Veel meer seksueel contact met neanderthalers

Menselijke evolutie Op allerlei plekken en momenten hadden neanderthalers en moderne mensen seksueel contact, in Azië en Europa.

Fotograaf neemt foto’s van een beeld van een neanderthaler, tentoongesteld in het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle. Foto AFP/ Michael Latz

De menselijke seksuele contacten met neanderthalers in de prehistorie zijn niet beperkt gebleven tot één ‘puls’ van genenuitwisseling. Er zijn juist allerlei plekken en momenten van ‘genetisch contact’ geweest, in Europa maar waarschijnlijk vooral in Azië. Alleen zo is te verklaren dat mensen die nu in Azië leven ongeveer twintig procent meer neanderthal-DNA hebben dan mensen uit Europa. Dit schrijven twee genetici deze week in Nature Ecology & Evolution. Beiden zijn verbonden aan de Temple University in Philadelphia. In een commentaar bij het artikel schrijft de Italiaans-Duitse Fabrizio Mafessoni (Max Planck Instituut Leipzig) zelfs dat het contact tussen neanderthalers en moderne mensen er op neer komt dat „de kruisingen betrekkelijk continu plaatsvonden”.

In 2006 werden de eerste fragmenten van het genoom van de neanderthaler gereconstrueerd. Tot veler verrassing werd toen ontdekt dat moderne mensen buiten Afrika ongeveer 2 procent van hun DNA aan neanderthalers hebben te danken. De Homo neanderthalensis, deze circa 35.000 jaar geleden uitgestorven naaste verwant van Homo sapiens, leeft dus nog voort in een groot deel van de moderne mensen. Berekend werd dat de menging van de twee mensensoorten (of misschien beter van de twee ondersoorten) ergens in het Midden-Oosten moest hebben plaats gevonden, zo’n 60.000 jaar geleden, kort nadat de moderne mensen vanuit Afrika de wereld waren ingetrokken. Hoe vervolgens de later gevonden verschillen tussen Aziaten en Europeanen moesten worden verklaard was tot nu toe onduidelijk.

Virtuele bevolkingsmodellen

De twee onderzoekers hebben nu deze genetische verschillen nader bepaald bij bijna 600 genomen van Centraal-Europeanen en Chinezen in het 1000 Genomes Project. Deze verschillen hebben ze ingevoerd in allerhande virtuele bevolkingsmodellen waarbij vele duizenden virtuele neanderthalers en moderne mensen elkaar duizenden generaties op allerlei verschillende manieren konden ontmoeten. Het demografische model waarbij na een gemeenschappelijke ‘meng-puls’ de gesplitste groepen ook elk apart minstens één ‘puls’ met neanderthalers doormaakten, bleek de verschillen veel beter te verklaren dan concurrerende modellen, zo is hun conclusie. Aan die verschillende pulsen hielden de Aziaten dus uiteindelijk net wat meer neanderthal-DNA over dan de Europeanen.

Lees ook: Wij zijn de laatste overlevenden van een groot mensengezin

De ‘herhaalde seksuele contacten-theorie’ bleek ook superieur aan het idee dat de Europese tak van de Afrikaanse migranten meer bijmenging heeft gehad van moderne mensen groepen die nooit contact met neanderthalers hadden gehad (de ‘verdunningstheorie’). Ook binnen de nieuwe modellen kan zulke ‘verdunning’ nog altijd meespelen, maar duidelijk is wel dat de verschillende contactgeschiedenis met neanderthalers het meest bepalend is geweest voor de oost-west-verschillen.

Luister ook naar deze aflevering van onze wetenschapspodcast Onbehaarde Apen, over het leven, sterven en voortleven van de neanderthalers.
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

    • Hendrik Spiering