De lijfgarde van Sint blijft in Rotterdam zwart

Sinterklaasfeest Rotterdam Het Rotterdamsch Studenten Corps houdt vast aan een prominente groep geheel zwarte pieten. De Hoofdpiet vindt: Piet is zwart.

Hoofdpiet Bert Jansen (vooraan met bril) tijdens de Sinterklaasintocht in Rotterdam in 2017. „Er is geen enkele aanwijzing dat Piet ooit iets met discriminatie te maken heeft gehad.” Foto Bart Hoogveld/ANP

Ja, er waren veel roetveegpieten bij de Rotterdamse Sinterklaasintocht op zaterdag 17 november – net als in Amsterdam en Utrecht. Toch bleef één groep prominente zwarte pieten geheel zwart geschminkt. „Dat is zeg maar de lijfgarde, direct rond de Sint”, zegt Bert Jansen (63), al zeventien jaar ‘Hoofdpiet’ aan de Maas. „Dus de Hoofdpiet met zijn Stafpiet, Boekpiet, Tekeningenpiet”, in totaal tien à vijftien man. „De eerste ring rond Sinterklaas.”

Die zwarte lijfpieten hebben een belangrijke rol bij de intocht in Rotterdam. Zij staan bij Sinterklaas, op het grote podium, en soms ook bij burgemeester Ahmed Aboutaleb. En dat in een grote stad, die net als Amsterdam en Utrecht, naar 100 procent roetveegpieten toewerkt. Hoe kan dat in het multiculturele Rotterdam?

De traditie van Zwarte Piet wordt ferm verdedigd door Hoofdpiet Jansen, mede-oprichter en oud-voorzitter van het landelijke Sint Nicolaas Genootschap. De intocht zelf wordt al 67 jaar georganiseerd door het Sint Nicolaas Intocht Comité (SNIC) van het Rotterdamsch Studenten Corps.

Schakel tussen Sint en kind

Jansen noemt Zwarte Piet „de schakel tussen Sint en kind”. Dat critici spreken van een racistische karikatuur, begrijpt hij niet. „Er is geen enkele aanwijzing dat Piet ooit iets met discriminatie of wat dan ook te maken heeft gehad.” Een afropruik hoeft van hem niet, rode lippen lopen toch maar uit en oorringen zijn onveilig, vindt Jansen. Maar een piet moet traditioneel zwart zijn: anoniem. „De heren van SNIC weten exact hoe ik erover denk. Bij elke verandering houden ze dat wel in hun achterhoofd en ik herinner ze daar regelmatig aan.”

Onvrede over intocht

De zwarte lijfgarde, zo verklapt Jansen, bestaat uit corpsleden. „Dat zijn oud-bestuurders, oud-SNIC’ers”. Als ze aftreden, mogen ze het jaar daarop samen met vrienden met de lijfpieten meelopen, zegt hij. Daarnaast regelt Jansen zelf ook zwart geschminkte pieten die de lijfgarde assisteren.

Dat juist de lijfpieten zwart blijven, steekt RUTU, een lokale netwerkorganisatie van zwarte jongeren die zwarte geschiedenis en cultuur wil verspreiden. Voor het tweede jaar heeft RUTU met SNIC een ‘Pietenakkoord’ gesloten. Vorig jaar moesten er van de tweehonderd pieten 50 procent roetvegen hebben en dit jaar 75 procent. Nu is afgesproken dat Rotterdam in 2019, na Amsterdam en Utrecht, ook uitsluitend roetveegpieten heeft. Maar uitgezonderd blijven tien tot vijftien personen: de lijfpieten met Organisatiepiet Jansen.

Ook al is dit privilege afgesproken in het Pietenakkoord, bij RUTU heerst onvrede over de afgelopen intocht, die binnenkort geëvalueerd wordt. Er zouden op het oog te veel zwarte pieten zijn geweest en te veel zwarte lijfpieten die dichtbij de Sint bleven staan: een fout beeld, vindt RUTU.

Lees ook: Piet houdt zijn ‘klantvriendelijke, bruine kleur’

Het is moeilijk te controleren. Alle afspraken werden ook nog eens doorkruist doordat er ‘wilde’ zwarte pieten van de extreemrechtse bewegingen Pegida en Voorpost meeliepen.

