Opinie

    • Paul Scheffer

Gele hesjes tegen de groene hoop

De beelden uit Parijs komen bekend voor: barricades, brandende auto’s, ingeslagen winkelruiten. Frankrijk wordt overspoeld door protest tegen een verhoging van de brandstofprijzen. Doordat de macht in het land zo is gecentraliseerd en de parlementaire oppositie zwak is, nemen protesten al snel de straat in beslag – met alle risico’s van geweld.

Jacline Mouraud, die deze beweging van de gele hesjes loswoelde met een videoboodschap, verwoordt haar wantrouwen tegen de gevestigde orde: „De enige politicus die zijn eigen facturen betaalde en de verantwoordelijkheid opnam voor zijn fouten was generaal De Gaulle.” Dat is een halve eeuw geleden.

De eerste ronde van de presidentsverkiezing vorig jaar liet al zien dat Frankrijk diep verdeeld is. Ongeveer de helft van de stemmen ging naar partijen die zich afkeren van het midden: La France Insoumise van Jean-Luc Mélenchon en het Front National van Marine Le Pen. Vooral die laatste steunt het ongeorganiseerde protest.

Lees ook: Macron komt ‘gele hesjes’ tegemoet, maar houdt vast aan ‘ecologische transitie’

De afstandelijke president, Emmanuel Macron, heeft op de protesten gereageerd met een ‘sociaal pact voor de ecologische transitie’. Dat is wel nodig, want deze kwestie draagt alles in zich om een nieuwe breuklijn te vormen tussen de stedelijke elites en het minder welvarende deel van de samenleving.

De belasting op diesel is in een jaar tijd met bijna een kwart verhoogd en stijgt volgend jaar verder. Dat wordt gezien als het dédain van bestuurders, die zich niet bewust zijn dat deze milieubelasting vooral mensen treft buiten de steden, die meer dan anderen afhankelijk zijn van hun auto. Een veel geciteerd commentaar van een van de demonstranten was: „De elites praten over het einde van de wereld, terwijl wij praten over het einde van de maand.”

Deze sociale kwestie moeten de middenpartijen goed tot zich laten doordringen. De hulpeloze reactie van een minister toonde een grote verlegenheid: „We moeten begrijpen wat het is om van 950 euro per maand te leven terwijl de rekeningen in Parijse restaurants rond de 200 euro zijn als je iemand uitnodigt en geen wijn neemt.”

Hoe brengen we de wereld van quinoa en diesel bijeen?

Het hameren op een groene levensstijl kan het wantrouwen in de samenleving vergroten. De milieupartijen in Europa, die het bij verkiezingen zo goed doen, hebben een verantwoordelijkheid. Want de energieomslag die ze bepleiten kan leiden tot meer ongelijkheid. Wie gaat de enorme bedragen opbrengen die nodig zijn?

De recente protestbeweging verenigt volgens onderzoeker Jérôme Saint-Marie de mensen die werken maar nauwelijks rond kunnen komen. Zijn inschatting is dat vooral de partij van Le Pen vruchten zal plukken van dat chagrijn. De links-populistische Mélenchon heeft zich, in zijn woorden, te zeer verbonden met de stedelijke subcultuur: „Quinoa en diesel gaan niet zo goed samen.”

Sybrand Buma sprak al in de zomer met Elsevier over deze spanning: „Dit dreigen twee gescheiden werelden te worden. De zogeheten klimaattafels stellen voor iedereen eventjes een hogere gasrekening vast, of een lening om een waterpomp te kopen. De meeste mensen kunnen amper hun hypotheek betalen.”

Hij vreesde een „herhaling van de Fortuyn-revolte” en voorzag een tweedeling: „Enerzijds mensen die hun vleugels uitslaan over de hele wereld en in het weekeinde op een terras in Barcelona prosecco drinken.” Hij bedoelde waarschijnlijk cava. „Anderzijds mensen die zoveel op zich af zien komen dat ze geen vaste grond onder de voeten voelen en zich bezorgd afvragen of hun kinderen nog mee kunnen op schoolreisje.”

Het is veelzeggend dat de vakbeweging geen enkele rol van betekenis speelt in deze opstand. De afwezigheid van bonden die sociale tegenstellingen kunnen opvangen toont een verzwakte democratie. De checks and balances functioneren niet alleen in Frankrijk onvoldoende. Overal is de druk op de lagere middenklasse en de werkende armen zichtbaar.

Lees ook dit artikel over de verdeling van de klimaatlasten

„Het klimaatbeleid zal sociaal en rechtvaardig zijn, of niet zijn”, schreef Dirk Holemans in Knack. De voormalig voorzitter van Groen in Vlaanderen begrijpt het ongenoegen: „Wie in een achtergesteld gebied woont en met zijn karig loon de diesel moet betalen om ver te pendelen, is terecht boos.” Een rechtvaardig beleid begint volgens hem bij de uitbouw van openbaar vervoer.

Daarvoor is wel meer nodig. De inkomens van een flink deel van de samenleving stagneren. De bereidheid om hogere milieubelastingen op te brengen is gering. Hoe gaan we deze botsende belangen verzoenen? Hoe brengen we de wereld van quinoa en diesel bijeen? Alle betrokkenheid bij het milieu kan hierop stuklopen: de gele hesjes keren zich tegen de groene hoop.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.
    • Paul Scheffer