‘Halsema gáát helemaal niet over handhaving van het boerkaverbod’

Boerkaverbod

Burgemeester Halsema van Amsterdam zegt het verbod op gezichtsbedekkende kleding niet te zullen gaan handhaven. Kan dat zomaar?

Bezoekers van de Tweede Kamer gekleed in een niqab, voor aanvang van een debat in de Tweede Kamer over gezichtsbedekkende kleding. Foto Bart Maat/ANP

Nog voor het boerkaverbod officieel van kracht is, leidt de handhaving ervan al tot discussie. Afgelopen vrijdag liet burgemeester van Amsterdam Femke Halsema weten dat zij niet zal meewerken aan het handhaven van een verbod op gezichtsbedekkende kleding in de hoofdstad. „Ik vind dat zó niet bij onze stad passen”, lichtte Halsema haar opstelling toe op stadszender AT5.

De uitspraak zorgde voor enige opschudding en lokte reacties van politici uit. „Niemand staat boven de wet, ook niet de burgemeester van Amsterdam”, zei staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) bij het tv-programma WNL op Zondag. Premier Mark Rutte zei maandag: „Laten we de wet eerst maar eens invoeren. Dan zullen de grote steden zien dat die ook voor hen geldt.”

Tegelijk bleek uit een rondgang van de Volkskrant dat ook Rotterdam en Utrecht de controle op het boerkaverbod geen prioriteit geven.

  1. Hoe staat het ervoor met het boerkaverbod?

    Nadat de Eerste Kamer eerder dit jaar instemde met een verbod op gezichtsbedekkende kleding, is het nu wachten tot de wet ook daadwerkelijk wordt ingevoerd. Dat gebeurt in elk geval niet per 1 januari, liet minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) maandag weten. De minister wil eerst nog met allerlei partijen in gesprek over handhaving van de wet. De opstelling van de grote steden noemt de minister „prematuur”.

  2. Kan een burgemeester zelf besluiten het verbod te negeren?

    Het korte antwoord is: nee. „Ik dacht meteen: daar gáát Halsema helemaal niet over”, zegt hoogleraar Staats- en bestuursrecht Jon Schilder. „Dit is onderdeel van het strafrecht, en over de handhaving daarvan gaat de officier van justitie.” Bovendien, vult hoogleraar rechtswetenschap Jan Brouwer aan, is het niet de bedoeling dat er lokaal invulling wordt gegeven aan de strafwet. „Het Openbaar Ministerie maakt richtlijnen van de handhaving van bepaalde wetten, bijvoorbeeld over de Opiumwet. Ik kan me voorstellen dat er ook zo’n richtlijn komt voor het boerkaverbod.”

    Lees ook: ‘Hoe gaat dat bij de bus? Mag ik er dan niet in?’
  3. Maar gemeenten kunnen toch wel zelf prioriteiten stellen?

    Tot op zekere hoogte wel. De zogeheten driehoek, het overleg tussen burgemeester, Openbaar Ministerie en politie, bepaalt in de eigen gemeente waar de nadruk op ligt bij het bewaken van de openbare orde en de aanpak van criminaliteit. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld besluiten fors in te zetten op het aanpakken van fietsen zonder licht, of het afsteken van vuurwerk. Of juist niet. Zo staat het ook in de Politiewet, artikel 13.4: „In het driehoeksoverleg worden door de burgemeester en de officier van justitie afspraken gemaakt over lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding.” Hoe de verhoudingen binnen dat overleg liggen is niet formeel geregeld, net zomin als wat er gebeurt als er onenigheid ontstaat.

    „Er is geen onbeperkte politiecapaciteit en er gebeurt van alles, dus is het legitiem dat binnen een gemeente prioriteiten worden gesteld”, zegt hoogleraar Schilder. Maar, benadrukt hij: dat is niet wat er in Amsterdam speelt. „Burgemeester Halsema is een stap verder gegaan. Zij bespreekt openlijk dat ze bepaalde landelijke wetgeving gaat frustreren. Ik vind dat heel onverstandig.” Schilder ziet daarbij een verschil tussen Amsterdam, waar de burgemeester het boerkaverbod expliciet afwees, en Rotterdam en Utrecht, die slechts zeggen de handhaving „geen prioriteit” te geven.

    Ook hoogleraar rechtswetenschap Brouwer hekelt de opstelling van Halsema. Hij ziet parallellen met burgemeesters die zichzelf juist een rol als crimefighter aanmeten, door het bestuursrecht in te zetten om ondermijning aan te pakken. „Kennelijk denken burgemeesters steeds sterker dat zij kunnen bepalen of en hoe het strafrecht wordt ingezet.”

  4. Komt het vaker voor dat een lokale overheid landelijk beleid frustreert?

    Dat gemeenten zich verzetten tegen landelijke wetgeving gebeurt vaker. Bijvoorbeeld in de discussie over bed bad brood-voorzieningen die sommige gemeenten voor uitgeprocedeerde asielzoekers organiseerden en betaalden. En toen in 2000 landelijk het Bordeelverbod werd opgeheven probeerden sommige gemeenten het lokaal alsnog in stand te houden door vergunningen tegen te houden. Maar bij die voorbeelden ging het om respectievelijk het vreemdelingenrecht en het bestuursrecht. Een burgemeester die openlijk aankondigt een strafwet te negeren, kunnen staatsrechtkundigen zich niet herinneren.

    • Clara van de Wiel