Recensie

De vergeten pracht van het Gelderse hofleven

Recensie

Het gebedenboek van hertogin Maria vormt aanleiding voor een reconstructie van het Gelderse hofleven in de vijftiende eeuw in een expositie in Museum Het Valkhof.

Voor het eerst te zien op deze expositie: miniatuur uit zoekgeraakt gebedenboek uit 1420, Aanbidding der herders. Werkplaats van de Passiemeester en Temporalemeester van Maria van Gelre. Foto Museum Valkhof/ kunst uit privécollectie

Een vrouw van de wereld was Marie d’Harcourt, de latere hertogin Maria van Gelre en Gulik. Geboren in 1380 in een adellijke familie in Normandië, groeide ze op in de hoogste kringen in Parijs, het centrum van luxe en verfijning van omstreeks 1400. Nog voor haar zestiende trad ze als hofdame in dienst van hertogin Valentina Visconti, de Italiaanse schoonzuster van de Franse koning Karel VI. Het klinkt bijna als een anticlimax dat Marie in 1405 werd gekoppeld aan een veertien jaar oudere, als drankzuchtig en goklustig bekend staande Noordelijke aristocraat, die toen reeds vader was van zes bastaards.

Wie nu zo’n geïllustreerd gebedenboek uit de 15de eeuw bekijkt, ziet iets anders dan de gelovige middeleeuwers.

Deze Reinald IV zwaaide de scepter over het hertogdom Gelre en Gulik in de zuidoostelijke gedeelten van het huidige Nederland en een aangrenzend stuk van Duitsland.

Toch had de kersverse hertogin, nu Maria van Gelre genoemd, waarschijnlijk minder over haar nieuwe vaderland te klagen dan het lijkt. De lezenswaardige catalogus bij de expositie die het Nijmeegse Valkhof wijdt aan haar persoon en gebedenboek, maakt duidelijk dat er weliswaar weinig tastbaars over is van het Gelders-hertogelijke hofleven, maar dat documenten uit die tijd een beeld oproepen van „een verloren wereld van grote pracht”. Zo’n honderd sculpturen en schilderijen, sieraden en gebruiksvoorwerpen geven daarvan een beeld. Kleine juwelenkistjes zijn er te zien, maar ook de imposante ijzeren en deels vergulde kaarsenkroon van 2,5 meter doorsnee uit de Walburgiskerk te Zutphen (1396). Zilveren kelken en kruisen vertegenwoordigen ook de religieuze wereld die de legende voortbracht van een houten Mariabeeld dat in 1380 uit de hemel neerdaalde in een kapel in Renkum.

Maria van Gelre in een blauwe jurk, staande in een besloten hofjeGelre of Utrecht, ca. 1415 Collectie Staatsbibliothek zu Berlin

Ruim honderd miniaturen

Maria’s gemaal, hertog Reinald, wiens dubieuze reputatie berust op informatie uit partijdige kronieken, blijkt bij nadere beschouwing ook nog best mee te vallen. Dagelijks las Maria een uitzonderlijk intiem gebed ter bescherming van zijn lijf en ziel, zoals blijkt uit haar gebedenboek uit 1415. Dat manuscript, dat wordt bewaard in Berlijn en nu een centrale plaats inneemt in de expositie in Museum Het Valkhof, is om meer redenen bijzonder: zo is het met meer dan 1.200 bladzijden omvangrijker dan welk ander gebedenboek uit die tijd. Bovendien is het niet, zoals destijds gebruikelijk, geschreven in het Latijn maar in de Nederlandse volkstaal. Het bevat ruim honderd miniaturen en nog meer versierde hoofdletters en randversieringen. Nadat het veertig jaar wegens de slechte staat waarin het verkeerde, verborgen is gebleven, is het boek nu gerestaureerd en uitvoerig onderzocht.

De twintig losse bladen die in de tentoonstelling tegelijk worden getoond geven een beeld van fraaie bladspiegels, uitbeeldingen van heiligen en passiescènes, en bizarre wezentjes die de marges bevolken. De vlot gepenseelde figuren met hun vaak wat sullige gezichtjes blijven echter ver achter bij de inventiviteit en het artistieke niveau van het werk van beroemde tijdgenoten als de gebroeders Van Limburg, die zelf in het hertogdom waren klaargestoomd voor een glanzende carrière in Frankrijk. De samenstellers van de expositie hebben er dan ook verstandig aan gedaan het manuscript te presenteren in de context van de biografie van Maria van Gelre en de vergeten praal van het hofleven in het Gelderse hertogdom.

    • Bram de Klerck