Een weekendje in de tegenpool van Parijs: Marseille

When in… Toe aan vakantie? NRC tipt steden en leert je daar te leven als een local. Deze keer: Marseille.

L’Ombrière van architect Norman Foster. Foto’s Getty, iStock, AFP

Waar de zee altijd roept

Voor wie Parijs gewend is, kan Marseille een schok zijn. De steden zijn tegenpolen en de inwoners cultiveren hun onderlinge strijd. Marseille is het anti-Parijs: de stad van harde werkers is niet alleen minder „mooi”, maar ook armoediger, ruiger en meer dan „republikeins” Parijs zonder voorbehoud multicultureel. De tweede stad van Frankrijk (861.000 inwoners) is sinds de Phociërs hier in 600 voor Christus de eerste haven bouwden, een mediterraans trefpunt. Het is waar Zuid-Europa Noord-Afrika raakt, waar de zee altijd roept. Dagelijks trekken de boten naar Tunesië en Algerije vanuit het centrum van de stad hun schuimende strepen over het strakke blauwe laken van de Méditerranée. De ‘Cité Phocéenne’ noemen Fransen Marseille. ‘Planète Mars’ zeggen de inwoners zelf liefkozend. Want „Marseille, je bent een andere planeet”, rapte de lokale hiphopgroep IAM – zelfs in Parijs populair – in 1991 al.

Een vissersstad met niet zo veel vissers

Marseille is een vissersstad met niet meer zo heel veel vissers. De mannen die voor dag en dauw de zee opgaan, brengen hun vangst dagelijks aan de man in de oude haven. Toeristen vergapen zich aan de dorades en octopussen die in de brakke kraampjes liggen uitgestald, de Marseillais doen er hun inkopen. Verser dan vers. Voor de typische vissoep bijvoorbeeld, de bouillabaisse. Bezoekers zijn aangewezen op de vele restaurantjes die de belangrijkste lokale delicatesse op het menu hebben. Daarbij is het goed opletten. Uit zorgen over toeristententjes die niet het oorspronkelijke recept respecteerden, hebben zeventien lokale restaurants in 1980 het initiatief genomen tot een Charte de la Bouillabaisse, een speciaal ‘handvest’. Niet zomaar iedere vis kan in de soep – onder andere de schorpioenvis en de kongeraal zijn onontbeerlijk. Zo werd de volkssoep, waarin restjes geoorloofd waren, een gerecht voor snobs.

De vismarkt in de oude haven. Foto’s Getty, iStock, AFP

Geen Hoge Cultuur, wel Olympique de Marseille

Ja, er is een operagebouw en er zijn wat musea, maar Marseille is geen stad van Hoge Cultuur. Wie de sociaal-culturele mix en het collectieve chauvinisme wil ervaren, gaat naar het Stade Vélodrome voor een wedstrijd van de plaatselijke voetbalclub.

Olympique de Marseille – Nederlanders laten ‘de’ om onduidelijke redenen meestal weg – is in Marseille de bindende factor. Het humeur, zowel in de onstuimige noordelijke banlieue als in het deftiger deel van de stad, wordt vaak bepaald door de verrichtingen van de club. Sinds jaar en dag hangt rond OM een zweem van corruptie en fraude. Dat heeft deels te maken met de club zelf, met affaires begin jaren negentig, rond club-baas en ex-minister Bernard Tapie. Maar het komt ook door het publiek. Boven- en onderwereld, politiek, bedrijfsleven en king pins uit het drugsmilieu, treffen elkaar op de tribunes om te netwerken.

Proef vast wat sfeer met de samenvatting van Olympique de Marseille - EA Guingamp (4-0).

Opgeknapte haven

Marseille is een autostad. Maar wie in de wirwar van tunnels onder het stadscentrum belandt, ziet niet hoe mooi het havengebied is opgeknapt. Dat wordt dus lopen, van de ene wereld naar de andere, van de stranden in het zuiden van de stad, naar rommelige rafelranden waar ooit migranten uit de Magreb, Corsica of Italië zijn neergestreken. Niet weggestopt, maar gewoon midden in het oude stadshart. Beklim de steile trappen van Le Panier of doe inkopen voor je avondeten op de exotische markt van Noailles en waan je even op een Noord-Afrikaanse soek. Sleuteljaar voor de stadsvernieuwing was 2013, toen Marseille een van Europa’s culturele hoofdsteden was. Architect Rudy Ricciotti bouwde het fraaie Mucem, museum voor de mediterrane wereld.

Het Mucem museum. Foto’s Getty, iStock, AFP

Overal jeu de boules spelen

Marseille is wereldhoofdstad van de pétanque, ‘jeu des boules’. Althans, dat vinden de Marseillais zelf. Sinds 1962 vindt hier jaarlijks het wereldkampioenschap plaats. De voorrondes zijn in het sjieke Parc Borély, de eindronden in de oude haven of, in 2017, bij het Mucem. De Fransen willen dat hun sport een olympische status krijgt. Pétanque-terreintjes vind je in alle wijken van de stad. Wie wil meespelen, is meestal welkom, maar breng wel je eigen ballen mee. De pétanque-banen zijn te vinden via een gemeentelijke website. Let op: de werpprecisie is gebaat bij een zekere inname van pastis, de lokale anijsdrank. Zelfs in de overwegend ‘Arabische’ wijken in het noorden van de stad, wordt deze doping oogluikend gedoogd. Meedrinken is belangrijker dan winnen.

    • Peter Vermaas