Gewoon winnen lukt niet meer

Sporttech Het belang van informatietechnologie in de topsport neemt snel toe. „Wie die onzichtbare datarace op de computer wint, neemt op het sportveld een voorsprong.”

Smartsuit, slim schaatspak voor onder andere shorttrackers. Als elke fractie van een seconde telt. Foto Samsung

Olympische schaatskampioenen Suzanne Schulting en Sjinkie Knegt wonnen eerder deze maand de 1.000 en 1.500 meter tijdens de wereldbeker shorttrack in Salt Lake City. Schulting was zeven honderdsten sneller dan de nummer twee, Knegt één tiende. Als elke fractie van een seconde telt kan slimme technologie een nuttig hulpmiddel zijn om te winnen.

Beide shorttrackers trainen bijvoorbeeld regelmatig in een schaatspak vol sensoren. Zo’n ‘smartsuit’ meet onder meer doorlopend de afstand tussen ijs en heupen van de schaatsers. Een zendertje stuurt die informatie rechtstreeks naar de smartphone van bondscoach Jeroen Otter. Als de schaatser niet ‘diep genoeg zit’, waarschuwt de coach ze door een sensor bij de pols te laten vibreren.

Het gebruik van informatietechnologie in de topsport neemt snel toe. In ‘sporttech’ gaan inmiddels miljarden euro’s om. „Ons lichaam geeft talloze signalen af”, zegt Mounir Zok. „Dankzij kleine en krachtige sensoren kunnen we steeds meer van die signalen registreren. En zo die beslissende 1 procent beter presteren, die het verschil bepaalt tussen winst en middenmoot.” Zok was tot mei hoofd technologie en innovatie van het Amerikaans Olympisch Comité en leidt nu een gezaghebbend adviesbureau voor tech en topsport met grote sportclubs als klant.

Pleisters vol sensoren

Zok experimenteerde als een van de eersten met smartsuits om de verrichtingen van zijn sporters nauwkeurig te volgen. Hij gebruikte pleisters vol sensoren die de spierspanning van de drager nauwkeurig meten. En slimme contactlenzen die realtime de chemische samenstelling van het traanvocht meten en de gegevens direct versturen via een zeer klein zender in de lens. Handig als je precies op het juiste moment wilt pauzeren, of een sportdrank wilt nemen.

In veel sporten, meent Zok, hebben we de grens wat menselijk mogelijk is bijna bereikt. Het verschil tussen winnaar en peloton wordt steeds vaker bepaald door technologie. Op congressen speecht Zok regelmatig over de opkomst van „superatleten” en „waarom er geen weg terug is”. „Losse sensoren en hun data zijn al heel spannend”, zegt hij in zijn toespraak. „Het wordt pas echt interessant als je die verschillende datastromen in onderlinge samenhang analyseert. Wie daarin slaagt, kan een complexe formule opstellen: de formule van succes.”

Die formule is geld waard. Volgens het Britse bureau Juniper Research is de markt voor slimme sportsensoren in 2020 goed voor minstens 18 miljard euro. Garmin, Fitbit, Adidas en Samsung, een van de ontwikkelaars van slimme schaatspakken, investeren fors in de sector.

Mounir Zok verwacht vooral veel van slim textiel – (sport)kleding waarin sensors zijn geprint. Even belangrijk is volgens hem de software die alle gegevens in samenhang kan analyseren. Die zou antwoord moeten geven op vragen als: hoe efficiënt is een armbeweging of loopritme? Welke spelers stel ik op tegen een verdedigend ingestelde tegenstander? Wanneer dreigt een sporter overbelast te raken?

De vraag hoe je blessures voorkomt staat centraal bij Nano4Sports op de High Tech Campus in Eindhoven. Met voetbalclub PSV en verschillende hockeyclubs werkt Nano4Sports onder meer aan technologie die overbelasting in kaart brengt.

