Big Bad Wolf is nu al Neerlands rugbyhoop

Opleidingstraject Nederlandse rugbyers worden steeds beter dankzij sterk opgewaardeerde opleidingen. Wolf van Dijk (18) is daarvan een product.

Een tackle van rugbyinternational Wolf van Dijk in het duel tegen Zwitserland (36-15 winst). Hij is een van de jonge talenten die het Nederlands team een impuls moeten geven. Foto Robin Utrecht

Hij is tanig, heeft een markant hoofd, een blos op de wangen, is nog maar achttien jaar, heeft een karakteristieke voornaam en kan bovengemiddeld goed rugbyen. Wolf van Dijk, misschien wel dé exponent van een nieuwe, voorspoedige Nederlandse toekomst.

Overdreven? Niet op basis van zijn statistieken: twee interlands, twee try’s en bij zijn debuut op Nederlandse bodem, zaterdag tegen Zwitserland, uitgeroepen tot man van de wedstrijd. Het strakke, bombastische nummer Big Bad Wolf van Duck Sauce klonk na zijn beslissende try als een ode uit de speakers.

Van Dijk, prachtproduct van de tien jaar geleden opgestarte centrale jeugdopleiding, heeft geen toekomst in eigen land – tragisch voor bond Rugby Nederland. Sterker, na het behalen van zijn vwo-diploma, afgelopen zomer, vertrok het bij de Rotterdamse Rugby Club ontloken talent naar Ayr Rugby Club, dat speelt op het hoogste amateurniveau in Schotland. Om een basis te leggen voor een professionele carrière. Van Dijk heeft aan de Schotse zuidoostkust zijn kwaliteiten geaccentueerd, want hij wordt intussen serieus gevolgd door profclub Glasgow Warriors.

Een opleiding optuigen en buitenlandse clubs zien profiteren, het lijkt een averechtse bezigheid voor Rugby Nederland. Niet volgens Tijmen Vader, hoofd opleidingen – „officieel is mijn functie development manager” – van de rugbybond. Zijn uitleg: het Nederlands team is erbij gebaat en de Nederlandse clubs worden sterker. „Verenigingen halen nauwelijks nog spelers uit het buitenland. Bij Castricum spelen nu jongens uit Bakkum en Akersloot die even goed zijn.”

Toevoeging kroonjuweel

Met dank aan de geïnstitutionaliseerde opleidingsstructuur, oordeelt Vader. Tien jaar geleden werd er voorzichtig begonnen met regionale trainingscentra (RTC’s), waar jonge talenten hun studie combineren met intensievere trainingen. Verspreid over Nederland zijn er inmiddels zes. Vier jaar terug werd het nationale trainingscentrum (NTC) daar op het bondscentrum in Amsterdam als kroonjuweel boven geplaatst.

De totale opleidingskosten liggen volgens Vader op jaarbasis onder het miljoen. Het NTC wordt grotendeels gesponsord door beleggingsmaatschappij Degiro. De regionale centra, die zelfstandig opereren, krijgen extra steun van de regionale, olympische netwerken in de vorm van diensten, zoals bijvoorbeeld fysiotherapeuten en voedingsadviseurs.

Nu ook in topcompetities

De opleidingsstructuur is volgens de bond kwantitatief een succes met zo’n 240 jongens en meisjes op de RTC’s en een vijftigtal op het NTC. Hun tegenprestatie: een maandelijkse bijdrage van 100 euro op een RTC en 125 euro op het NTC. Kwalitatief kan volgens Rugby Nederland ook van een succes worden gesproken, omdat zo’n twintig rugbyers zijn uitgestroomd naar sterke buitenlandse clubs, al doet hun vertrek hoe dan ook een beetje pijn.

Voor cynisme is geen plaats bij de bond. De opleiding sorteert aantoonbaar effect, is de dominante opvatting, zelfs als de toptalenten Nederland verlaten. De nationale jeugdteams ‘onder 18’ en ‘onder 20’ zijn al tot de Europese topcompetities doorgedrongen. Nu het nationale team nog, te beginnen dit seizoen met promotie uit de laaggewaardeerde Rugby Europe Trophy naar het hoger ingeschaalde Europe Championship, het opstapje naar het WK.

Wil de nationale ploeg blijven profiteren van de gestructureerde opleiding is het zaak dat Rugby Nederland het wedstrijdschema niet laat botsen met die van clubs waar internationals spelen. In rugby bestaat geen leveringsplicht aan nationale teams; het is een kwestie van welwillende spelers en goede afspraken.

Foto Robin Utrecht

De opstelling van het Nederlands team maakt het opleidingsresultaat op papier zichtbaar. Van de nationale selectie die vorig weekeinde uit tegen Polen (49-0 winst) en zaterdag thuis tegen Zwitserland (36-15 winst) speelde, komen elf van de 23 spelers rechtstreeks voort uit het NTC. Vooralsnog met resultaat. Op de onverwacht simpele zege op Polen volgde een bloed-zweet-en-tranen-wedstrijd tegen de Zwitsers. Tot Wolf van Dijk, zo’n tien minuten voor tijd, zijn talenten aansprak en voor algehele opluchting zorgde met een beslissende try. Hij zag het niet als zijn verdienste. Zijn droge verklaring: „Ik stond op het juist moment op de juiste plaats.”

Rugbyers met flair en ambitie

Van Dijk behoort met David Weersma (22), Luc de Waaij (20), Siem Noorman (20) en Kevin Krieger (20) tot de nieuwe, veelbelovende generatie. Moderne rugbyers met flair en ambitie, die Nederland uit de poel van droefenis kunnen trekken. Het niveau Malta, Cyprus en Israël zijn ze al ontstegen. Nu angstgegner Portugal in de Europe Trophy nog voorbij en dan doorstoten naar de Europe Championship op het niveau Rusland, België, Roemenië of Georgië.

Bondscoach Gareth Gilbert ziet het helemaal zitten – „promotie is realistischer dan ooit tevoren”. En Van Dijk is zijn oogappel. De Zuid-Afrikaan is uitgesproken enthousiast over diens talent. „Rustige, bescheiden jongen, harde werker met een gedisciplineerd karakter die in het teambelang denkt”, zegt hij. Gilbert: „Als er van de nieuwe lichting één speler is van wie ik durf te zeggen dat hij prof wordt, dan is dat Wolf.”

Vernoemd naar Mozart

Maar hoe komt een ingetogen jongen aan zo’n grimmig klinkende, maar voor een rugbyer in zekere zin toepasselijke naam? Zijn moeder, zegt Wolf van Dijk. Haar inspiratie kwam niet van het gevreesde beest, dat ook in Nederland opduikt, maar van componist Wolfgang Amadeus Mozart. Van Dijks moeder vond het koosnaampje Wolfje van Mozarts vrouw in de film Amadeus zo vertederend, dat zij achttien jaar terug besloot haar zoon Wolf te noemen. Niet wetende dat die jongen ooit rugbyer zou worden.

    • Henk Stouwdam