Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Exclusief feest

Ik fietste met de oudste dochter naar het dorpshuis/theatertje/zalencomplex dat alleen op donderdagavonden en zondagen geopend is. Vanwege een landelijk bekend onverhard wandelpad dat direct langs het gebouw loopt tref je er op zondagen relatief veel wandelaars en vogelaars. Sinds een man haar een keer door zijn verrekijker liet kijken is mijn dochter dol op vogelaars. Bij het barpersoneel staan ze overigens niet in hoog aanzien. „We kijken ze nog net niet weg”, zei een van de vrijwilligsters me ooit met een stem vol afgrijzen. „Ze gaan uitgebreid naar de wc, maar verteren niets. Ze vragen aan de bar om een glaasje water.”

Toen we de fiets in het rek zetten begon mijn dochter al over de ‘aardige vogelmannen’, die haar aan de kabouters in de boeken van Rien Poortvliet deden denken.

Binnen bleek de grote zaal bezet door een Sinterklaas en ongeveer honderd kinderen en hun ouders. Een vrouw versperde ons zenuwachtig de toegang. Ze waarschuwde dat Sinterklaas exclusief aanwezig was voor de kinderen uit de Mariabuurt en dat hij dus geen aandacht zou besteden aan mijn kind.

Tegen de oudste dochter: „Sinterklaas zal je helaas niets geven, lieverd. Hij wil het wel, maar het mag niet.”

Tegen mij: „Ik sta hier om teleurstellingen te voorkomen.”

We dronken in de aanpalende ruimte een glas. Er waren daar geen vogelaars, maar er was wel een groep wandelaars waartussen ik een oud-collega van het Nederlands Bibliotheek & Lectuur Centrum herkende, waar ik ooit mijn vervangende dienstplicht deed. Hij begroette me als een oude vriend, wat gek was want zo waren de verhoudingen toen helemaal niet, en riep zijn vrouw erbij.

Tegen mij: „Ik heb vorige week over je gedroomd. Ik droomde dat je dood was en dat ik keihard moest huilen.”

Zijn vrouw, relativerend: „In zijn droom dan, hij werd niet huilend wakker of zo.”

Hij: „Gek toch? Ik denk nooit aan jou. En dan kom ik je nu ook nog tegen, zo toevallig.”

Behalve dan dat het Nederlands Bibliotheek & Lectuur Centrum inmiddels NBD Biblion heet hadden we elkaar verder weinig te zeggen.

De mevrouw die ons eerder de deur had gewezen kwam een hand pepernoten uit de grote zaal brengen. „Die had Sinterklaas nog over”, fluisterde ze terwijl ze het snoepgoed in de jaszak van mijn dochter propte. „Ssst, niet verder vertellen…”

We hoorden ze op de achtergrond zingen.

Toen mijn dochter die pepernoten op de weg terug naar huis uit haar jas probeerde te pulken viel de helft op het wegdek.

„Geeft niet”, zei ze en ze drukte haar hoofdje tegen mijn rug. Ik denk dat we alle twee blij waren dat ik nog steeds leef.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen