Recensie

Astrid Lindgren wordt gered door haar fantasie

Biopic ‘Becoming Astrid’, de film over de vrijgevochten Astrid Lindgren is optimistisch en specifiek. Maar een aantal essentiële vragen wordt niet aangestipt.

Alba August als Astrid in ‘Becoming Astrid’.

Het is zo’n ontroerend moment van herkenning tegen het einde van Becoming Astrid. De nog jonge en ongehuwde moeder Astrid Ericsson heeft werk gekregen op het kantoor van haar latere echtgenoot Sture Lindgren. Ze neemt de telefoon op en heeft meneer Nilsson aan de telefoon; zoals elke Astrid Lindgren-fan weet de naam van het aapje van Pippi Langkous.

De scène is de bekroning van een vrije filmbiografie over de tiener- en adolescentenjaren van de Zweedse kinderboekenschrijfster Lindgren en spant de draden voor een vlechtwerk van leven en werk. De optimistische film oppert dat de vrijgevochten Astrid (1907-2002) dankzij haar ongebreidelde fantasie de armoede en het calvinisme van haar kinderjaren kon overleven, evenals de bijna ongepaste verhouding met de veel oudere en getrouwde krantenuitgever Blomberg, van wie ze zwanger raakt. Elke koude avond, elk ziek kind, maar ook elk telefoongesprek dus, werd uiteindelijk stof voor haar verhalen. Al duurt het na afloop van de film nog bijna twintig jaar voordat ze haar eerste boek zou publiceren.

Lees ook een interview met regisseur Pernille Fischer Christensen over ‘Becoming Astrid’

Voor een biopic is zo’n specifieke kijk op iemands leven hoogst noodzakelijk. Maar te vaak laat Becoming Astrid zich afleiden door de eindeloze, bijna soapy verwikkelingen rondom de verhouding met Blomberg, zonder daar echt een standpunt over in te nemen. De film presenteert daarom via een historische shortcut Sture Lindgren als Astrids reddende engel, terwijl hij in werkelijkheid ook niet echt vrij was. Hoe verhield zich dat allemaal tot haar feministische ideeën en anti-autoritaire instelling? Hoe zat het echt met haar schuldgevoel over het feit dat ze haar zoontje Lasse in zijn eerste levensjaren bij een pleegmoeder moest achterlaten?

    • Dana Linssen