Hoe Nederlandse regels de Belgische politie in de weg zitten

Drugscriminaliteit

Bijna alle drugsdumpingen in België leiden naar Nederland. Maar Nederlandse regels en procedures belemmeren de aanpak van deze criminaliteit.

Dumping in Maasmechelen. Dit jaar werd in België 44 keer drugsafval gevonden, bijna twee keer zo vaak als vorig jaar. Foto Pino Misuraca / Belga

Op een woensdagmorgen begin 2018 wordt hij ontdekt: een bestelwagen zonder nummerplaten in het Belgisch Limburgse Hamont-Achel. Om het busje hangt een penetrante geur. In de laadruimte treffen agenten een honderdtal vaten aan. Tonnen vol stinkende, bijtende vloeistof: chemisch afval. Zo’n 2.500 liter aan restanten van de aanmaak van synthetische drug mdma, uit een drugslaboratorium. De bestelwagen is gestolen uit Nederland. De Rode Kruisstraat, waar het busje wordt aangetroffen, ligt op zo’n 50 meter van de Belgisch-Nederlandse grens.

Het is niet de eerste drugsvondst in de Belgische gemeente die volledig aan Nederland grenst, en niet de laatste. Er werd nog zeker vier keer drugsafval in het dorp aangetroffen. Een „gevaar voor de omgeving”, aldus de burgemeester van het stadje van ruim 14.000 inwoners, Theo Schuurmans. De dumpingen vinden meestal plaats in bos- of landbouwgebied, maar ook weleens in leegstaande woningen, vertelt hij. De laatste jaren zag de burgemeester een toename van dumpingen. „En dat geldt voor het ganse grensgebied.”

Al 44 keer werd dit jaar in België drugsafval gevonden. Bijna twee keer zo vaak als vorig jaar, toen er 24 keer afval gedumpt werd. En bijna altijd kan de vondst herleid worden naar Nederland. Maar volgens Marc Vancoillie, die het landelijke team ‘Drugsproductie’ aanstuurt bij de Belgische politie, zorgen Nederlandse procedures en regels ervoor dat de Belgen de drugscriminaliteit van hun noorderburen minder efficiënt kunnen aanpakken.

Lees ook Motorclubs wegpesten? Nu zit België met het probleem

Zo kunnen verdachten die in Nederland verblijven en in een Belgisch onderzoek worden aangehouden, tussentijds vrij komen. En het overdragen van laptops, telefoons of usb-sticks van Nederland naar België duurt soms wel een jaar.

„Criminelen reizen vrij door heel Europa, maar wij hebben last van de grens”, zegt Vancoillie. „Procedures ondermijnen onderzoeken naar georganiseerde criminaliteit, en daar kunnen criminelen van profiteren. Dat moet echt veranderen.”

In Nederland is de aanpak van georganiseerde criminaliteit al enige tijd geïntensiveerd. Sinds 2010 is er in Noord-Brabant en Zeeland een taskforce actief, waarin onder meer politie, Openbaar Ministerie en gemeenten de strijd aangaan met de misdaad. Mede door die aanpak verplaatsen motorbendes zich over de grens, zo bleek in februari uit onderzoek van NRC.

Maar als het gaat om de drugsmarkt vindt een andere trend plaats, constateert Charlotte Colman, criminoloog aan de Universiteit Gent. Dit jaar publiceerde ze met Belgische en Nederlandse collega’s een onderzoek naar drugsmarkten in België en Nederland. Volgens haar is de productie van drugs niet naar België uitgeweken – zoals met de motorbendes het geval was – maar „uitgebreid, zowel in Nederland als in België”.

Dat is in België onder meer te zien aan het aantal dumpingen. Dat steeg van twee in 2012 naar vierenveertig dit jaar. De criminele organisatie achter die dumpingen zit „bijna altijd in Zuid-Nederland”, concludeerde Colman na interviews met Nederlandse en Belgische betrokkenen in het strafrecht en het doorlichten van parketdossiers.

In de buurt van de grens

Politiecommissaris Vancoillie weet daar alles van. Hij houdt overzicht over alle cannabis- en synthetische drugszaken in het land en ontwikkelt de strategie om de georganiseerde misdaad aan te pakken. Ook hij ziet dat er bij onderzoek naar cannabis en synthetische drugs „bijna altijd een Nederlandse link” is.

Hij wijst op de locatie van de dumpingen van synthetische drugs: bijna allemaal in de buurt van de Nederlandse grens, in gemeenten als Hamont-Achel. Als er drugslabs worden aangetroffen, worden ze vaak vanuit Nederland aangestuurd. Als er in België een hennepplantage wordt ontdekt, komen of de stekken of de financiering vaak uit Nederland. „Als je in België een loods te huur zet, heb je binnen een uur een Nederlander aan de lijn die er plantjes in wil stoppen.”

Nederlandse criminelen hebben hun terrein uitgebreid richting België door de hardere aanpak in Nederland, gelooft commissaris Vancoillie. „Ze weten dat spreiding over verschillende landen betekent dat een vlotte en efficiënte samenwerking bemoeilijkt wordt, waardoor zij dus minder kwetsbaar zijn.”

