Steve Carell als vader David Sheff in ‘Beautiful Boy’.

Felix Van Groeningen: ‘Ik heb altijd een latente angst om verslaafd te raken’

Felix Van Groeningen ‘Beautiful Boy’ vertelt het waargebeurde verhaal van een jongen die alles had maar zijn leegte alleen kon stillen met drugs. Vlaming Felix Van Groeningen over zijn Hollywooddebuut.

‘Er is geen waarom.” Dat is de conclusie die de Vlaamse regisseur Felix Van Groeningen trok uit zijn Amerikaanse debuut Beautiful Boy. De film is een vervlechting van de twee boeken die vader David en zoon Nic Sheff schreven over de langdurige verslaving van de laatste: Beautiful Boy: A Father’s Journey Through His Son’s Addiction en Tweak: Growing Up on Methamphetamines. „Of er is juist heel veel waarom”, voegt Van Groeningen daaraan toe. „Er zijn alleen geen bevredigende antwoorden.” We spraken de 41-jarige regisseur van De helaasheid der dingen (2009), The Broken Circle Breakdown (2012) en het semi-autobiografische Belgica (2016) daags na de wereldpremière van zijn eerste Engelstalige film op het filmfestival van Toronto: „Op een bepaalde manier gaan al mijn films over excessief gedrag en existentiële leegte.”

Van Groeningen is hot in Hollywood. Eerder deze maand ontving hij voor Beautiful Boy uit handen van Brad Pitt een Hollywood Film Award als ‘Breakthrough Director of the Year’. Ook hoofdrolspeler Timothée Chalamet – nog ietsje hotter nadat hij vorig jaar voor zijn rol in Call Me by Your Name voor een Oscar was genomineerd – werd onderscheiden. Volgens Award-watchers kan dat alleen maar een voorbode zijn van nog meer succes. Hoe dat werkt ervoer Van Groeningen al eerder, toen The Broken Circle Breakdown voor de Oscar voor Beste Buitenlandse Film werd genomineerd, en hem het ene na het andere script ter verfilming werd aangeboden.

Maar toen las de regisseur de boeken van de Sheffs en werd intens getroffen door het verhaal over een highschoolstudent die alles had wat een highschoolstudent zich maar kan wensen, maar ook rondliep met een diep gevoel van leegte en ontheemding dat hij alleen maar kon stillen met drugs. Beautiful Boy werd geen klassieke drugsfilm, maar een echte Van Groeningen, met door elkaar lopende tijdslijnen en perspectieven. Dat had alles te maken met het feit dat hij bedong dat hij zijn vaste cameraman Ruben Impens en editor Nico Leunen mee kon nemen: „Zonder hen was het niet gelukt. De basis ligt altijd in het scenario, en dan moet toch in de montage alles weer herzien worden. De eerste cut is altijd te cerebraal en Nico slaagt er dan in om in de montage de emoties van de personages terug te vinden.”

Twee verhalen over verslaving, twee boeken, twee perspectieven. Een vader en een zoon. Hoe maak je daar één film van?

„Ze vertellen twee verhalen, van buiten en van binnen. De vader kijkt naar zijn zoon, maar hij kan weinig doen. Dus er is ook een spanning tussen willen en kunnen. De blik van de zoon wordt naar binnen getrokken. Het allerbelangrijkste is om die verslaving van Nic te kunnen begrijpen. Want dan begrijp je ook de wanhoop van zijn vader die steeds maar naar oplossingen zoekt.”

Lees hier de recensie van ‘Beautiful Boy’

Is verslaving zo langzamerhand een rode draad in je oeuvre?

