Boerkaverbod ook in Rotterdam en Utrecht geen prioriteit

Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam zei vrijdag al dat ze het ‘onbespreekbaar’ vindt dat in haar stad het boerkaverbod zou worden nageleefd.

Bezoekers van de Tweede Kamer gekleed in een niqaab, voor aanvang van het debat over gezichtsbedekkende kleding. Foto Bart Maat/ANP

Niet alleen Amsterdam, maar ook Utrecht en Rotterdam gaan de controle op het boerkaverbod geen prioriteit geven. Dat zeiden woordvoerders van de steden zondag tegen de Volkskrant.

Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam (GroenLinks) stelde vrijdag op een bijeenkomst al het boerkaverbod niet te gaan handhaven. Zij wil de inzet van politie voor belangrijkere zaken gebruiken. “Het past niet bij Amsterdam dat we vrouwen uit de tram halen omdat ze een niqaab dragen”, aldus de burgemeester. “Dat is toch onbespreekbaar?”

Haar stellingname leidde tot kritiek van onder anderen staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD), die zondag in het tv-programma WNL Op Zondag zei dat burgemeesters niet kunnen “shoppen in de wet” en zelf bepalen wat ze belangrijk vinden. “Niemand staat boven de wet. Ook niet de burgemeester van Amsterdam.”

Lees ook het twistgesprek tussen Daniela Hooghiemstra en Maurits Berger: ‘Boerkaverbod is vrije samenleving onwaardig’

Utrecht en Rotterdam

Maar de burgemeesters van Utrecht en Rotterdam blijken nu evenmin van plan te zijn de wet, die nog geen ingangsdatum heeft maar wel al door beide Kamers is, strikt te gaan naleven. In Utrecht zal alleen worden opgetreden als er sprake is van “gevaar voor de openbare orde”. Rotterdam wil afwachten hoe minister Ollongren de wet gaat uitleggen, maar stelt dat naleving ook bij hen “niet de hoogste prioriteit zal hebben”.

Het plan voor een boerkaverbod is oorspronkelijk afkomstig van PVV-leider Geert Wilders. Het werd later overgenomen door de kabinetten Rutte I en II. De Eerste Kamer stemde in juni in met een wetsvoorstel dat het dragen van boerka’s, niqaabs, bivakmutsen en integraalhelmen verbiedt in onderwijs- en zorginstellingen, overheidsgebouwen en het openbaar vervoer. Wie zich niet aan het verbod houdt, riskeert een boete van 410 euro.

    • Kasper van Laarhoven