„Blessures worden vaak veroorzaakt door overbelasting”, zegt Heleen Boers, ex-toproeier en biomedisch ingenieur bij het deelnemende bedrijf imec. „Overbelasting vloeit voort uit fysiologische factoren, maar ook uit stress in het privéleven.” Naast beweging en hartritme meten de Nano4Sports-sensoren daarom ook de mate waarin de huid elektriciteit kan geleiden. Boers: „Uit onderzoek blijkt dat die geleidbaarheid toeneemt naarmate je meer stress ervaart. En des te meer stress, des te slechter je slaapt en des te langer voor je herstelt.”

Boers en haar team onderzoeken nu welke datastromen ze moeten samenbrengen om belastbaarheid en blessuregevoeligheid zo effectief mogelijk te voorspellen. In de toekomst willen ze die informatie direct kunnen analyseren, zodat de coach meteen kan ingrijpen als iets fout dreigt te gaan. Of de sporter zelf. Volgens Boers, die zelf lang op internationaal niveau roeide, is het nu nog zo dat de coach vaak de fysiologische data van de sporter beheert. „Iemand anders kan van alles vertellen, maar het is vaak krachtiger als je dat inzicht zelf krijgt.”

Virtual reality

Een beter spelinzicht is ook de insteek van het virtual reality-systeem van Beyond Sports. Met een serie camera’s in (voetbal)stadions legt dit Alkmaarse bedrijf de bewegingen van spelers in detail vast. Die informatie gebruikt Beyond Sports om spelsituaties in gespeelde wedstrijden levensecht na te bootsen in VR. „Zo kun je een speler nogmaals in een situatie plaatsen waarin hij eerder een verkeerde beslissing nam”, zegt zakelijk directeur Sander Schouten. „Door het perspectief vanuit de VR-bril tien meter te verhogen, geef je de speler een duidelijk overzicht. Zo ziet hij dat hij beter een andere pass had kunnen geven of een speler had kunnen dekken.”

AZ, PSV en het Nederlands elftal werkten al met Beyond Sports. „Naast het herbeleven van wedstrijdmomenten, ontwikkelen we ook trainingscenario’s waarin spelmomenten worden nagebootst die de trainer belangrijk vindt”, zegt Schouten. „Dat maakt het veel makkelijker om aan strategische zwakheden te werken, of een voetbalfilosofie of gewenste speelwijze uiteen te zetten. Die theorie kun je uitleggen, maar door de spelers midden in deze situaties te plaatsen, komt de boodschap beter binnen.”

Spelers ervaren die situaties in VR als realistisch, blijkt uit onderzoek van Universiteit Utrecht. Regelmatig gebruik verbetert de reactiesnelheid van de hersenen en het vermogen het spel te „lezen”, concluderen de onderzoekers.

Beyond Sports analyseert inmiddels ook wedstrijden voor de Amerikaanse topcompetities National Hockey League (ijshockey) en National Footbal League (American football). Een consortium onder leiding van de Amerikaanse miljardair David Blitzer (mede-eigenaar van ijshockeyteam New Jersey Devils, basketbalteam Philadelphia 76ers en de Engelse voetbalclub Crystal Palace) investeerde onlangs ruim 2 miljoen euro in het bedrijf in Alkmaar.

Tennis

Ook in de software die sporters kan helpen om inzichten in hun prestaties te generen wordt fors geïnvesteerd. Onderzoeksbureau Market Research Pro noemde in een rapport in september onder meer Google, Apple en Samsung, maar ook traditionele automatiseerders als IBM, SAP, Oracle en Accenture.

IBM’s supercomputer Watson deed in dit verband van zich spreken tijdens de US Open, een van de vier belangrijkste tennistoernooien in de wereld. Watson analyseerde duizenden uren aan tennisbeelden om antwoord te geven op vragen als: hoe slaat een tennisser zijn tweede service, als zijn eerste in het net is gegaan? En wat gebeurt er als zijn backhand doorlopend onder druk wordt gezet? De analyse van Watson toonde de latere winnares Naomi Osaka uit Japan bijvoorbeeld precies hoe ze het spel van favoriet Serena Williams moest frustreren met een combinatie van harde ‘groundstrokes’. Die lange slagen van achteruit het veld leidden volgens IBM in eerdere wedstrijden tot de meeste fouten bij Williams.

