Brieven

Brieven

Tjip de Jong houdt een pleidooi voor het inoefenen van rekenregels (Zo leert mijn zoon 1+1=11, 26/11). Daar is niets mis mee, als de regels vergezeld gaan van inzicht. Wie niet begrijpt wat hij doet, zal een truc als ‘delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde’ later op een verkeerd moment verkeerd toepassen. Telramen en ander aanschouwelijk gebeuren maken de rekensom inzichtelijk – en iets dat je begrijpt, onthoud je beter. Rekenopgaven in taal verpakt, wat is daar mis mee? Bijna elke rekenopgave waarmee je later wordt geconfronteerd, heeft een talige verpakking. De Jong verwart de begripsvorming in de methodes met zelfontdekkend leren. Maar dat is iets heel anders. Rekenen vraagt om klassikale bespreking, om ontdekken van de rekenwerkelijkheid, aan de hand van de methode met telramen, en samen met de leraar. Als de rekenvaardigheid van de leerlingen achteruitholt, dan ligt het niet aan aanschouwelijke didactiek of aan talige opgaven. Door hoge werkdruk en overvolle klassen ziet de leraar geen andere uitweg meer dan de leerling het zelf laten ontdekken. En dat is desastreus, want rekenen bevat veel contra-intuïtieve elementen.


oud-docent wiskunde
    • Ameling Algra