Shani benadrukt ziel van de Romantiek

Het Rotterdams Phulharmonisch Orkest reist door de grillige bergen en innerlijke landschappen van geestverwanten Schubert en Schumann.

In zijn gedicht Wondrous Machine! - op muziek gezet door Henry Purcell - bezingt Nicholas Brady het orgel. Dat beeld drong zich zaterdag op gedurende Schuberts Negende Symfonie, waarin het Rotterdams Philharmonisch Orkest de indruk wekte één enkel instrument te zijn met chef-dirigent Lahav Shani als een organist achter de toetsen. Hij zocht de grenzen van uitdrukkingskracht op en zette galopperende strijkers tegenover de zachte, verre echo’s van de hoorns. Soms leek Schuberts alpenweide te veranderen in een Weense balzaal. Maar de wendbare musici volgden de uit het hoofd dirigerende chef overal waar hij hen naartoe voerde.

De door syfilis gekwelde Schubert schreef zijn Grote Symfonie in een lange zomer, waarin hij zich voor even van alle ziekteverschijnselen bevrijd voelde. De componist verruilde het muffe Wenen voor de bergachtige buitenlucht, en verkeerde in een uitbundige stemming. Zijn gemoedstoestand - het gevoel dat mensen levenskracht kunnen putten uit de natuur - wisten Shani en zijn orkest overtuigend te belichamen. Met de eerste eenzame hoorns begon een reis die voerde door zowel grillige bergen als innerlijke landschappen.

Zo’n tien jaar na Schuberts dood vond de componist Robert Schumann deze vergeten Negende Symfonie, toen hij mocht rondneuzen op zolder bij diens broer. Hij vergeleek het werk met een vierdelige roman, zoals ook zijn eigen muziek vaak een literaire inslag verraadt. Bijvoorbeeld zijn Celloconcert, waarin de solist meer een verteller dan een virtuoos is.

De Amerikaanse Alisa Weilerstein toverde een warmbloedig verhaal uit haar instrument, met de zacht plukkende strijkers als hartslag in de achtergrond. Wanneer de cello zweeg zocht Shani het contrast met felle orkestrale uithalen, waarmee hij, evenals bij Schubert, de ziel van de Romantiek benadrukte: dat verlangen naar het ongrijpbare, wat Schumann noemde „licht brengen in de duisternis van het mensenhart”.

    • Joost Galema