Opinie

    • Ellen Deckwitz

Jaloezie

Afgelopen weekend werd mijn neefje dertien en dus moesten we zondag met de gehele familie in een kring zitten om veganistische cake te eten. Ik zetelde naast oudoom Karel (88), het familiehoofd dat al decennialang het humeur van een terdoodveroordeelde heeft.

Terwijl hij nog een hap cake nam, zuchtte hij diep.

„Dertien jaar alweer. De tijd vliegt.”

„En wij zijn allemaal weer iets trager”, giechelde ik.

„Wacht maar”, zei hij. „Dat is nog het minst vervelende van verouderen. Weet je wat zo moeilijk is?”

„Dat je er op een gegeven moment niet meer uitziet?”

„Nee.”

„Dat iedereen van wie je houdt aftakelt?”

„Ook niet.”

„Wat dan?” vroeg ik, terwijl ik het antwoord eigenlijk allang niet meer hoefde te weten.

„Jaloezie. Kijk nou”, hij wees naar mijn neefjes die met elkaar stoeiden. „Buitelen en gek doen alsof het niets kost. Je valt omver en staat gewoon weer op, onaangedaan door enige vorm van zwaartekracht. Je kan eten en drinken wat je wilt. Ik ben zo jaloers op jonge mensen. Op hen die zich in dat kleine tijdsslot bevinden waarin je helemaal gezond bent, waarin je nauwelijks last hebt van dat lichaam. En er dus net zo achteloos mee omgaat als ik destijds. God, de tijd dat ik nog reukzin had, dat alles nog smaakte. Dat vrouwen nog naar me omkeken.”

Ik had er nooit bij stilgestaan dat ouderdom afgunst kon veroorzaken maar het was eigenlijk best logisch. Ook ik kijk weleens naar mijn neefjes en denk, wauw, ik wou dat mijn rug nog zo solide was. Mijn huid even elastisch, tjokvol collageen. Dat mijn grootouders nog leefden.

Opeens zag ik talloze kansen voor leeftijdsjaloezie. En dat terwijl ik nog maar 36 ben! Hoe erg moest dat wel niet zijn als ik over vijftig jaar net zo afgeleefd ben als mijn oudoom?!

„En”, ging oom Karel onverstoord verder, „weet je wat het aller-aller-aller-ALLERergste van ouder worden is?”

„Ik ga afruimen”, zei ik, en glipte weg voor hij de tijd had om daarop te reageren. Bijkomend voordeel van dertiger zijn: een 88-jarige kan je nooit inhalen. Ik had genoeg van de gruwelijke teasertrailer die hij aan het afspelen was. Hij hoefde echt niet te onthullen wat voor verschrikkelijks me nog te wachten stond. Daar zou ik vanzelf wel achter komen.

En, dacht ik terwijl ik bordjes stapelde, mocht ik nou voortijdig het hoekje om gaan, dan is het in ieder geval een zeer troostende gedachte dat ik dan enorm veel leeftijdsjaloezie heb misgelopen. Haar op zijn hoogst alleen maar heb veroorzaakt. Zo wandelde ik rechtop weg van het feest. Dankbaar voor mijn stevige voeten, mijn pijnloze organen, dat ik uitpuilde van onwetendheid.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz