Waarom jonge kinderen al zo vaak gaatjes hebben

Gebit Er wordt nog niet goed genoeg gepoetst onder Nederlandse kinderen en jongeren. Ouders weten vaak niet wat ze fout doen. „Kinderen van 2 krijgen met de beste bedoelingen een flesje melk mee naar bed.”

Foto Benning en Gladkova

In de grote tandartsstoel bij Jaap Veerkamp ligt een klein jochie: Caron, 3,5 jaar. Zijn vader houdt één beentje vast, de tandartsassistent zijn armpjes en Veerkamp probeert goed in de mond te kijken terwijl het jongetje tegenstribbelt. „Ik wil niet”, roept hij. Caron is hier al eerder geweest, bij tandartspraktijk Kindertand in Rotterdam. Vorige keer moesten zijn twee voortanden worden getrokken als gevolg van tandbederf, vandaag wordt er een kroon geplaatst op een kies waar een flink gat in zit. Caron heeft in zijn melktanden nog meer cariës – gaatjes ontstaan door te veel tandplak. „We gaan hem zeker terugzien”, zegt Veerkamp als het jongetje de kamer uit is gelopen.

Met de tanden van jonge Nederlandse kinderen gaat het goed. In 2001 hadden 5-jarigen nog gemiddeld 4,1 gaatjes. Sinds 2011 (2,3 gaatjes) en nu in 2017 (1,1 gaatjes) zit er verbetering in, zo blijkt uit het rapport ‘Signalement Mondzorg’ dat maandag verschijnt. Maar op iets latere leeftijd gaat het weer minder: bij 11, 17 en 23-jarigen is de mondgezondheid gestagneerd of verslechterd.

Sinds 1987 houdt onderzoeksinstituut TNO, nu in opdracht van Zorginstituut Nederland, de status van het gebit van 5 tot 23-jarigen in de gaten. Om de drie jaar doen zij in vier plaatsen in Nederland representatief onderzoek onder jeugdigen. In 2011 had 40 procent van de vijfjarigen gaatjes of behandelde gaatjes.

In 2017 is het percentage gave melkgebitten weliswaar toegenomen, maar er valt nog veel te winnen, vindt zowel Veerkamp als TNO-onderzoeker Annemarie Schuller. Ieder kind begint in principe met een gezond gebit, het is de verantwoordelijkheid van de ouders om de tanden en kiezen gezond te houden, zegt Schuller. „In de onderzoeksbus waarmee we door het land rijden, hoor ik soms ouders tegen hun kind van 5 zeggen: ‘Zie je wel dat je je tanden beter had moeten poetsen’. Dan denk ik: ja hallo, hier kan het kind niets aan doen.”

Poetsen komt vanavond wel

Poetsen schiet er weleens bij in, zoveel wordt duidelijk als je verschillende ouders ernaar vraagt. Met drie kinderen onder de vijf jaar, die allemaal aangekleed, verschoond en ontbeten naar school en crèche moeten, denk je soms: dat poetsen komt vanavond wel.

Olivia Smulders (40) uit Amsterdam (twee dochters van 14 en 3): „Met de jongste is het elke dag een strijd. We hebben twee verschillende tandenborstels en twee verschillende tandpasta’s, maar ze houdt meestal de kaken op elkaar of schreeuwt dat ze niet wil. Uiteindelijk dreigen we dat ze zonder voorlezen naar bed gaat. Onder dwang poets ik dan, maar ik maak de twee minuten nooit vol.”

Martijn van Hasselt uit Amsterdam (kinderen 6, 5 en 3): „Wij poetsen braaf twee keer per dag, slaan nooit over. Het hoort bij het avondritueel. Als ik het vergeet en wil beginnen met voorlezen, zeggen de kinderen zelfs: we moeten nog poetsen pap.” Sjoerd Leemhuis (kinderen van 3 en 1): „Tegen mijn oudste zeg ik altijd: ‘Als je niet goed poetst, krijg je zwarte tanden en mag je nooit meer snoepen’. Dat werkt uitstekend.”