Volgens voorzitter Philip van der Kloot Meijburg van SNIC is het akkoord dit jaar gewoon nageleefd. RUTU komt juist terug op afspraken, zegt hij. Ook ontkent Van der Kloot Meijburg dat de lijfgarde een ereplek voor oud-SNIC-leden is. Hij noemt de lijfpieten „adviseurs”. Maar wie zijn dat dan? „Nee, dat geef ik niet bloot”,

Malique Mohamud, die namens RUTU de pietenonderhandelingen voerde: „Een van de jongens van SNIC die afgelopen jaar met ons aan de onderhandelingstafel zat, liep dit jaar rond in blackface. Dat geeft aan wat de mentaliteit daar is. Als de organisatie van de intocht geen paal en perk stelt aan een racistische karikatuur, legitimeer je de partijen die de veiligheid tijdens de intocht verstoren. En dat is gevaarlijk.” Anti-piet-demonstranten werden dit jaar aangevallen door voorstanders en de politie greep in.

Botsing van culturen

De Rotterdamse intocht is een botsing van culturen. Aan de ene kant zitten de SNIC-jongens en meisjes van het elitaire studentencorps, aan de andere kant de assertieve jongeren van RUTU, Surinaams voor wortel(s). Tussen hen in zitten twee lokale oud-PvdA-bestuurders, die dit jaar de mediators waren bij het Pietenakkoord.

De gemeenteraad, die nogmaals wil debatteren over de intocht, is ook verdeeld. Op links zitten partijen als Denk en Nida die vinden dat het stadsbestuur zich moet uitspreken tegen Zwarte Piet. Op rechts zitten weer partijen als Leefbaar Rotterdam en de VVD die Sinterklaas juist een a-politiek kinderfeestje vinden.

En in het centrum van dat krachtenveld zit Hoofdpiet Jansen met zijn lijfgarde. Een leraar die al 48 jaar in de huid van Zwarte Piet kruipt – behalve dit jaar, wegens een medische ingreep. Jansen was de laatste jaren betrokken bij de financiën, het leggen van contacten, het overleg met de gemeente, het schminkteam en de kapper, de ambulance. De eerstejaars studenten die bij de intocht pieten zijn, krijgen vooraf instructies van Jansen. Zoals: maak véél contact met de kinderen.

Jansen is de constante factor bij de intocht, omdat de SNIC-leden blijven wisselen. Hij en de lijfpieten zijn belangrijk voor de organisatie, zegt Van der Kloot Meijburg. Als ze verplicht op roetvegen zouden moeten overstappen, stoppen ze ermee, legt hij uit. „En dat zou erg jammer zijn voor de continuïteit van ons comité.”

„Het is eigenlijk absurd”, zegt Mohamud namens RUTU, „dat heel de intocht staat of valt, of heel de dialoog, bij de behoeften en de gevoeligheden van één persoon, één man.”

Maar Jansen onderhandelt niet mee met SNIC en RUTU. „Ik denk dat ik bij zo’n discussie of bespreking er ook beter niet bij kan zitten. Want dan kan het nog weleens echt ruzie worden”, zegt hij lachend. „Als je in de grond van mijn hart kijkt: ik vind al de discussies en afspraken die met bepaalde groeperingen gemaakt moeten worden zonde van mijn tijd.”

Lees ook: Pietdiscussie? Luister nou eens

Opvolging

Intussen hebben SNIC en RUTU buiten Jansen om ‘werkafspraken’ gemaakt over diens opvolging. De Organisatiepiet moet „binnen afzienbare tijd” zijn vervangen door een roetveegpiet. „Zoals het nu gaat, dat mag je eerlijk weten: ik ben heel hard aan het nadenken of ik volgend jaar nog wel wil”, zegt Jansen zelf.

„Wij zouden graag zien dat hij opgevolgd wordt”, zegt Van der Kloot Meijburg. Niet vanwege de discussie, maar omdat Jansen op leeftijd is. „Maar dat gaat Bert zelf aangeven, wanneer er een einde komt.”

Jansen: „Ik bepaal dat, ja.”

    • Eppo König