Ajax na dertien jaar weer bij de Europese elite

Champions League Tien miljoen rijker, een obsessie armer. Op een naargeestige avond in Athene bereikt Ajax met een zege op AEK de laatste 16.

De Servische aanvaller Dusan Tadic scoorde twee maal in de tweede helft. Hier juicht hij na de openingstreffer uit een penalty. Foto Thanassis Stavrakis/AP

Tegen het miserabele decor van het halflege Olympisch Stadion van Athene vierden spelers van Ajax dinsdagavond met supporters de breuk met een obsessie. Trainer Erik ten Hag heeft zich met zijn ploeg na een 2-0 overwinning op AEK zeker gesteld van de tweede ronde in de Champions League. Voor het eerst sinds 2005 is Ajax bij de laatste zestien, de eerste Nederlandse club die dit bereikt sinds PSV in 2015. Na dertien jaar terug bij de elite, na een naargeestige avond waarop acht supporters volgens Ajax gewond raakten door vuurwerk en politieoptreden.

Dusan Tadic tekende in de tweede helft voor twee treffers, tegen een van de poverste Champions League-deelnemers in recente tijden. De uitslag van Bayern München - Benfica (5-1) deed door de overwinning op AEK niet meer terzake. Over twee weken speelt Ajax thuis tegen Bayern alleen nog om groepswinst. Het is een speciaal en zeldzaam wapenfeit geworden in de hedendaagse Europese krachtsverhoudingen, maar evengoed geldt voor deze spelersgroep dat een prestatie als deze verwacht mocht worden in deze poule vol clubs in crisis.

Zoals Ajax tijdens de mars naar de finale van de Europa League twee seizoenen terug zinnenprikkelende thuisduels koppelde aan onwaarachtige ontsnappingen in uitduels, zo zit het bij deze soms smakelijke Europese campagne ook bepaald niet tegen. Twee momenten in de confrontaties tegen Benfica springen direct in de herinnering. Een getoucheerd schot van rechtsback Noussair Mazraoui dat binnenvloog in blessuretijd, 1-0. En keeper André Onana die in de laatste minuut in Estádio da Luz een blunder goedmaakte met een uitgestoken rechtervoet bij een opgelegde kans. Cruciaal allemaal.

Champions League-verslaafde

Directeur spelerszaken Marc Overmars, zelfverklaard Champions League-verslaafde, moet zoiets allemaal voor zich hebben gezien toen hij een jaar geleden zijn wil doordrukte.

Erik ten Hag moest komen, en wel per direct.

Lees ook:Hij smeedde de duurste Nederlandse sportploeg ooit

De intern doorgeschoven trainer Marcel Keizer was Overmars slecht bevallen en hij kreeg medestanders voor een hardvochtig ontslag. De trainerswissel baarde een verloren half jaar waarin de titel aan PSV gelaten werd en het cynisme welig tierde. Maar, kon je zeggen, de vlekkeloze kwalificatie voor de Champions League via drie voorrondes afgelopen zomer onder de op stoom gekomen Ten Hag bleek de investering waard.

Zijn Ajax-elftal mocht wat kosten. Wat salarissen en transferuitgaven betreft heeft de club twee jaar geleden al gebroken met de karige jaren waarin de clubfinanciën aangezuiverd werden. Afgelopen zomer, na een bitter seizoen, schakelde Ajax door. Twee spelers uit de Premier League kozen voor Amsterdam. Vier van de vijf duurste clubaankopen spelen nu in dit elftal: Daley Blind, Dusan Tadic, David Neres, Hakim Ziyech. Waar niet lang geleden nog de salarisgrens van 1 miljoen euro gold – of in ieder geval met de mond beleden werd – is duidelijk dat een aantal nu zeker het dubbele verdient. Volgens De Telegraaf komt het salaris van de Serviër Tadic neer op 3,5 miljoen, met alle (tekengeld)constructies.

Deze zomer werd het eigen vermogen van 160 miljoen aangesproken om de aansluiting te vinden met de Europese top. In zekere zin is Ajax qua uitgaven terug op het niveau van 2010/2011, het dieptepunt in de malaise van die jaren. Nu echter rust de club op een stabiele financiële basis.

Ajax leeft in weelde, met de begeerde Matthijs de Ligt en Frenkie de Jong als showmodellen met enorme waarde. De Champions League-inkomsten dit seizoen zullen de zestig miljoen overstijgen, deze overwintering betekent weer tien miljoen erbij. Maar Ajax kwam van ver. In dertien jaar sinds de club voor het laatst in de Champions League overwinterde, gleed de succesvolste Nederlandse club af. Een transferbeleid dat ingegeven werd door de grillen van trainers sloeg een bres in het met een beursgang opgehaalde kapitaal. De uitdijende salarispost drukte de begroting, met megaverliezen tot gevolg. Bezinning werd deels afgedwongen door de machtsgreep van Johan Cruijff, die vanaf eind 2010 niet langer toe kon kijken hoe het zijn Ajax verging.

Lees ook: Bij Ajax krijg je nooit alles controleerbaar

Zijn visie op opleiden en clubbestuur werd na een hevige strijd omarmd, totdat zijn wat ongrijpbare ideeën verzandden in gekonkel en gekijf onder zijn getrouwen. Cruijff riep om het hardst dat Ajax weer in de Europese top terug moest, de expansieve groei van internationale topclubs ten spijt. Jeugd stroomde door, braaf werden de Europese punten binnengehaald voor de coëfficiëntenlijst. Maar die uitschieter in de Champions League kwam er niet van. Vier keer won Frank de Boer als coach de landstitel, van 2011 tot en met 2014, en hij leidde een aantal knappe groepsfases. Maar de heilige graal van het clubvoetbal bleef buiten zijn bereik, die van Champions League-voetbal na de winterstop.

Frustrerend

Frustrerender dan op 7 december 2011 zal het vermoedelijk nooit meer worden. Die avond dat Dinamo Zagreb het weggaf tegen Olympique Lyon, met zes goals tegen in een half uur, en Ajax tegen Real Madrid twee afgekeurde goals moest bezuren (3-0 nederlaag). Met twee doelpunten meer gemaakt ging Lyon verder. Zo dichtbij als in 2013 kwam Ajax daarna niet meer, toen Barcelona thuis wervelend werd verslagen maar de ploeg van De Boer twee weken later tegen tien man van AC Milan twaalf doelpogingen om zeep hielp. Het bleef 0-0, Milan ging door.

Vlak voor zijn dood trok Cruijff eind 2015 de handen van Ajax af. De Boer, stabiele factor in het financiële en sportieve herstel van Ajax, vertrok ook na dat seizoen.

Onder twee Fremdkörper werden daarna de grootste recente Europese successen geboekt. Peter Bosz, Feyenoorder toch vooral, bereikte de Europa League-finale in 2017. Nu dan: Twentenaar Ten Hag in de knockoutfase Champions League. „En we zijn nog lang niet klaar”, sprak hij dinsdagavond in de euforie die van hem bezit nam.

Zoals het hoort: Ajax is weer een factor van betekenis in Europa.

Correctie (28 november 2018): in een eerdere versie werd Noussair Mazraoui linksback genoemd, waar rechtsback bedoeld is. En André Onana stopte tegen Benfica niet met zijn linkervoet in de slotminuut, maar met rechts.

    • Bart Hinke