De tandarts kan gaatjes vullen, kronen plaatsen en rotte tanden trekken, maar heeft weinig invloed op het eet- en poetsgedrag, ondanks dat ze patiënten voorlichten. „Het is soms shocking hoor, wat wij hier op de praktijk zien”, zegt tandartsassistent Jolanda van Reeden van Kindertand. Een kind bij wie net de vier voortanden zijn getrokken, liep de behandelkamer uit met een fles limonade. Laatst zat er een moeder met drie kinderen in de wachtkamer; ze hingen met z’n allen boven een enorme zak snoep.

Ook geven ouders soms sociaal-wenselijke antwoorden op vragen over poetsen. Van Reeden: „Ik vroeg een keer: poetst u twee keer per dag?’ De moeder zei: ‘ja’, maar het kind had me in de wachtkamer verteld: ‘Mijn moeder heeft ’s avonds geen tijd om mijn tanden te poetsen, dan zit ze voor de tv”.

Lees ook: We eten te veel suiker, en dat is niet alleen maar onze eigen schuld

Ruud Bos, hoogleraar kaakchirurgie aan het UMC Groningen, heeft gezien hoe moeilijk het is om gewoontes te veranderen. „Kinderen die een half peutergebit hebben ingeleverd, komen als ze 12 jaar zijn weer tanden en kiezen inleveren. Dan weten wij dat er in de tussentijd weinig is gebeurd om slechte gewoontes te veranderen. Het is onvoorstelbaar hoeveel er na zo’n behandeling toch weer wordt gesnoept.” En gedronken: limonade, frisdrank, sapjes uit een pak – allemaal boordevol suiker.

Kinderen zijn vaak de baas

Slechte gewoontes veranderen is nou eenmaal moeilijk, zegt Bos, dat zien we ook bij mensen die moeten stoppen met roken of minder vet willen eten. En een ander probleem: kinderen zijn vaak de baas, dat merkt zowel hoogleraar Bos als tandarts Veerkamp. Ouders zeggen best één keer nee, maar als een kind eindeloos blijft zeuren, krijgt hij het snoepje of de limonade toch.

Ouders die zelf een slecht gebit hebben, denken vaak dat het erfelijk is en dat zij er bij hun kind niets aan kunnen doen. Wat je als ouder voor je kind moet doen? Twee keer per dag poetsen met tandpasta met fluoride en het aantal eet- en drinkmomenten beperken tot maximaal zeven per dag. Drie hoofdmaaltijden en maximaal vier keer een tussendoortje. Gezonde tussendoortjes zijn uiteraard het beste: een bakje met ‘snoepgroente’, crackers met hartig beleg.

Wat ouders zich vaak niet realiseren: melk is zoet. Je kind van 2 ’s avonds in bed leggen met een flesje warme melk is een slecht idee; die kinderen ziet Veerkamp veel in zijn praktijk. „Met de beste bedoelingen hebben ouders ze laten inslapen met een fles, maar als er daarna niet wordt gepoetst, hebben melkzuurbacteriën de hele nacht de tijd om het glazuur aan te tasten.”

Veerkamp heeft vandaag ook Serena (6) in de stoel. Haar voortand is ontstoken, die moet eruit. De stoel gaat achterover, haar moeder houdt haar hand vast, Serena haar knuffel. Ze trekt haar benen op. Een half uur geleden heeft ze een kalmeringsmiddel gekregen, midazolam, een kortwerkend valium. In sommige gevallen is sedatie (een roesje) voor zowel de tandarts als het kind fijner. Kinderen worden er rustig van, maar belangrijker, vindt Veerkamp: ze onthouden de behandeling niet. Er zijn ook kinderen die hevig tegenstribbelen – tanden op elkaar, om zich heen slaan, trappen, gillen – extreem bang zijn of een gedragsstoornis hebben. Als er in zo’n geval veel aan het gebit moet gebeuren, is narcose een optie.

