Hiphoppende antihelden Donnie en Joost naar Carré

Donnie en Joost Op sociale media zijn de twee al groot. Ook in popzalen zijn ze bekend, zelfs op Lowlands. Zondag treden Donnie en Joost op in Carré. NRC volgde de repetities.

Joost (links) en Donnie: „Repeteren betekent selecteren. We hebben samen zo’n driehonderd nummers gemaakt.” Foto Andreas Terlaak

Wie zijn de jonge rappers Joost en Donnie die aanstaande zondag een zo goed als uitverkocht optreden geven in Carré, Amsterdam? Donnie (24), ook bekend als Maradonnie of De Fenomeen, was eerst kok en is nu taaluitvinder. Joost (21) werd populair als YouTube-filmer EenhoornJoost en is nu schrijver/rapper. Ieder apart had al een aanhang, samen zijn ze dubbel geliefd.

Joost en Donnie en hun publiek vonden elkaar via het sociale-mediacircuit van YouTube en Instagram, maar ook in de popzalen. Dit jaar trad Donnie op in de uitverkochte grote zaal van Paradiso en op Lowlands speelde Joost voor drie keer zoveel mensen als er officieel in de X-Ray-tent passen.

Donnie en Joost maken een luchtig soort hiphop, zonder boosheid of agressie. Zo vertegenwoordigen ze op hun eigen manier de underdog: door zichzelf neer te zetten als antihelden – en daar juist helden mee te worden. Dat is een typisch Nederlandse aanpak: Extince deed het in de jaren negentig; de Jeugd van Tegenwoordig doet het nog steeds.

Joost en Donnie rappen over frikandelbroodjes en schimmeltenen, op muziek van producers als Mick Spek en Yung Felix, die gierende synthesizerflarden als sirenes door de woorden vlechten. Afgelopen zomer had Donnie een hit met zijn nummer Snelle Planga (blitse bril), dat leidde tot een trend van smalle zonnebrillen, ook door Donnie zelf op de markt gebracht.

De twee rappers werken samen sinds 2016, onlangs verscheen hun eerste gezamenlijke album M van Marketing.

Repetitie I, oktober.

De repetities voor het optreden in Carré beginnen op de maandagmiddag na Amsterdam Dance Event. In Q Factory in Amsterdam Oost danst Joost voor een wandvullende spiegel. Donnie zit onderuitgezakt op een stoel. Hij is nog aan het herstellen van ADE, zegt hij.

De betonnen ruimte is groot, maar ze benutten slechts één hoek: daar speelt dj Leipe Dennis beats af op een laptop, terwijl de rappers door hun telefoon scrollen. Repeteren betekent vandaag vooral: selecteren. Ze hebben samen zo’n driehonderd nummers gemaakt, zegt Joost. Daar moet nu een setlist uit worden samengesteld. Ze prevelen flarden van teksten, roepen af en toe een titel van een nummer. Joost doet de moonwalk en rapt zijn nieuwste nummer, ‘Chubby’. „Ik kan niet dansen, maar ik dans op je graf/ Ik kan niet rappen, motherfucker ik ben blank/ [...] Ik ben een chubby kid uit een boerendorp.”

Donnie zit intussen te praten met Leipe Dennis. Hij spreekt een joviaal soort Amsterdams, met veel beeldspraak over eten en koken: hij heeft altijd „veel pannen op het vuur” en ziet zijn leven als een tafel vol tapas. „Leuk, kun je alles proeven.”

De twee gedragen zich nonchalant, alsof het ze niet zoveel kan schelen. Dat is niet het geval. Donnie: „Mijn oma draaide altijd al Toon Hermans en Wim Kan. Voor mij als Amsterdammer is het het hoogst haalbare, in Carré staan.” Joost: „Ik kom uit een klein dorpje in Friesland. Ik vind het sowieso al mooi dat ik in Amsterdam ben.”

Donnie en Joost presenteren zich met hun luchtige hiphop als underdog. Dat is een typisch Nederlandse aanpak sinds Extince en de Jeugd van Tegenwoordig

Ze zijn vorige week gaan kijken op het podium van Carré, om te zien hoe ze de show willen aanpakken. Joost: „Ik heb met mijn eigen voeten het podium opgemeten. Hoe breed het is, en hoe diep. Om een gevoel te krijgen over de reikwijdte.”

Ze zijn sinds tweeënhalf jaar bevriend. In die periode deden ze vaak gastoptredens tijdens elkaars concert, maar in Carré geven ze hun eerste echte gezamenlijk show. Hun vriendschap is het thema van het optreden, zeggen ze.

Donnie: „Zoals we hier zitten te kletsen, dat is wat we normaal ook doen, maar dan is het tegelijk werk: we hangen en chillen. We zitten, praten, en plotseling zegt iemand iets waar we op door kunnen, voor een tekst of een filmpje of wat dan ook. Zo kun je zegen dat wij continu aan het werk zijn.”

Joost: „Wij hebben elkaar gevonden omdat we op dezelfde golflengte zitten. Daar geloof ik heilig in. Er zijn maar weinig mensen met wie ik dat heb.”

