Recensie

David Lynch: hartelijk mens in een kille wereld

Biografie

‘Room to Dream’ is een biografie en memoires van David Lynch ineen. Het deels door Lynch zelf geschreven boek geeft een goed beeld van zijn werk en leven.

Still uit ‘Twin Peaks’.

Toen ik vorig jaar de eerste twee afleveringen van Twin Peaks: The Return zag, liepen de tranen me na afloop plots over de wangen. David Lynch had van televisie kunst gemaakt. Alles wat hij een leven lang had opgebouwd zat erin. En wat een hypnotiserende, intense beschouwing over het concept ‘tijd’. Wat een liefde voor de acteurs die, net als ik, in wat een vingerknip leek, een kwart eeuw ouder waren geworden in een wereld die drastisch was veranderd.

Ik kon niet anders dan teruggevoerd worden naar het moment van de eerste Twin Peaks-serie en ik The Secret Diary of Laura Palmer las. Ik was zeventien en in mijn eigen leven waren duisternis en mysterie opgerezen, die met Lynch’ werk resoneerden. Ik bekeek zijn films die aan Twin Peaks voorafgingen en miste er niet een van de volgende.

Ik herinner me levendig het moment waarop mijn neef en ik totaal gedesoriënteerd de bioscoopzaal verlieten na het zien van Lost Highway (1997). De wegmarkeringen in de koplampen tijdens onze autorit naar huis leken een onheilspellend vervolg van de film en de nachtmerries die me de daaropvolgende nacht kwelden grensden aan de psychose.

Sommige films zag ik twee keer na elkaar in de bioscoop. De muziek van Angelo Badalamenti draaide ik geregeld, Lynch’ eigen creaties soms. De lithografieën die ik enkele jaren geleden ging bekijken op een grote overzichtstentoonstelling in La Louvière deden me zijn plastische werk appreciëren (ik schreef erover in NRC).

De finale van Twin Peaks: The Return bekeken we vorig jaar met een groepje fans van het eerste uur, met donuts, kersentaart en koffie erbij. Een spontaan therapeutisch kringgesprek volgde, want wat had David Lynch toch weer aangericht in ons hoofd; die puzzel van liefde, humor en demonisch onbehagen, volmaakt maar nooit af. Geen ontkomen aan: It is happening again!

Biografie en memoires

Daarom wilde ik dus graag een stuk schrijven over Room to Dream, zijn biografie en memoires ineen, geschreven door hemzelf en journalist Kristine McKenna. De combinatie van McKenna’s vrij droge biografische relaas met Lynch’ grillige aanvullingen en commentaar daarop per hoofdstuk werkt goed. McKenna laat veel mensen aan het woord die over de jaren met Lynch leefden of werkten. De liefde voor hem die uit de meeste van die citaten spreekt is overweldigend. Lynch zorgt op zijn beurt voor grappige en ontroerende herinneringen – hoe hij een halfuur lang de hand vasthoudt van een melancholische Fellini in zijn laatste levensjaar, bijvoorbeeld – en ook hij schalt de loftrompet voor de mensen die aan het woord zijn, en de vele dierbaren die zijn overleden.

Lees ook dit interview met David Lynch: ‘Wat ik wil schilderen is verval’

Zijn hoogst idyllische kindertijd in de jaren vijftig in Boise, Idaho, is van belang in veel van wat hij maakte. Lynch groeit als oudste van drie op bij liefdevolle ouders, in een stadje dat louter uit witte middenklasse bestond. (Die witte bubbel is eveneens voelbaar in zijn oeuvre en autobiografische relaas.) Hij is ontzettend populair. Boise verlaten brengt hem in contact met een grimmiger wereld. Een ontmoeting met de kunstenaar Bushnell Keeler doet hem beseffen dat hij schilder wil worden. Het industriële en gewelddadige Philadelphia staat ver van de wereld waarin hij opgroeide en zindert na in zijn eerste lange film Eraserhead (1977), waarmee hij veel bewondering oogst bij een nichepubliek. Kort daarna begint hij aan transcendentale meditatie, die zijn woede doet verdwijnen – niets is volgens hem zo levensveranderend geweest.

Spoor van gebroken harten

Eerlijkheid gebiedt me toe te geven dat ik het wat terloops beschreven spoor van gebroken harten dat Lynch op romantisch vlak achter zich liet teleurstellend vond. Hij geeft toe een afwezige vader te zijn geweest. In wat hij over het liefdesslagveld te zeggen heeft, komt hij plots heel wat clichématiger uit de hoek dan in zijn oeuvre. En in de pas met de Bevrijding Van Alle Lijden die hij in naam van Maharishi Mahesh Yogi wereldwijd predikt, loopt die aangerichte nevenschade evenmin.

Het heeft misschien iets te maken met de dualiteit in zijn werk, de afwisseling van wreedheid en liefde, van onschuld en het onomkeerbare verlies daarvan. Of met zijn onbedaarlijke huilbui op de set van Twin Peaks: The Return, tijdens de scène waarin de oude geliefden Norma en Ed eindelijk samensmelten.

Lynch komt in Room to Dream naar voren als iemand die ten volle leeft als hij werkt, en dit in verschillende kunsttakken. Dat bijna iedereen met wie hij werkte – ook zijn werkvrienden in Frankrijk, Japan en Polen – hem naast geniaal als uitzonderlijk vriendelijk, energiek en grappig beschrijven betekent iets. Het is troostend om te lezen dat een liefdevolle professionele aanpak meer kan teweegbrengen dan dominantie of competitie, en dit wars van alle commerciële eisen van een kille (film)wereld, waartegen David Lynch zich bijna onophoudelijk, en met verve, heeft verzet.

    • Annelies Verbeke