Albumoverzicht: imposante bloemlezing Chris Cornell, Ray Fuego iets minder punk

Recensies Wat moet je luisteren? De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week.

  • ●●●●

    Chris Cornell: Chris Cornell

    Chris CornellRock: ‘I”m looking California and feeling Minnesota”, zingt Chris Cornell op z’n loomst in Soundgarden’s “Outshined“. Die dualiteit was autobiografisch: zijn leven leek zo zonnig, terwijl onderhuids het ongemak woekerde. In mei 2017 pleegde hij zelfmoord. Nu is er een eerste bloemlezing van zijn imposante, gevarieerde carrière, met geweldig werk van Soundgarden, Temple of the Dog, Audioslave en Cornell solo. Anders dan bij een ‘best of’, horen bij een bloemlezing ook de drollen. Neem de drie nummers van Timbaland-experiment Scream die op de luxe 4-cd versie van het album staan (anders dan op de veel veiliger samengestelde 2-lp editie), waarvan vooral Steve Aoki’s remix van ‘Part of Me’ echt niet om aan te horen is. Sterk dat de samenstellers (onder leiding van weduwe Vicky Cornell) daar niet van zijn weggebleven; ook dit was Cornell. Misschien is het mede dankzij dat soort stinkers dat zijn beste (‘Black Hole Sun’, ‘Loud Love’, ‘Spoonman’) en mooiste (‘Seasons’, ‘Hunger Strike’, ‘Sunshower’) songs extra hard aankomen. Dit album is net zo Minnesota en California als Cornell zelf was.

    Peter van der Ploeg

  • ●●●●●

    Gold Star: Uppers and Downers

    Uppers and DownersPop: Als een gedempte donderslag dient de beste singer-songwriterplaat van het jaar zich aan. Gold Star is het alter ego van Marlon Rabenreither, een gedreven zanger die het beste van Velvet Underground, Replacements, Primal Scream (de ballads) en Ryan Adams in zich verenigt. Rabenreither werd geboren in Oostenrijk maar is inmiddels Amerikaan in al zijn vezels. Zijn tweede album Uppers and Downers verscheen in september en dreigde in anonimiteit te sterven, als Gold Star niet naar Nederland was gekomen voor twee indringende, memorabele optredens. Daarbij koppelde hij het heilige moeten aan een vanzelfsprekende, bijna achteloze voordracht. Titelnummer ‘Uppers and Downers’ is exemplarisch voor de louche, duistere romantiek die zijn simpel opgenomen songs ademen. Ze spelen zich meestal af in de nacht en gaan over onmogelijk liefdes (I’m stepping out with two lovers…) en alles geven voor de kunst (Now I’m turning 27, I’m getting too old to die young…). Verslavende muziek.


    Jan Vollaard

  • ●●●●

    Ray Fuego: FUE

    FUEHiphop: Voor het begin dit jaar verschenen Zwart ontving Ray Fuego begin oktober de 3voor12 Award, voor het beste Nederlandse album van het jaar. Enkele weken later doet hij er alweer een schepje bovenop met FUE, zijn tweede langspeler-album van 2018. En die klinkt behoorlijk minder punk als zijn voorganger. De SMIB-artiest gaat speelser te werk en dat zorgt voor aanstekelijke en luchtige muziek. Dromerige synths, dreigende keys; het maakt voor Ray Fuego niet uit. Hij klinkt vrolijker, alsof hij uit het donkere dal is geklommen waar hij in viel voor hij Zwart maakte. Er wordt minder wild om zich heen geslagen en meer plezier gemaakt. De korte en scherpe zinnen worden verlengd met plots gerekte lettergrepen, wat zorgt voor een funky effect. Alles klinkt eigenlijk even mellow, tot ‘FLEXOSAURUS’ de revue passeert; daarop bewijst Ray – samen met Yung Nnelg – nog altijd punk te zijn. Bowie van Loon

  • ●●●●

    Jacco Gardner: Somnium

    SomniumPop: Na twee albums vol barokke popsongs, maakte de Nederlandse muzikant Jacco Gardner nu Somnium, een conceptuele plaat zonder zang. De muziek is bedoeld als een trip die je meevoert door tijd en ruimte. Daarbij zou zijn stem maar afleiden, meent hij. Gardner werd bekend als zanger van ‘baroque pop’ maar heeft zich nu nog meer verdiept in de mogelijkheden van het instrumentarium. Op Somnium creëerde hij een afwisselend tableau aan sferen, met analoge synthesizers, Moogs en akoestische gitaarnoten. De nummers golven van ouderwetse sciencefiction naar elegante klavecimbelmelodieën (in ‘Lagragian Point’). Gardner refereert aan de stijl van Bowie’s ‘Weeping Wall’, van het album Low (1977), en verwijst naar de natuur, met een koor van kwetterende vogels in ‘Volva’. Zijn bloemrijke melodieën zijn zo geschakeerd dat je de zang niet mist. Als bedwelmend album is Somnium een waardevolle evolutie in Gardners stijl. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Jazz Orchestra of the Concertgebouw: Crossroads

    CrossroadsJazz: Ruim twintig jaar tast het veelzijdige Jazz Orchestra of the Concertgebouw de grenzen van bigbandmuziek af met bekwaam gebrachte, plezierige swing. Daarvoor is, zeker met een blikvangende gast, altijd wel een publiek te vinden. Maar al die vakkundigheid werd kleurloos. En als het repertoire niet meer zo de tijdgeest vangt, terwijl de omgeving onherroepelijk verandert, hoop je op een ommezwaai.En die kwam. Het orkest heeft, onder leiding van de Amerikaan Dennis Mackrel en Rob Horsting, een nieuwe gretigheid gevonden. Dat is in alles merkbaar op Crossroads. Het is een omwentelend dubbelalbum dat in de eerste plaats soepel en gloedvol ronkt en in het tweede deel intrigeert met meer abstractere uitdagingen. Het blikveld is duidelijk verruimd: breed uitgedachte composities vol harmonische wendingen, gemotiveerd kristalhelder samenspel en solisten als saxofonist/basklarinettist Joris Roelofs met een eigen verhaal. Amanda Kuyper

  • ●●●●

    J Mascis: Elastic Days

    Elastic DaysPop: Hoe ouder rockhelden worden, hoe meer ze gaan kraken (Neil Young), krassen (Patti Smith) of onverstaanbaar mompelen (Bob Dylan). En met een beetje pech worden ze nog onuitstaanbaar ook. J(oseph) Mascis (52) legde exact de omgekeerde weg af. Hij begon juist als verbitterd ijskonijn, verborg zich achter dikke muren van gewapend distortion-beton en maakte ondertussen het leven van zijn bandleden zo zuur mogelijk. Desalniettemin zou zijn rocktrio Dinosaur Jr. uitgroeien tot grungepionier. Maar: hoe ouder Mascis werd, hoe meer hij ontdooide. Behalve tot een goedgemutste Dinosaur-reünie leidde dat tot verrassend melodieuze soloplaten vol akoestische kampvuur-folk. Op zijn derde album Elastic Days zingt hij opgewekter en zuiverder dan ooit, en soms zelfs prachtig tweestemmig (‘I Went Dust’). En ondanks al die euforie kan J gelukkig ook nog schitterend somberen: ‘I don’t peak too early’, verzucht hij in ‘See You At the Movies’: ‘I don’t peak at all.’ Frank Provoost