Repetitie II, november

Joost is blij. Zijn uitgever heeft net gebeld dat zijn drie dagen eerder verschenen boek Albino, een collectie korte observatie en aforismen, nu al een tweede druk krijgt. De observaties in Albino gaan over het hedendaagse leven (‘Baby’s II’: „leer gewoon praten/ hoe moeilijk kan ’t zijn”) en over de dood van zijn ouders die toen hij een jonge tiener was kort na elkaar overleden, (‘Appeltaart’: „toen mijn broer onze moeder/ aantrof stond de appeltaart al klaar”).

Terwijl hij het eerste nummer van de show oefent, twittert Joost het bericht: „Mijn boek gaat naar de tweede druk.” Vandaag blijkt de setlist klaar en is de opbouw van de show uitgedacht. De twee zullen ieder een paar eigen nummers rappen, zodat ze om de beurt alleen op het podium staan, afgewisseld met gezamenlijke nummers. „Een muzikale spekkoek”, zegt Donnie. De muziek wordt onderbroken door filmpjes, gemaakt door Joost.

Tegen het eind van de repetitie is de sfeer in de repetitieruimte uitbundig. Joost oefent het achteruit hinkelen, Donnie springt op. Er wordt gelachen om Donnies voor buitenstaanders onbegrijpelijke opmerkingen, zoals ‘Begrrrijp je?” en ‘Ik ga kwijt’.

Maar ineens slaat de stemming om. Nadat de setlist is gerepeteerd, maakt Joost zich nijdig omdat de technische details over het filmscherm nog onduidelijk zijn. „Straks staan we daar en dan klopt de resolutie van het scherm niet, of het formaat. We kunnen niet eens uitgebreid soundchecken omdat Marco Borsato ’s middags optreedt”, zegt hij. „Het mag dan Carré zijn, maar dit is waardeloos. Nu zullen we het ’s avonds pas testen. Zul je zien dat het niet werkt.”

10 dagen voor de show

„Ik moet meer slaap hebben”, zegt Joost. „Ik slaap maar één of twee uur per nacht, dat is niet genoeg.” Hij was de afgelopen weken bezig met de lancering van zijn boek, zijn nieuwe solo-album en de voorbereidingen van de show. Inmiddels is alles grotendeels gefikst: de filmpjes zijn opgenomen, de technische details bekend. „Nachtenlang heb ik zitten monteren, en alles op elkaar af zitten stemmen.” Als artiest noemt hij zichzelf „bezeten”. „Dit is mijn ambitie. Ik ben het verschuldigd aan mezelf om alles eruit te halen. Dit moet het beste worden wat we ooit hebben gedaan.”

Donnie vindt zichzelf relaxter. „Presteren onder druk ben ik gewend, als kok. En ik vind het leuk om te lullen, dat gaat me makkelijk af.” Rapteksten maakt hij sinds zijn zevende. „Ik was niet goed in schrijven, maar zelf woorden bedenken, dat kon ik.” In zijn teksten figureren bekende namen en populaire verschijnselen. Op zijn zevende rapte hij over Idols en GTST, nu over Raymond van Barneveld, René Froger, Baantjer, Milli Vanilli, Twan Huys, Boer Zoekt Vrouw. Je moet alles op de hak nemen, zegt hij.

„Een nummer maken gaat heel snel. Dat over René Froger bijvoorbeeld: ik stond in de studio en toen ik die beat hoorde, zag ik hem voor me toen hij een keer langs reed door de PC Hooftstraat, in Amsterdam. Met 80 kilometer in de bebouwde kom. Dus dat werd ‘René Froger in zijn rode Range Rover’ en iedereen moest lachen. In vijftien seconden was het klaar.”

Soms is hij serieuzer, maar alsnog op een nonchalante manier. In ‘Batras’ (sterke drank) zingt hij: „Mijn eigen toekomst interesseert me niet zoveel/ wat ik wil dat zijn batras in mijn keel. [...] Dat is de alcoholist in mij/ Zuipen is mijn leven.” Donnie reageert afhoudend. „Ik ben gestopt met drinken”, zegt hij. „Voor nu.”

Een van de solonummers die Joost zondagavond zal uitvoeren, is ‘Ome Robert’. In het refrein zegt hij zeven keer, op barse toon „Suck My Dick, Bitch”. Die uitdagende zin heeft een dubbele betekenis, aldus Joost. Wat die dubbele betekenis is, wil hij niet uitleggen. Humor, waarschijnlijk. De hiphopfrase, veel gebruikt door stoere Amerikaanse rappers met een getto-achtergrond, klinkt bevreemdend uit de mond van een 21-jarige Fries. En dat is op een bepaalde manier grappig.

Ze zullen het optreden eindigen met favorieten als ‘Snelle Planga’ en ‘Parmezaan & Linkerbaan’, zodat het publiek kan springen en crowdsurfen – het arena-gedeelte van Carré bevat staanplaatsen.

Ook ‘Marijke Helwegen’ wordt dan gespeeld. Het nummer werd geschreven door Donnie, en heeft in het refrein de regel: „Ik voel me Marijke Helwegen/ op de snelwegen.” Is dat vooral een slimme woordvondst of voelt Donnie zich werkelijk Marijke Helwegen? „Zeker voel ik me zo. Ik zie haar voor me, op de snelweg, met een door snelheid strak getrokken gezicht. Dat herken ik. Dat is het snelle leven.”

    • Hester Carvalho