Voetballers komen wel weg met doping

Doping Sergio Ramos, sterspeler van Real Madrid, werd niet gestraft na een positieve dopingtest. Wat als hij wielrenner was geweest?

Real Madrid-speler Sergio Ramos.Foto Vincent West/Reuters

Geen ophef. Geen publieke schandpaal. Geen openheid van zaken. Terwijl een stervoetballer is betrapt op het gebruik van doping.

In het Duitse blad Der Spiegel was afgelopen weekeinde te lezen dat Sergio Ramos, verdediger van Real Madrid, positief testte na de Champions League-finale van 2017. „Mensen proberen mijn carrière kapot te maken”, reageerde Ramos in de Spaanse pers. „Ik ben 250, misschien wel 300 keer getest in mijn loopbaan en nooit was er iets aan de hand.”

Ramos kreeg de dag voor de finale een verboden pijnstiller toegediend, waarover de clubarts van Real niets meldde bij de dopingcontrole na de finale. Dat had wel gemoeten. De UEFA vroeg om opheldering, kreeg van de arts te horen dat hij in alle euforie (de Spaanse koning kwam ineens binnen) twee middelen door elkaar had gehaald en sloot de zaak. Wees voortaan zorgvuldiger, was de boodschap van de Europese voetbalbond aan Real.

Lees ook: Real Madrid-ster Sergio Ramos ruziet om dopingcontroles

Wat als Ramos wielrenner was geweest? Die sport is in de vorige decennia zo bezoedeld dat de antidopingreglementen net zo rigide zijn als de publieke opinie. Wie positief test, wordt gestraft. Betrapt is betrapt.

Anders dan het voetbal heeft het wielrennen zijn whereabouts: Waar ben je? Wanneer? Hoe laat? Coureurs melden alles zodat ze elk ogenblik kunnen worden getest, waar dan ook. Ook als je bij een prijsuitreiking zit, zoals de Belg Pieter Serry begin november. Hij voelde zich naar eigen zeggen een gedetineerde met een enkelband om.

Tourwinnaar Chris Froome werd nooit officieel gestraft na zijn verdachte bloedwaarden in de Vuelta van 2017. Moreel was de straf onomkeerbaar: in de Tour de France werd hij uitgejouwd op elke straathoek.

In de atletiek zijn ze al net zo rigide. De Nederlandse hordeloper Gregory Sedoc werd in 2011 een jaar geschorst nadat hij drie controles had gemist. Niet omdat hij had gebruikt. Hij miste de Spelen van Londen een jaar later.

In de voetbalwereld zijn corruptie en matchfixing bestempeld tot probleem. Maar bij doping is dat veel minder. Er zijn weinig zaken bekend en bovendien heerst het beeld dat een speler individueel te weinig aan doping heeft omdat teamgenoten de wedstrijd alsnog kunnen verpesten.

Voordeel van de twijfel

De reflex bij twijfel is ook anders in het voetbal. Dopingzaken zijn dikwijls welles-nietesverhalen. Een strijd tussen de autoriteiten en een sporter die zich van geen kwaad bewust zegt te zijn. In het wielrennen valt die strijd snel in het nadeel van sporters uit. In het voetbal is het eerder andersom.

Maar Ramos hield zich al eerder niet aan de regels, meldde Der Spiegel. Bij een duel in Spanje besloot hij te douchen vóór hij moest plassen, terwijl de aanwezige dopingcontroleur nadrukkelijk zei dat de regels dit verboden. Ook toen waren er al geen gevolgen.

Dat de regels in het voetbal altíjd soepeler zijn, is een misverstand. Ook voetbalbonden als de KNVB zijn gebonden aan de code van wereldantidopingagentschap WADA, wat betekent dat bij een duidelijke positieve test hetzelfde systeem in werking treedt als bij andere sporten. En de strafmaat is hetzelfde.

Denk aan Kevin van Essen. In mei 2015 testte de middenvelder van eerstedivisieclub Telstar positief na de wedstrijd Telstar-Helmond Sport. Furosemide, zo heette het vochtafdrijvende middel dat controleurs in zijn urine aantroffen. Geen stof waar je beter van gaat voetballen. Maar: het middel is verboden omdat het de aanwezigheid van andere verboden middelen kan maskeren.

Van Essen wist van niets. Hij had vitaminepillen geslikt, gekocht in de supermarkt. De KNVB zag geen opzet. Toch deed dat niets af aan zijn schorsing: twee jaar.

Bij Van Essen – tegenwoordig stukadoor – ging het geheel volgens de richtlijnen. Bij Real-ster Ramos niet.

    • Fabian van der Poll