biecht gegaan. Maar zijn hoogtepunt beleefde hij op de Olympische Spelen van 2000 in Sydney, waar zwemmer Pieter van den Hoogenband twee gouden medailles veroverde en Inge de Bruijn zelfs drie. Hoogstad, als altijd een sjekkie in de mondhoek, dwong respect af met zijn kritische, faire berichtgeving. Met Van den Hoogenband bleef hij zijn leven lang bevriend. De opkomst van het Nederlandse zwemmen documenteerde Hoogstad in het boek De macht van water.

Foto uit het privéarchief van Floris Mulder, goede vriend van Mark Hoogstad: „Mark zoals hij was”. Foto Floris Mulder

Vierkante meters

In 2007 stortte Hoogstad zich op een nieuwe portefeuille: zijn woonplaats Rotterdam. Na een jeugd in Lochem en zijn studententijd in Utrecht was hij in 2001 verhuisd naar de stad waar zijn vader vandaan kwam. Hij belandde in Noord, een plek die destijds niet goed bekendstond, maar waar je „voor een bescheiden bedrag veel vierkante meters” kon krijgen.

Op het Rotterdamse stadhuis was Hoogstad een geliefde, ietwat gevreesde gast. Meer dan eens toverde hij een geheim document tevoorschijn dat hem een primeur opleverde. „Gevonden onder mijn snelbinder”, zei hij dan olijk – hij placht zich per fiets te verplaatsen. In de gemeenteraad vroeg toenmalig raadslid Jeroen van der Lee (Partij voor de Dieren) in 2017 aan burgemeester Ahmed Aboutaleb: „Wat is nou de procedure tegenwoordig, eerst Mark Hoogstad bellen en dan de raad informeren?”

Lees ook het interview dat we eerder met Hoogstad hadden: “Alle sympathie verbaast me, want ik heb een bitse, harde kant”

Inmiddels werkte Hoogstad al enige jaren niet meer bij NRC. Bij deze krant voelde hij zich niet altijd even gewaardeerd; een overstap naar de onderwijsportefeuille beviel hem zelfs ronduit slecht. Bovendien leidde hij tevergeefs een campagne om de redactie in Rotterdam te houden. Dat een nieuwe hoofdredactie figuurlijk de ramen opengezet had op de ietwat verstofte NRC-redactie, dat kon hij nog waarderen. „Maar het is vervolgens wel ijskoud geworden”, zo verwees hij naar de in zijn ogen verkilde sfeer.

Begin 2013 verkaste Hoogstad naar het AD/Rotterdams Dagblad, waar hij de portefeuille Rotterdam weer oppakte. In het begin mopperde hij weleens over de geringe ruimte die hij daar in de kolommen toebedeeld kreeg. „Maar als ik mijn verhaal niet in 400 woorden kwijt kan, schrijf ik de volgende dag gewoon weer 400 woorden met daarin de tweede helft van het stuk.”

‘Inktkoelie van de haast’

Bij het AD hervond Hoogstad zijn status als beste Rotterdam-verslaggever van Nederland. Maar uiteindelijk bekoelde ook zijn liefde voor deze krant. In een veelbesproken artikel op journalistenwebsite Villamedia schreef hij in mei 2018 dat hij „helemaal klaar” was „met de gekmakende ratrace om het nieuws”; hij omschreef zichzelf als „inktkoelie van de haast” die „veelvraat internet” moest voeden. De afgelopen tijd schreef hij als freelancer voor Trouw en maakte hij onder meer verkiezingsvlogs voor het Rotterdamse onlinetijdschrift Vers Beton.

Lees ook onze recensie van Mark Hoogstads boek over Rotterdam

Al zijn lokale politieke kennis bundelde Hoogstad in het boek Rotterdam, stad van twee snelheden. Ronduit indrukwekkend was de opkomst bij de presentatie ervan, in februari van dit jaar in debatcentrum Arminius. Onder de sprekers bevonden zich vicepremier Hugo de Jonge (CDA) en burgemeester Aboutaleb, die als enige aanwezige de prestaties van Hoogstad als verslaggever wat relativeerde. Het tekende de intense, soms was scherpe verhouding tussen de journalist en de bestuurder. Voor zijn boek ontving Hoogstad in oktober van dit jaar de Persprijs Rotterdam, een kroon op zijn carrière.

Wie Hoogstad gekend heeft, herinnert zich hem als een uiterst loyale vriend, die nooit een blad voor de mond nam, die eerzuchtig was en wantrouwend kon zijn, maar met wie je bovenal geweldig kon lachen. Zoals hij bij zijn bronnen was, was hij ook bij zijn vrienden: eerlijk, geïnteresseerd, vasthoudend, een prachtige verteller, altijd nieuwsgierig, vol branie. Behalve zijn gezin laat hij in Rotterdam en ver daarbuiten een gapende leegte achter. Zo kleurrijk als Mark Hoogstad kom je ze maar zelden tegen.

    • Derk Walters