Slimme sportsoftware

De markt voor sportsoftware groeit de komende vier jaar met ruim 40 procent per jaar, stelde marktanalist HFT Market Report in september. Dat zou betekenen dat er in 2022 ruim 3,5 miljard euro in omgaat. En dat trekt nieuwe startups.

Het Duitse bedrijf Kinexon voorziet bijvoorbeeld spelers van veertien Amerikaanse basketbalteams in de NBA van kleine, in sportkleding bevestigde plastic doosjes. Dankzij de aanwezige versnellingsmeter, gyroscoop en magnetometer kan het gekoppelde computersysteem de bewegingen van de basketballers op 10 centimeter nauwkeurig in kaart brengen. Ook de bal is uitgerust met een zender die zijn locatie doorlopend doorgeeft aan antennes langs het veld. Zo weten coaches op elke moment welke speler de meeste afstand aflegt, punten scoort en ballen afpakt. Volgens experts heeft Kinexon, dat ook met voetbal- en ijshockeyteams werkt, nu al een beurswaarde van ruim 1 miljard euro.

„De sterke groei van meettechnologie en data stelt sportclubs voor een uitdaging”, zegt Mounir Zok. „Wie kan uit de schijnbaar oneindige datastromen het snelst waardevolle inzichten destilleren?” Voorloper is de Formule 1. De Mercedes van wereldkampioen Lewis Hamilton telt bijvoorbeeld ruim tweehonderd sensoren. Zeker vijftig registreren de prestaties van de motor, van temperatuur tot toerentallen. Daarnaast registreren ze de lichamelijke toestand van de coureur, de snelheid van de auto, rotatie, druk en temperatuur van de afzonderlijke banden, de luchtstroom over het chassis, de samenstelling van de uitlaatgassen en de uitgeoefende G-krachten op de auto. Dat komt neer op meer dan 300 gigabyte aan informatie per race.

In de garages langs het circuit ontstaat zo een parallelle race om inzicht te krijgen in de prestaties van de eigen auto’s, en die van de concurrentie. Om de enorme hoeveelheid data realtime te verwerken en analyseren gebruiken de teams van soms tientallen IT-specialisten een aaneenschakeling van krachtige computers. Zij brengen alle datastromen samen tot één allesomvattend verhaal om de beste racestrategie te bepalen: wanneer is de beste tijd voor een aanval of pitstop, en welke banden bieden het meeste kans op succes?

Met name op dit gebied toont de ‘industriële rekenkracht’ van grote IT-spelers zijn meerwaarde. „IBM en SAP werken al jaren met zwaardere dataverzamelingen”, zegt Zok. „In de financiële sector, bij energiebedrijven of grote vliegmaatschappijen.” Voor een vliegtuig landt, weten mecaniciens al wat voor onderhoud of reparaties ze moeten verrichten. Het brandstofverbruik of de levensduur van de motoren wordt al jaren beheerd via steeds slimmere algoritmes. Met relatief kleine aanpassingen kun je die algoritmes volgens Zok ook gebruiken om sportprestaties te optimaliseren.

Zo groeit de informatietechnologie in de topsport uit tot een soort kunstmatig intelligente supercoach, zegt Mounir Zok. „Zie het als een slimme persoonlijke assistent, die je alleen nog maar de juiste vragen hoeft te stellen. Op welk deel van het circuit is een inhaalactie voor deze coureur het meest kansrijk? Welke trainingsonderdelen dragen het meeste bij aan een prestatie? In welke samenstelling scoort onze voorhoede de meeste goals? Wie de datarace op de computer wint, neemt op het sportveld of circuit een belangrijke voorsprong.”

Correctie: Een eerdere versie van het artikel noemde FC Barcelona als klant van het adviesbureau van Mounir Zok, N3xt Sports. De Spaanse voetbalclub is echter geen officiële klant van Zok.

    • Arnoud Groot