Samenwerking tussen België en Nederland om dit te voorkomen, is er al wel, benadrukt Vancoillie. Hij deelt regelmatig informatie met zijn Nederlandse collega’s. Ook zijn er de zogeheten Joint Investigation Teams (JIT), onderzoeksteams die zich met een grensoverschrijdende zaak bezighouden, en waarbij „zeer vlot samengewerkt kan worden”. Maar, zegt Vancoillie: die worden nog te weinig ingezet voor drugsonderzoeken.

Volgens criminoloog Charlotte Colman zouden de teams niet alleen informatie moeten kunnen uitwisselen, maar ook meer samen kunnen doen. „Want in de tussentijd worden de criminelen alleen maar professioneler, met grotere labs en meer productie.”

Telefoontap

Het grootste probleem is niet de samenwerking, maar zijn de procedures, zeggen zowel Colman als Vancoillie. Vancoillie: „Een slimme crimineel koopt grondstoffen in Polen, produceert in België en regelt de financiering vanuit Nederland. Maar voor Belgische politiemensen is de grens met Nederland een hindernis, die in het voordeel van de criminelen werkt.”

Hij noemt een aantal voorbeelden. Als een Belgische agent een telefoontap wil uitvoeren op een Nederlandse verdachte, kan het enkele dagen duren voordat dit is goedgekeurd. Een huiszoeking in Nederland mag door een Belgische agent wel worden bijgewoond, maar in principe mag hij zich er niet mee bemoeien. „De Belgische onderzoeker is niet altijd in de gelegenheid minutieus te bekijken wat door de Nederlandse collega’s wordt aangetroffen. Het gebeurt weleens dat mogelijk belangrijke documenten niet worden meegenomen.”

Als in een Belgisch onderzoek een verdachte die in Nederland woont, moet worden aangehouden, dient er eerst door de Belgische onderzoeksrechter een aanhoudingsbevel gemaakt te worden. De verdachte komt dan binnen vijf dagen voor bij de rechtbank in Amsterdam, die de rechtsgeldigheid van het aanhoudingsbevel beoordeelt. Maar verdachten die een borgsom betalen, zijn daarna op vrije voeten in afwachting van de daadwerkelijke uitlevering aan België. En die kan drie maanden duren. Vancoillie: „Het onderzoek kan hierdoor schade oplopen, omdat de verdachte bijvoorbeeld alle loodsen die hij heeft, laat ontruimen. Of doordat de verdachte na die drie maanden niet meer te vinden is.”

Bureaucratie

Ook bij het overbrengen van objecten van Nederland naar België stuit de politie op beperkingen, vertelt de Belgische commissaris. Als in een Nederlandse woning een laptop of smartphone wordt gevonden die van belang is voor Belgisch onderzoek, kan het een jaar duren voordat dit soort gegevensdragers de grens over komen. „Laatst hadden we een zaak waarbij de usb-sticks en telefoons pas na de uitspraak van de rechter in België aankwamen. Die informatie hebben we dus niet kunnen gebruiken.” Andersom lopen de procedures veel makkelijker, zegt Vancoillie. „Dat is ontzettend frustrerend.”

Een woordvoerder van de Landelijke Eenheid van de Nederlandse politie meldt dat er al enige tijd wordt samengewerkt met de zuiderburen en dat dit prima gaat. Wel erkent de woordvoerder dat een landsgrens in sommige gevallen ook voor vertraging kan zorgen.

Voor een effectievere samenwerking zijn andere regels nodig. Een Benelux-politieverdrag voor verdere grensoverschrijdende samenwerking, dat in de komende maanden na definitieve goedkeuring in zou moeten gaan, moet gaan helpen. Daarin is afgestemd dat de drie Benelux-landen elkaars grenzen mogen oversteken bij achtervolgingen, of getuigen en slachtoffers over de grens mogen verhoren. Ook krijgen ze toegang tot elkaars politie- en bevolkingsregisters. Dit allemaal met het oog op het tegengaan van vertraging bij achtervolgingen of onderzoeken.

Volgens een woordvoerster van het ministerie van Justitie en Veiligheid is de samenwerking tussen België en Nederland op het terrein van opsporing al jaren intensief. Zo onderhoudt de Nationale Politie contacten met de vele politiediensten in België. Er zijn bijvoorbeeld contacten met de politiezones van Antwerpen, Turnhout en Luik. Volgens de woordvoerster zal het vernieuwde Benelux-politieverdrag ervoor zorgen dat politiediensten zonder bureaucratie in elkaars systemen kunnen meekijken.

Voor Marc Vancoillie zou het nog beter kunnen. „Het Benelux-politieverdrag richt zich vooral op achtervolgingen en het gebruik van wapens, en is hier geen oplossing voor”, zegt Vancoillie. Hij heeft de procedureproblemen aangekaart, maar er is een wetswijziging nodig voor er iets kan veranderen.

In grensgemeente Hamont-Achel overlegt burgemeester Schuurmans regelmatig met andere betrokken burgemeesters, „maar uiteindelijk staan we er naar te kijken. Wij hebben geen invloed”. De oplossing zal moeten komen uit overleg van het parket met buurlanden, gelooft Schuurmans. De dumping van het drugsafval in Hamont-Achel heeft vooralsnog niet tot een vervolging geleid.

    • Bram Endedijk
    • Anouk van Kampen