Steil omhoog, met pleisters om de vingers

NK klimmen

Klimmen staat vanaf 2020 op de olympische agenda. Vera Zijlstra schoolt zich daarom om tot allrounder.

Vera Zijlstra eindigde als tweede bij het NK lead klimmen in de Utrechtse klimhal Neoliet, waarbij de deelnemers in zes minuten zo hoog mogelijk moesten zien te klimmen. Juryleden maakten gebruik van een spiegelbril waarmee ze naar boven kunnen kijken om nekklachten te voorkomen. Foto’s Bram Petraeus

Wat Vera Zijlstra (30) ook probeert, haar bepleisterde vingers worden maar niet warm. Vingers waar ze straks minutenlang aan moet hangen, onderweg naar de top van een 22 meter hoge klimwand in de Utrechtse klimhal Neoliet. Samen met haar onderarmen zijn ze het voornaamste ‘gereedschap’ tijdens de ingewikkelde route naar boven, langs gele grepen van kunststof, zo technisch uitgestippeld dat maar één dame in een veld van tien op dit NK leadklimmen de top zou moeten kunnen halen.

Zijlstra, een van de titelkandidaten, wappert met haar magnesium-witte handen om bloed naar de vingertoppen te krijgen, en ze wrijft nerveus langs de pijpen van haar broek. Ze bolt haar handen in de vorm van een kommetje en blaast er warme lucht in, waarna vriend en coach Wouter Jongeneelen de zijne om die van haar vouwt. Echt effectief is het niet. Veel meer dan een warming-up zijn haar vluchtige handelingen een ritueel om uiting te geven aan de spanning die zich in haar lichaam vreet. Om de vijf minuten moet ze zuchtend naar de wc, en als ze terugkomt zegt ze steeds dat ze „heel zenuwachtig” is.

Ze zit al bijna twee uur in de ‘isolatie’ – een donkere en tochtige ruimte naast de klimhal – en met haar de rest van de in warme jassen weggedoken deelnemers, die zich als middelbare scholieren in groepjes hebben verspreid en een kaartje leggen, of wat met elkaar kletsen. Sommigen kunnen het niet laten al lang voor de wedstrijd begint routineus in de vier meter hoge oefenwanden te gaan hangen, ter warming-up of uit verveling. Mobieltjes zijn hier ten strengste verboden, net als alle andere communicatieapparatuur. Een leadklimmer mag de af te leggen route vooraf alleen zien als de jury dat zegt. Afscherming van de buitenwereld is tot die tijd van het grootste belang.

Klimmer Celine de Waal Malefijt

Bram Petraeus

Isolatiebeveiligers

Daarom houden isolatiebeveiligers Joram en Sander, 18 en 20 jaar, deze zaterdagavond het zwarte doek dat de uitgang blindeert nauwlettend in de gaten. Ze nemen hun taak bloedserieus: geen levende ziel komt er zomaar langs. Alleen als een deelnemer naar de wc moet, doen ze een stapje opzij.

Achter hen begint een speaker de vijfhonderd toeschouwers die op houten bankjes onderaan de klimwand zitten enthousiast toe te spreken. Diepe klanken dancemuziek vermengen zich met zijn stemgeluid en weerkaatsen tegen de huizenhoge wanden. Vera Zijlstra kan het allemaal horen en dat werkt niet stressverlagend. Haar onderbewustzijn registreert alles, zegt ze, als een klein stemmetje in haar hoofd.

Om kwart voor acht krijgen de tien klimsters zes minuten de tijd zich visueel in te lezen; ze turen tussen het publiek met het hoofd in de nek naar boven, sommigen hebben een verrekijkertje meegenomen om de hooggelegen grepen in beeld te krijgen. Alleen de eerste twee grepen mogen ze aanraken, daarna is het een kwestie van inprenten. Voor de leek is het inlezen een kolderieke gebeurtenis: tien dames staan als dirigenten met hun armen in het luchtledige te zwaaien in een poging de grepen en bewegingen waarmee ze die met elkaar zullen verbinden te visualiseren.

Terug in de isolatie baalt Zijlstra van de route. Die is haar niet moeilijk genoeg. Liever had ze een variant gehad met lastigere ‘passen’ tussen de grepen. Daar is ze op dit moment beter op getraind. Zijlstra is een relatief kleine, bonkige klimmer – ze meet 1,60 meter en weegt 54 kilogram, haar armen zijn gespierd, haar bovenlijf compact, haar benen slank maar niet al te lang – en ze is goed toegerust voor het klimonderdeel boulderen, dat het voorbije decennium haar specialiteit werd.

