Eigen Haard laks bij Airbnb

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week civiel recht.

Foto Nick Somers

Zeker negen keer had de Amsterdamse een slaapkamer in haar socialehuurwoning van Eigen Haard tussen juli 2016 en juni 2017 gebruikt voor verhuur via Airbnb. Op de website van de bemiddelaar had de woningcorporatie het aanbod en recensies aangetroffen. Dat mocht niet en daarom eiste Eigen Haard ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning door de alleenstaande moeder en haar schoolgaande kinderen. Een eitje, op het eerste gezicht. Maar waarom had de woningcorporatie na de melding van de illegale verhuur ruim negen maanden getreuzeld? Dat kun je, aldus de rechtbank vorige week, toch geen ‘strikte naleving’ noemen, waarop de corporatie zich laat voorstaan. En waarom stuurde Eigen Haard in november 2016 al haar huurders een brief waarin expliciet werd vermeld dat verhuur via bijvoorbeeld Airbnb verboden was? „De twijfel die mogelijk bestond over de (on)toelaatbaarheid van verhuur via Airbnb behoort niet in de nadeel van de gedaagde huurster te werken”, oordeelde de rechtbank. Verder overwoog de rechtbank dat verlies van de woning de begeleiding van de kinderen door de jeugdzorg zou verstoren. De rechtbank oordeelt dat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is.

Uitspraak:ECLI:RBAMS:2018:7828

    • Joop Meijnen