Europa zoekt naar antwoord op ‘Azov’

Rusland-Oekraïne

Na de Russisch-Oekraïense escalatie op de Zee van Azov lijkt Europa geen helder antwoord te hebben. Voorlopig is de oproep: dialoog.

Russische vliegtuigen vliegen over een brug die het Russische vasteland verbindt met De Krim. Foto: Pavel Rebrov

Deze zomer keken Europese leiders met afschuw hoe Donald Trump poeslief meepraatte met Vladimir Poetin tijdens een gezamenlijke perconferentie. Toen wisten ze het zeker: Europa moet voortaan op eigen kracht weerstand kunnen bieden aan Russische agressie. Op de VS kan Europa niet meer rekenen.

Deze week staan Europa en de VS voor de vraag hoe te reageren op Russische agressie. Na de annexatie van de Krim in 2014 lijkt Rusland zondag een begin te hebben gemaakt met het inlijven van de Zee van Azov.

Zondag blokkeerde een Russisch schip de Straat van Kertsj, de verbindingsstraat die toegang biedt tot de door Rusland en Oekraïne gedeelde Zee van Azov. De Russische marine nam met geweld drie Oekraïense militaire schepen in beslag en arresteerde de bemanning. Enkele Oekraïeners raakten gewond door Russisch vuur.

Oekraïne spreekt van „Russische agressie”, president Poetin wuifde dat op de Russische tv weg. Het incident is volgens hem een stunt van de Oekraïense president Porosjenko, die er slecht voor staat bij de komende verkiezingen in maart. Poetins boodschap: wij controleren hier.

Wie biedt weerstand tegen Moskou?

President Trump meldde zich op woensdag, na ruim een dag stilte: „Ik houd helemaal niet van die agressie”. Even dreigde hij zijn ontmoeting met Poetin af te zeggen, eind deze week bij de G20 in Argentinië. Die lijkt toch door te gaan.

En Europa? In Brussel bleef spierballenvertoon uit.

Zondag verklaarde Europees raadspresident Donald Tusk aan welke kant Europa staat: „verenigd achter Oekraïne”. Maar hij kondigde geen helder antwoord vanuit de Europese Unie aan. Het moment – de Brexit-top – was symbolisch geladen: de Unie was even met zichzelf bezig.

Maandag belde Angela Merkel met Poetin. Ze opperde, samen met Poetin, de „optie van een analyse van het voorval”, met deelname van zowel Rusland als Oekraïne.

In Parijs ontving de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Yves Le Drian, zijn Russische collega Sergei Lavrov. Het werd een lofzang op dialoog en samenwerking. Le Drian sprak zorgen uit over de zware militarisering van de Zee van Azov en de hoop dat „het Russische initiatief de spanning kan verzachten”.

Met de Europese boodschapdiscipline zat het dus wel goed: de oproep tot dialoog en deëscalatie kwam in vrijwel elke reactie terug. Maar wat gaat Europa doén?

Een Duitse diplomaat verzuchtte tegen nieuwssite Politico blij te zijn dat er „nog geen Europees leger” is. Stevig doen is makkelijker mét Amerika. Onlangs hield de NAVO met het oog op de Russische dreiging nog een oefening met 50.000 militairen – de grootste sinds de Koude Oorlog. Maar dat geeft geen garantie op echte druk. Volgende week bespreekt de NAVO de jongste escalatie.

Lees ook: Ook Nederlandse rederijen dupe van pesterijen in Zee van Azov

Sancties dan? Voor die optie werd woensdag in de Tweede Kamer door verschillende partijen gepleit. Maar in Brussel bleek deze week tijdens een bijeenkomst al hoe moeilijk het wordt om bestaande sancties tegen Rusland te verlengen: de benodigde unanimiteit ontbreekt.

De oproep tot factfinding levert tijdwinst op, maar de vraag is of Rusland zich iets van Europa aan zal trekken. Al maanden steunt de EU het Oekraïense protest tegen de militarisering van het gebied, en tegen de brug die Poetin in sneltreinvaart heeft laten aanleggen richting de Krim. Daarmee kan Moskou een deel van Oekraïne afsluiten van de Zwarte Zee, en ook de internationale handel hinderen. Deze week waarschuwden onderzoekers van de European Council on Foreign Relations dat Rusland een maritiem front voorbereidt. Ze noemden dit „Europa’s grote uitdaging” op komst. Nu is die er dus al.

    • René Moerland