LHBTQ+? Ok, maar wel onder staatscontrole

De ‘Love Queer Cinema Week’ in Beijing voelt verboden en spannend, merkt Garrie van Pinxteren. Ze wordt ontroerd door de onschuld en kwetsbaarheid van de acteurs en regisseurs.

Dragqueen Charlie van de Ho op het balkon van zijn huis in Beijing. Foto How Hwee Young/EPA

‘Je mag wel naar binnen, maar dan moet je staan”, zegt de jonge vrouw met roodgeverfd haar tegen me als ik afkom op de opening van de ‘Love Queer Cinema Week’ in Beijing. Ze verwacht heel veel mensen.

Een miscalculatie. Het zaaltje van het Institut Français waar het filmfestival plaatsvindt, heeft net iets meer dan tachtig stoelen en niet alle plaatsen zijn bezet. De dagen erna zitten er soms maar tien of twintig mensen in de zaal.

Dat is gek in een grote stad als Beijing, waar de LHBTQ+-gemeenschap steeds zichtbaarder is geworden. Het festival is georganiseerd door een privé-organisatie, niet door de overheid, vertelt de vrouw, en daarmee is het illegaal. Ze hebben er daarom maar heel weinig ruchtbaarheid aan durven te geven. Het ligt allemaal „heel gevoelig”.

Na afloop zijn er vraag- en antwoordsessies met de beginnende regisseurs en acteurs. Het is vaak hun eerste film, en vaak ook de eerste keer dat die in het openbaar wordt vertoond. De jongen die na afloop in een paarsfluwelen jurk over zijn zwarte spijkerbroek op het podium staat, heeft in het echt ook een kledingwinkeltje in Beijing, net als in de film De Trommeltoren. En ja, net als in de film is de politie ook niet altijd zo fijnzinnig als ze komen controleren of hij al zijn vergunningen wel heeft.

Ik ga zo vaak als ik kan, de avonden in het zaaltje ontroeren me. De acteurs en regisseurs stralen onschuld en kwetsbaarheid uit. Alles voelt verboden en spannend.

Lees ook de reportage: Stapje terug om Chinese homo’s te helpen

Dat spannende herken ik van vroeger, toen ik voor het eerst als jonge lesbienne heel stoer in een mannenpak en stropdas de straat op durfde. Zou ik wegkomen?

Ik wel, want ik woonde in Amsterdam en het waren de jaren zeventig. Als je in China woont, is dat toch een stuk minder vanzelfsprekend. In sommige films zitten scènes waarin de hoofdpersoon in zijn fantasie iemand die hem dwarszit met een mes overhoop steekt. In andere films zie je hoe transgenders worden uitgelachen of in elkaar worden geslagen. Of hoe agenten in burger een jonge homo in elkaar slaan. Dit soort films zijn in China vrijwel niet te distribueren. Ze moeten het hebben van vertoning op kleine festivals als deze, van illegale kopieën en van vertoning op internet.

Het publiek bij het festival is jong, goed gekleed en heel cool. ‘Cool’ is nu ook het codewoord voor LHBTQ+’ers, vroeger was dat ‘kameraad’. De maatschappelijke tolerantie is de afgelopen jaren toegenomen. Onder jongeren is het zelfs een beetje mode, of in elk geval heel cool, om met je genderidentiteit te spelen en om een tijdje een homoseksuele relatie te hebben. Thuis vertel je daar natuurlijk niets over.

De overheid wil dit soort maatschappelijke ontwikkelingen krampachtig onder controle houden. Hoe schizofreen dat in de praktijk uitwerkt, vertelt de piepjonge regisseuse van een film over een lesbisch stel. „Van de partijsecretaris op onze universiteit mocht ik mijn film niet op school vertonen. Maar mijn eigen docent gaf me een hoog cijfer. Daardoor kon ik gelukkig wel afstuderen.”

Ze vraagt om haar naam liever niet te vermelden. Alle begrip: zij is met haar film in Beijing toch net iets dapperder dan ik destijds met mijn pak en stropdas in Amsterdam.

    • Garrie van Pinxteren