Opinie

    • Marc Hijink

De schaduwkant van LinkedIn

Een wethouder uit Tilburg. Een onderwijsmanager uit Utrecht. De president van India. Mocht je je afvragen hoe LinkedIn zulke rake – soms rare – suggesties geeft om je te verbinden met anderen: het geheim zit in je adresboek.

Mailadressen die LinkedIn verzamelt worden gebruikt voor ongevraagde uitnodigingen en ‘pre-compute processing’. Dat is technotaal voor een schaduwnetwerk met potentiële connecties voor mensen die nog geen lid zijn. Debutanten op LinkedIn krijgen meteen nuttige relaties voorgeschoteld, zodat ze niet als een muurbloempje verwelken in een stil hoekje van het netwerk.

Die groeistrategie werkt. LinkedIn heeft ruim 575 miljoen gebruikers, onder wie 7 miljoen in Nederland. Mijn eigen netwerk: 1.228, and counting. Ik ben dol op dit Tinder voor professionals, waarbij je kan zien wie jou bekeken heeft en of je terugkijkt. Lonken op z’n LinkedIns.

Maar soms schiet LinkedIn door. Afgelopen week tikte de Ierse databeschermingsorganisatie DPC het netwerk op de vingers. 18 miljoen mailadressen van mensen die geen lid zijn, zijn gebruikt om advertenties op hen af te vuren via Facebook – met het verzoek om lid te worden van LinkedIn.

Dat mag niet. De zaak werd ‘in der minne’ geschikt. LinkedIn zegt sorry en een boete blijft uit omdat de mailadressen misbruikt werden in de periode voordat de Europese privacyorganisaties boetes mochten uitreiken.

Als je een eerste – duidelijke – vraag om je adresboek te uploaden negatief beantwoordt, mag LinkedIn niet doorzeuren

De adressen van niet-leden zitten in de adresboeken die LinkedIn-gebruikers uploaden en ‘synchroniseren’. Het uploaden van die data gaat met opdringerige, misleidende pop-ups. De nee-knop vinden is al een hele kunst. Daarna blijft LinkedIn doorzeuren, als een verwend kind.

Het adresboek is een zwakke plek in de strenge Europese privacyregels. Geef ik iemand mijn mailadres, dan ga ik ervan uit dat die persoon dat niet ongevraagd deelt. Het is onbegonnen werk in een land met 7 miljoen LinkedInners en 12 miljoen WhatsAppers. Die bedrijven analyseren alle mailadressen en telefoonnummers, ook die van niet-leden.

Inzicht in iemands adresboek is voor het functioneren van LinkedIn niet noodzakelijk. Bij WhatsApp heeft het wel een functie, maar ook WhatsApp kan beter: ICT-jurist Arnoud Engelfriet pleit bijvoorbeeld voor een waarschuwing vooraf, zodra iemand hem toevoegt aan een groepsapp. Dat voorkomt het lekken van telefoonnummers van mensen die niets met elkaar te maken (willen) hebben. Lijkt me een prima idee.

De DPC droeg LinkedIn op om niet langer adressen te verwerken die voor 25 mei 2018 zijn vergaard - de dag waarop nieuwe Europese privacyregels ingingen.

Laten we de lat hoger leggen. LinkedIn moet ophouden te hengelen naar onze adressen. Als je een eerste – duidelijke – vraag om je adresboek te uploaden negatief beantwoordt, mag LinkedIn niet doorzeuren.

Elke popup die nog eens naar je adresboek vraagt, verdient een boete. Dat is de enige remedie tegen bedrijven die niet vooraf om toestemming vragen maar achteraf om vergeving. Nee is nee – hoe moeilijk kan het zijn?

is techredacteur.
    • Marc Hijink