Het poldermodel werkt niet meer

Sociaal overleg Jaren praten over het pensioen eindigde zonder akkoord. Heeft het poldermodel afgedaan? Het is alleen te redden als de vakbonden leden winnen, meent hoogleraar De Beer.

FNV-voorzitter Han Busker vorige week tijdens een actiebijeenkomst over pensioenen. De laatste vijf jaar verloor de FNV 120.000 leden. Zo verliezen de bonden hun macht. Foto Robin Utrecht/ANP

En wéér mislukte vorige week overleg tussen werkgevers en vakbonden. Het lukte hun niet een pensioenakkoord te sluiten met het kabinet.

Vorig jaar zomer werden werkgevers en vakbonden het ook al niet eens over flexwerk en loon bij ziekte. De formatie van het kabinet-Rutte III was ver gevorderd en de onderhandelende politici hadden de sociale partners beloofd: als jullie hier samen uitkomen, nemen we jullie conclusies letterlijk over in ons regeerakkoord. Ze kwamen er niet uit.

Sinds 2013 is er geen groot sociaal akkoord meer gesloten. Hapert het poldermodel van overleg en consensus? En wíl iedereen nog wel compromissen sluiten?

Machtsevenwicht is weg

„Het poldermodel functioneert inderdaad slechter dan het lange tijd gedaan heeft”, zegt Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde onlangs een studie over dit onderwerp. De Beer ziet duidelijk iets veranderen in de relatie tussen werkgevers en vakbonden. „Niet alleen op landelijk niveau.” Zo sluiten werkgevers vaker collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) af met kleinere bonden, zonder instemming van de FNV, de grootste vakbond. Sommige bedrijven kiezen er zelfs voor helemaal geen cao meer af te sluiten.

Lees ook: Hoe Jumbo de vakbonden buitenspel zette

Het succes van het poldermodel, zegt De Beer, was dat de werkgevers en vakbonden elkaar nodig hadden. „Er was een machtsevenwicht.” Nu ziet hij de vakbonden zwakker worden en de werkgevers sterker.

Vakbonden krimpen en vergrijzen. Van de ruim een miljoen FNV’ers is 40 procent ouder dan zestig. De laatste vijf jaar verloor de FNV 120.000 leden. Zo verliezen de bonden hun macht. Ze worden kleiner én hun representativiteit wordt in twijfel getrokken: kunnen zij nog wel de jongeren vertegenwoordigen?

Een ander probleem voor de bonden is dat hun wensen steeds verder af komen te liggen van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Zij willen méér zekerheid: vaste contracten, stevige ontslagbescherming en inperking van flexwerk. In werkelijkheid wordt de arbeidsmarkt juist onzekerder. In 2003 had 73 procent van de werkenden een vast contract, nu is dat 60 procent. Bedrijven werken liever met oproepkrachten, zelfstandigen zonder personeel of via een payrollbedrijf ingehuurd personeel. Die zijn goedkoper en je kunt gemakkelijker van hen af.

Wat de vakbonden betreft, moet er veel veranderen voordat de arbeidsmarkt echt eerlijk is. Dat is hun motivatie om hoge eisen te stellen.

Werkgevers vinden die eisen onrealistisch. Zij vinden juist dat het vaste contract veel te veel bescherming biedt. Dát is volgens hen de reden dat ze minder snel vaste contracten geven.

Veel economen en politici zijn het met de werkgevers eens. Het kabinet-Rutte III wil het nu bijvoorbeeld makkelijker maken om mensen met een vast dienstverband te ontslaan. Daardoor hebben werkgevers een akkoord met de vakbond niet zo hard meer nodig, zegt De Beer. „Ze krijgen toch wel hun zin.”

In de geest van Wim Kok

Tussen 1996 en 2003 werden er nog wél diverse grote polderakkoorden gesloten. Bijvoorbeeld over regels voor flexwerk en een strengere arbeidsongeschiktheidsregeling.

In die tijd functioneerde het polderoverleg het best, meent Niek Jan van Kesteren. Hij was zeventien jaar directeur van werkgeversvereniging VNO-NCW. Toen konden vakbondsleiders, zegt hij, „in de geest van Wim Kok” compromissen sluiten omdat het land er beter van zou worden. Maar hij ziet dat vakbonden ook slechte herinneringen hebben aan die tijd. „Bij hen is de vraag opgekomen: wat brengt het overlegmodel ons eigenlijk? Wij moeten steeds weer afstand doen van onze rechten.”

Daar komt bij dat de vakbonden de politiek zijn gaan wantrouwen. In 2011 sloten zij een pensioenakkoord met Rutte I. Na de val van dat kabinet werd de pijnlijkste maatregel uit dat akkoord wél uitgevoerd: de AOW-leeftijd ging omhoog. Toezeggingen over een flexibele AOW-leeftijd en regels om oudere werknemers te beschermen werden niet waargemaakt.

Ook vakbondshistoricus Sjaak van der Velden, verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, ziet vakbonden steeds terughoudender worden. In 1982 accepteerden zij in het ‘akkoord van Wassenaar’ nog loonmatiging om de werkloosheid tegen te gaan. „Het idee bestaat: sindsdien is alles alleen maar slechter geworden. Nu wordt het tijd om de poot stijf te houden.”

Illustratie Stella Smienk

Winst-en-verliesspel

Niet alleen de sociale partners zijn slechter geworden in compromissen sluiten, ziet onderhandelingsdeskundige Tim Masselink van adviesbureau Berenschot. Onderhandelaars zijn volgens hem vaak meer gericht op hun eigen achterban dan op hun onderhandelingspartners. „Ze willen graag vertellen hoe weinig ze zullen toegeven.” Daarmee maken ze het alleen maar lastiger voor zichzelf om een compromis te sluiten, zegt Masselink. „Dan wordt het een winst-en-verliesspel.”

En die achterban wordt kritischer, ziet Masselink, óók bij de vakbonden. „Vroeger had een vakbondsleider een vanzelfsprekend gezag. Nu moet hij veel meer aantonen dat hij zijn best doet.”

Volgens hoogleraar De Beer kunnen alleen radicale oplossingen het poldermodel nog redden. Zolang de bonden leden verliezen, worden ze alleen maar zwakker. Een mogelijke oplossing: organiseer ‘cao-verkiezingen’ onder alle werknemers van een bedrijf. Vakbonden die samen minimaal de helft van de stemmen hebben gekregen, mogen de werknemers vertegenwoordigen in het cao-overleg. Vakbonden krijgen een financiële vergoeding per stem die op hen is uitgebracht. De Beer: „Ik weet niet hoe vakbonden er anders in kunnen slagen om weer groot en representatief te worden.”

Lees ook de reconstructie over het mislukte pensioenoverleg: Rutte zag: de bonden kwamen met steeds meer eisen
    • Claudia Kammer
    • Christiaan Pelgrim