Het NK leadklimmen in Utrecht. Foto Bram Petraeus

Bij boulderen moet een klimmer op een klimwand van vier meter hoog korte routes zonder zekering klimmen, tot vijf achter elkaar. Bij een val vangt de mat de klap op, en volgt een nieuwe poging. Het is de intervaldiscipline van het klimmen. Het uithoudingsvermogen is van ondergeschikt belang, het gaat vooral om de explosiviteit in de armen; boulderaars springen van greep naar greep, hangen, zwaaien, trekken zich op – een spectaculair gezicht. Zijlstra is op dat onderdeel meervoudig Nederlands kampioene en hoort bij de dertig besten ter wereld.

Klimmen op Zomerspelen in 2020

Maar sinds in de zomer van 2016 bekend werd dat in Tokio (2020) de klimsport als driekamp (boulderen, lead, en speedklimmen) aan het olympisch programma wordt toegevoegd, is de parttime wiskundedocent zich aan het omscholen tot allroundklimmer. Ze zal haar potige lichaam ook moeten laten wennen aan de langdurigere inspanning die het leadklimmen vraagt: in zes minuten gaat het in relatieve kalmte omhoog, waarbij een val einde oefening is en bijna altijd wordt veroorzaakt door verzuurde onderarmen en handen. Bij lead komt het aan op de lange adem. Leadspecialisten zijn dan ook peziger gebouwd: hun ledematen zijn relatief lang, ze zijn lenig, beweeglijk, atletisch.

Zijlstra mag tegelijkertijd haar explosiviteit niet verliezen: bij het onderdeel speed wint de klimmer die een wand van 15 meter zo snel mogelijk kan ‘toppen’. ’s Werelds beste vrouwen kunnen dat nu in minder dan elf seconden. Zijlstra deed het een week geleden op het NK speed in iets meer dan 13, en won zilver. Om zich te plaatsen voor Tokio zal ze in een combinatieklassement dat volgend jaar wordt opgemaakt mondiaal bij de beste twintig moeten eindigen. Bondscoach Aukje van Weert vindt Nederlandse plaatsing „heel lastig om te voorspellen”.

Een van de grootste Nederlandse kanshebbers voor Tokio heeft vorig jaar zeven maanden niet kunnen trainen omdat ze tijdens opnames van het tv-programma Ninja Warrior – een spelshow waarbij allerlei bizarre hindernissen zo snel mogelijk moeten worden genomen – haar latissimus dorsi afgescheurde, ook wel de brede rugspier genoemd, die over de flank tot aan de schouder loopt. Zijlstra wilde vanuit een trampoline in een net springen en toen ze zich vastgreep scheurde de spier af. Ze moest worden geopereerd en haar chirurg betwijfelde of ze de sport die ze sinds haar tiende beoefent en waar ze per jaar 15.000 euro van haar spaargeld in steekt, nog kon beoefenen.

Publiek bij het NK leadklimmen in Utrecht.

foto Bram Petraeus

Nu heeft ze zichzelf in een klimgordel gehesen, haar voeten in drie maten te kleine klimschoenen gepropt zodat ze aan de wand alle controle heeft, en hangt er een ‘pofzak’ met magnesiumpoeder om haar middel, waarmee ze grip behoudt op de grepen. Dan stapt ze geelrood kunstlicht in, onder luid applaus, en kijkt ze naar de verticale meters die boven haar uittorenen. Er wordt een spot op haar gericht en er begint een klok te tikken. Ze heeft zes minuten de tijd om naar de top te klimmen.

Meditatief tempo

Ze begint in een meditatief tempo, zonder haperingen, in vloeiende bewegingen. Zijlstra hangt met haar vingers aan latjes, soms met de armen gekruist, terwijl haar benen bijna de splitstand bereiken, de puntjes van haar tenen om kunststof bolletjes gevouwen. Ze moet snel klimmen, want op de lange adem legt ze het af.

Allez Vera”, klinkt er uit het publiek. Klimmersjargon – de sport is groot in Frankrijk. Na twee minuten beginnen haar armen te trillen, steeds vaker houdt ze halt en graait ze in het zakje op haar rug naar magnesium, waarna ze uit gewoonte op haar vingers blaast en er pluimpjes van het poeder naar beneden dwarrelen. Ze schudt met haar armen om de verzuring eruit te kloppen. Na drieënhalve minuut klimmen probeert ze een verticale greep vast te grijpen maar is haar knijpkracht weggevloeid. Ze valt, maar omdat ze zich om de twee meter verplicht zekerde, heeft dat geen gevolgen. Ze was halverwege al op, zegt ze beneden. Aan haar uithoudingsvermogen moet ze nog werken, maar dat is geen nieuws. Voor nu is ze tevreden met zilver, achter de 19-jarige leadspecialist Lynn van der Meer, voor wie de Spelen van Tokio nog te vroeg komen.

Beide dames worden bij de bar, waar een blondine zich met een flesje La Chouffe-bier in de hand laat bijpraten over de regels van het leadklimmen, opgewacht door een dopingcontroleur. Ook dat hoort bij de olympische statuur.

    • Dennis Boxhoorn