Nicolas Roegs oeuvre kan nog jaren mee

Nicolas Roeg (1928-2018) Regisseur Nicolas Roeg laat een uniek filmoeuvre achter, waarvan vooral zijn films uit de jaren zeventig hun tijd ver vooruit waren.

Nicolas Roeg op een filmprijzenavond in Londen, in 2012. Foto Hollandse Hoogte

‘Ik ben nog niet dood” zei Nicolas Roeg in 2009 toen hij een speciale Bafta-prijs kreeg voor zijn unieke filmoeuvre. Op 23 november stierf hij dan toch echt, op negentigjarige leeftijd. Voor de occulte thriller Don’t Look Now creëerde Roeg een van de briljantste én aangrijpendste openingsscènes uit de filmgeschiedenis. Hij monteert beelden van het buiten spelende, in een rood regenjasje geklede dochtertje van Donald Sutherland en Sutherland zelf, die in de woonkamer dia’s bestudeert, door elkaar. Terwijl hij op een van zijn dia’s water morst, wat een uitdijende rode vlek veroorzaakt, krijgt Sutherland een voorgevoel. Hij rent naar buiten, waar zijn dochtertje zojuist in een vijver is verdronken. Met een vertraagd afgespeelde oerkreet tilt hij haar levenloze lichaam uit het water. In die sleutelscène balt het hele Roeg-universum zich samen, waar associatieve montage, onvergetelijke beelden, kleurgebruik, symboliek, het irrationele en de dood samenkomen.

Nicolas Roeg begon zijn loopbaan als briljant cameraman, onder meer voor de memorabele Edgar Allan Poe-verfilming The Masque of the Red Death (1964), Fahrenheit 451 (1966) en de Thomas Hardy-adaptatie Far from the Madding Crowd (1967). Ook zijn eigen films bevatten visueel aantrekkelijk camerawerk, toch speelt vooral montage de hoofdrol. In Don’t Look Now zit een beroemde vrijscène tussen Sutherland en zijn vrouw Julie Christie. Roeg doorsnijdt hun opwindende vrijpartij met beelden van Sutherland en Christie die zich na het vrijen weer aankleden. Roegs montagemeesterwerk is Bad Timing (1980), waar hij niet-lineaire fragmentatie tot leidend vertelprincipe verheft. Heden en verleden, verschillende kunstwerken (van Klimt en Schiele), toeval en lotsbestemming worden vloeiend tot één geheel gesmeed. De intense, caleidoscopische film met zanger Art Garfunkel als psychiater gaat over seksuele obsessie, een terugkerend motief bij Roeg. Zo ontwikkelt Theresa Russell, die een tijd met Roeg getrouwd was, in Track 29 (1988) een obsessie voor een jongeman (Gary Oldman) die al dan niet haar zoon is.

Lees ook: Waarom David Bowie geen filmster werd

Versmolten identiteiten

Na een lange carrière als cameraman, tussen 1961 en 1972, debuteerde Roeg in 1970 met Performance. Hij maakte deze cultfilm samen met Donald Cammell, en het duo strikte Mick Jagger voor de hoofdrol van gewezen rockster. Een voortvluchtige gangster duikt bij hem onder, aan het eind van de film versmelten hun identiteiten. Daarna maakte hij in Australië het door hemzelf schitterend gefotografeerde Walkabout (1971), waarbij een in de woestijn achtergelaten Brits jongetje en meisje gered worden door een aboriginaljongen die in de Australische outback een initiatierite ondergaat. Tussen hem en het meisje ontstaat een erotische aantrekkingskracht.

Na Don’t Look Now, in een enquête uitverkoren tot beste Britse film, volgde de metafysische sciencefictionfilm The Man Who Fell to Earth (1976), met een oranjeharige David Bowie als alien die op aarde op zoek gaat naar water. Roeg toont het leven op aarde, vooral de Amerikaanse buitenwijken, als vreemder dan de zachtmoedige alien. Die neemt allengs allerlei kwalijke menselijke eigenschappen over als macht, hebzucht en destructieve seksualiteit.

In de jaren zeventig, eindigend met Bad Timing in 1980, maakte Roeg zijn beste, in meerdere opzichten meest uitdagende werk. Maar ook in de jaren tachtig volgden er nog een paar opzienbarende films als Eureka (1983, met Gene Hackman als maniakale, geldbeluste goudzoeker) en Insignificance (1985). Hierin ontmoet Marilyn Monroe (Theresa Russell) Albert Einstein, met wie zij met hulp van speelgoed in een gedenkwaardige scène de relativiteitstheorie bespreekt. In 1990 volgde zijn meest conventionele maar zeer amusante film The Witches, naar Roald Dahl, met Anjelica Huston als heks. In 2007 maakte hij zijn laatste film, het slecht ontvangen Puffball.

Vooral Roegs films uit de jaren zeventig waren baanbrekend en hun tijd ver vooruit. Regisseurs als Christopher Nolan en Steven Soderbergh zouden nooit zo gefragmenteerd en complex monteren zonder Roegs lichtende voorbeeld. Bad Timing is met terugwerkende kracht een studie naar giftige mannelijkheid. De kritiek op de leegheid van de westerse beschaving en zielloos materialisme in films als Walkabout, The Man Who Fell to Earth en Eureka is nog steeds zeer relevant. Roeg laat een rijk oeuvre na dat nog jaren mee kan.

    • André Waardenburg