Zorgautoriteit NZa houdt bij hoeveel kinderen er jaarlijks onder narcose gaan voor een tandheelkundige operatie. Sinds 2012 neemt het aantal toe. Het gaat vaak om kinderen met extreem slechte gebitten; meerdere tanden en kiezen moeten worden getrokken onder algehele anesthesie. Volgens de NZa ging het om 2.048 operaties in 2012, 1.401 in 2013 en ruim 1.500 in 2014. Recentere cijfers zijn er niet.

Narcose is heftig

TNO-onderzoeker Annemarie Schuller vindt dit geen goede zaak: „Elk kind onder narcose is er één te veel, narcose is best heftig voor het lichaam.” Veerkamp, in wiens praktijk ook narcosebehandelingen worden uitgevoerd, zegt: „Narcose is een uiterst redmiddel. Als bij een kind van 4 het hele gebit gesaneerd moet worden met vullingen en kroontjes en er moeten tanden verwijderd, dan doe ik dat liever in één keer onder narcose dan dat een kind tien keer moet komen.”

Tandarts Mireille Burnier begon samen met een anesthesist vier jaar geleden de praktijk Gaatjesmakers in Den Haag, gespecialiseerd in de behandeling van (jonge) kinderen, vaak onder narcose. Bij haar komen „de extreme gevallen”. In vier jaar had haar praktijk 4.800 patiënten, 95 procent zijn kinderen. Per jaar gaan er zo’n 800 bij haar onder narcose. „We doen dat niet voor het gemak. We doen het omdat de problemen anders groter worden. Een kind met een slecht melkgebit vol abcessen en ontstekingen heeft pijn, eet slecht, slaapt slecht, groeit niet goed, zit niet lekker in zijn vel. De problemen gaan verder dan het gebit.” Ze ziet ook kinderen van 1,5 jaar met zwarte voortanden en hevig aangetaste kiesjes. „Soms stroomt het pus er overal uit.” Zo jong en dan al zo’n slecht melkgebit komt vaak door zuigflescariës: melk en limonade in de fles, de hele dag door. „Dat vind ik heel zielig, een kind kan daar niks aan doen.”

Economische status

Uit het TNO-onderzoek blijkt dat sociaal-economische status iets zegt over de gezondheid van het kindergebit. Hoe lager het opleidingsniveau van de moeder (opleiding vader is niet gevraagd), hoe meer kans op gaatjes bij het kind. Uit de nieuwste cijfers van TNO blijkt: bij ouders met een lager opleidingsniveau of een lage sociaal-economische status heeft 71 procent van de vijfjarigen een gaaf gebit. Bij ouders met een hoger opleidingsniveau of hoge sociaal-economische status is dat 81 procent.

Lees ook: Is ‘goed’ snoep nou écht gezonder?

Er wordt steeds meer aan preventie gedaan, zegt Annemarie Schuller. Ze noemt als voorbeeld het project ‘GigaGaaf!’, gericht op kinderen vanaf 6 maanden en hun ouders. Er is samenwerking opgezet tussen vijf consultatiebureaus en 21 tandartspraktijken in Den Haag, Oost-Groningen en Coevorden. Vanaf de eerste tand worden kinderen door het consultatiebureau doorverwezen naar de tandarts zodat in een vroeg stadium al juiste gedragingen worden aangeleerd. Met folders en posters wordt op deze consultatiebureaus ook informatie gegeven over suiker in dranken en poetsinstructies.

Wat Veerkamp en Burnier allebei niet doen, is ouders verwijten maken. Burnier: „Wij gaan ervan uit dat ouders het beste voorhebben met hun kind. We gaan niet met het vingertje wijzen, maar helpen om de situatie te verbeteren.” Zowel bij Kindertand als bij Gaatjesmakers wordt veel aandacht besteed aan nazorg. Om de acht weken controle, instructies van de mondhygiënist, informatie van de preventie-assistent. „Zo lang als nodig”, zegt Burnier. Veerkamp: „Als we merken dat de boodschap niet overkomt, laten we ze vaker terugkomen”, zegt Veerkamp. We moeten ouders bij de les houden.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Carlijn Vis