„Ik ben helaas opgegroeid in een wereld waarin excessief gedrag aan de orde van de dag was. Dus dat is een thema dat mij blijft fascineren, al is het in elke film weer anders. Maar ik ben ook geïnteresseerd in hoe families werken, in vader-zoonrelaties en hoe mensen zich kunnen verliezen in drank en drugs. Wat ik van de boeken van de Sheffs heb geleerd is dat wij daar in onze omgeving misschien op een onbeholpen manier mee zijn omgegaan, het misschien maar hebben gelaten, omdat we niet de tools hadden om mensen te helpen. Daarmee schrijf je ze eigenlijk af. Zelf heb ik ook altijd de latente angst dat ik verslaafd zou kunnen raken. Mijn vrienden zeggen me dan altijd dat dat onzin is, omdat ik een enorme controlfreak ben. Natuurlijk heb ik net als iedereen wel eens wat drugs gebruikt, maar meer recreatief. Maar had ik ook over de rand kunnen vallen? In hoeverre heeft ieder mens dat in zich? Films maken is een manier om dat uit te zoeken.”

Ben je erachter gekomen?

„Een sterk motief in de film is dat Nic zich nergens thuisvoelt. Het heeft zeker met een laag zelfbeeld te maken, maar het is bijna existentieel. Hij is iemand die altijd verloren is, iemand die zijn eigen plek nog niet heeft gevonden. Altijd op zoek. De aangrijpendste scènes vind ik als hij naar huis gaat en dan ziet dat zijn kamer in een babykamer is veranderd. Maar hij is die baby. Hij hunkert naar die zorg. Maar is dat een verklaring?”

De boeken zijn veel extremer. Je hebt ervoor gekozen om geen klassieke drugsfilm te maken.

„We hebben het wel geprobeerd. Maar eigenlijk ben je dan heel snel uitgepraat. Ik kwam erachter dat je pas echt de diepte ingaat als je de momenten voor en na het eigenlijke gebruik laat zien. Anders reduceer je iemand tot junk. Maar hoe gaat iemand die net een shot heeft gezet naar huis? Wat is de aanloop naar het moment dat iemand die een tijdje clean is toch weer gaat gebruiken? Hoe raakt iemand in die neergang? Door dat te begrijpen kun je uiteindelijk ook beter met de vader meevoelen. En met de moeilijk te aanvaarden gedachte dat je iemand alleen maar kunt helpen door hem los te laten.”

Aan het einde plaats je de film nadrukkelijk in het kader van de pillencrisis in de Verenigde Staten, waarom was dat belangrijk?

„Heel belangrijk, al was het niet mijn eerste keuze. Wat er in de VS aan de hand is, is niet te vergelijken met de Europese drugsproblematiek, bijvoorbeeld met de heroïne-epidemie in de jaren zeventig en tachtig in Amsterdam. Er sterven in Amerika inmiddels zo’n 70.000 mensen per jaar aan een overdosis. In Amerika bestaat een keten waarin ook de artsen en de farmaceutische industrie een rol spelen. Mensen raken eerst verslaafd aan pijnstillers die ze op recept krijgen, en op het moment dat ze die niet meer kunnen betalen nemen ze hun toevlucht tot andere middelen.

„Door het verhaal van de Sheffs realiseerde ik me dat we ook in Europa steeds meer in een maatschappij leven waarin mensen die met verslaving worstelen als mislukkelingen worden gezien. In Amerika is het extreem. Daar ben je een winnaar of een verliezer. Er is geen tussenweg. Maar verslaving is een ziekte.

„Het belangrijkste is dat Nic uiteindelijk is afgekickt. De liefde van zijn familie heeft hem daar enorm bij geholpen. Maar er is geen remedie. Je zou kunnen denken dat David er misschien eerder bij had moeten zijn. Of meer had moeten helpen. Dat is het schuldgevoel waar hij ook mee worstelt. Maar hij wás er vroeg bij. Hij hééft alles gedaan om Nic te helpen en toch is het gebeurd. Nic heeft uiteindelijk heel veel geluk gehad. Hij had voor hetzelfde geld dood kunnen zijn.”

    • Dana Linssen